Getypte brief (doorslag/afschrift).
Origineel
Getypte brief (doorslag/afschrift). 23 februari 1942. J. Stegmeyer, groenten- en fruithandelaar, Weesperstraat no. 8, Amsterdam. No.2B/7/1 M.1942 25/ AFSCHRIFT.
Amsterdam, 23 Februari 1942.
Den Weled.Heer Burgemeester
Voûte te Amsterdam.
Ik heb in de Weesperstraat een Groenten- en fruitzaak met een erkenning
van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale te Den Haag. Nu heb ik
aangevraagd om een erkenning voor late aardappelen bij de Centrale Belang
Zwarteweg 22 te 's-Gravenhage.
Nu deelt de Commissie van de Centrale voor Aardappelvoorziening
mij mede, dat ik deze erkenning niet kan krijgen, omdat ik de laatste
3 jaren in geen aardappelen handel heb gedreven.
Deze Commissie bevindt zich in de Centrale Markthallen te Amster-
dam en wil mij geen erkenning geven.
Nu behoort bij een Groenten- en fruitzaak toch ook de verkoop van
aardappelen waar het publiek toch zoo zeer behoefte aan heeft; moeten
deze menschen dan uren in de kou staan om bij de een groentehandelaar
te kunnen koopen en bij een andere handelaar niet, omdat deze heeren
een phragraaf hebben uitgewerkt, dat iemand de laatste 3 jaren aardappel-
~~hande~~ gehandeld moet hebben. Ik ben in het landbouwbedrijf groot geworden
ken iedere soort aardappelen heb met mijn broer tezamen in Delfzijl
aardappelen gekocht en geleverd aan de kleine en groote scheepvaart.
Nu wilde de heer Burgemeester vriendelijk verzoeken om hier toch in te
grijpen en deze heeren toch eens met hun verouderde begrippen en phara-
graafen eens te gaan strijken en op Nationaal, Sosiallistise bases voor
ge Volksgemeenschap een andere koers in te slagen, de jood eens wat
meer te gaan uitschakelen en voor ons als Arisch handelaar ook eens
ruimerbaan vrijgeven waar wij recht op hebben als mensch. Ik hoop en
verzoek U vriendelijk Mijnheer de Burgemeester dat u mij wilt helpen
om deze erkenning te bekomen waar ik als groenten en fruithandelaar recht
op heb en voor het koopende publiek een groote verlichting is in deze
zware tijd voor de huisvrouwen. Hoopende en vertrouwende in rechtvaar-
digheid van U Mijnheer de Burgemeester van Amsterdam verblijf ik mijn
dank in vooruit.
Hoogachtend,
w.g. J.Stegmeyer.
Weesperstraat no.8,
Amsterdam-Centrum. In deze brief beklaagt winkelier J. Stegmeyer zich over de bureaucratie van de 'Centrale voor Aardappelvoorziening'. Hij heeft een vergunning nodig om aardappelen te mogen verkopen, maar krijgt deze niet omdat hij de afgelopen drie jaar niet in dit product heeft gehandeld.
De brief is een stuitend voorbeeld van opportunisme tijdens de bezettingstijd. Stegmeyer probeert zijn zakelijke probleem op te lossen door expliciet een beroep te doen op de nationaalsocialistische ideologie van de bezetter. Hij gebruikt termen als "Volksgemeenschap", "Nationaal Sosiallistise bases" en presenteert zichzelf nadrukkelijk als "Arisch handelaar".
Het meest schokkende element is zijn directe verzoek aan de burgemeester om "de jood eens wat meer te gaan uitschakelen" om zo "ruimerbaan" (meer marktaandeel) te creëren voor hemzelf. Dit illustreert hoe gewone burgers de vervolging van Joodse medeburgers probeerden te gebruiken voor eigen gewin. De schrijver is bovendien gevestigd aan de Weesperstraat, die destijds midden in de Joodse buurt lag, wat zijn verzoek extra wrang maakt. Ten tijde van deze brief (februari 1942) was de Jodenvervolging in Amsterdam in volle gang. De bezetter was bezig met de "Arisering" van de economie: Joodse ondernemers werden uit hun zaken gezet en hun bezittingen werden geliquideerd of overgenomen door niet-Joden.
Edward Voûte, de geadresseerde, was door de Duitsers aangesteld als regeringscommissaris (burgemeester) na het ontslag van zijn voorganger naar aanleiding van de Februaristaking in 1941. Voûte stond bekend als meegaand met de Duitse autoriteiten.
De brief laat zien dat de uitsluiting van Joden niet alleen van bovenaf werd opgelegd, maar ook van onderop werd aangemoedigd door individuen die profiteerden van het wegvallen van concurrentie. De spellingfouten in de brief (zoals "phragraaf" en "Sosiallistise") suggereren dat de schrijver niet hoogopgeleid was, maar de retoriek van de bezetter wel feilloos had overgenomen om zijn eigen belangen te dienen.