Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 209
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (zakelijke correspondentie).

29 januari 1942. Van: P. Kliffen, Uiterwaardenstraat 282, Amsterdam-Z.

Origineel

Getypte brief (zakelijke correspondentie). 29 januari 1942. P. Kliffen, Uiterwaardenstraat 282, Amsterdam-Z. P. KLIFFEN.
Amsterdam-Z. 29 Januari 1942.
Uiterwaardenstraat 282.

AANTEEKENEN met
bewijs van ontvangst.
Den Heer Directeur van het Marktwezen
te
AMSTERDAM.

Attentie van
den Heer Sixma.

[Paars stempel:] Nº 2 C / 1/4 M. 1942 3/2

WelEd. Heer,

Ondanks mijn beleefd verzoek voor prompte attentie en beantwoording heb ik tot heden nog geen bericht mogen ontvangen in verband met mijn aan U gericht schrijven van 12 dezer betreffende het in werking houden van de door mij geëxploiteerde bieten-kokerij. Ik kan mij onmogelijk de reden voorstellen van deze niet-beantwoording nu reeds meer dan 14 dagen zijn verstreken sinds dat schrijven te Uwer attentie moet zijn gebracht, zooals ik in hoofde van dat schrijven heb gesteld.

Ik meen derhalve mij te kunnen veroorloven dat ik de beantwoording mag tegemoet zien uiterlijk vóór Dinsdag 3 Februari a.s., aangezien ik mij bij gebreke daarvan de vrijheid zal nemen mij in verbinding te stellen met het Departement van Landbouw en Visscherij om te zien waarom dat mijn belangen in deze aangelegenheid blijkbaar zoo zeer ter zijde worden gesteld.

Hoogachtend,
Uw dw.

[Handgeschreven handtekening: P. Kliffen] * Toon: De brief is formeel en zakelijk, maar bevat een duidelijke ondertoon van ongeduld en irritatie. De afzender gebruikt de klassieke ambtelijke dreiging van escalatie ("mij de vrijheid zal nemen mij in verbinding te stellen met het Departement").
* Onderwerp: De exploitatie van een "bieten-kokerij". Dit betreft waarschijnlijk het verwerken van suikerbieten tot stroop of veevoer, een activiteit die tijdens de oorlogsjaren van groot belang was voor de voedselvoorziening (en vaak strikt gereguleerd was).
* Taalkenmerken: Gebruik van de oude spelling (bijv. "zoo", "Dinsdag" met hoofdletter, "aangezien ik mij bij gebreke daarvan"). De term "WelEd. Heer" (WelEdelgestrenge) was de standaard aanhef voor hogere ambtenaren.
* Status: Het document is voorzien van een officieel inkomststempel van de gemeente Amsterdam (Marktwezen), wat aangeeft dat de brief daadwerkelijk is gearchiveerd en verwerkt. De brief dateert van januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan brandstof en voedsel groot. Een "bieten-kokerij" was essentieel voor het maken van surrogaatproducten zoals bietenstroop. Het feit dat de afzender dreigt contact op te nemen met het Departement van Landbouw en Visscherij (de landelijke overheid) geeft aan hoe hoog de belangen waren. De bureaucratische molens draalden blijkbaar, terwijl de ondernemer afhankelijk was van toestemming om zijn bedrijf "in werking te houden". De Uiterwaardenstraat in Amsterdam-Zuid lag in een buurt waar destijds veel joodse bewoners en kleine zelfstandigen woonden; de afzender Kliffen lijkt hier als kleine ondernemer te ageren tegen het gemeentelijk apparaat.

Samenvatting

  • Toon: De brief is formeel en zakelijk, maar bevat een duidelijke ondertoon van ongeduld en irritatie. De afzender gebruikt de klassieke ambtelijke dreiging van escalatie ("mij de vrijheid zal nemen mij in verbinding te stellen met het Departement").
  • Onderwerp: De exploitatie van een "bieten-kokerij". Dit betreft waarschijnlijk het verwerken van suikerbieten tot stroop of veevoer, een activiteit die tijdens de oorlogsjaren van groot belang was voor de voedselvoorziening (en vaak strikt gereguleerd was).
  • Taalkenmerken: Gebruik van de oude spelling (bijv. "zoo", "Dinsdag" met hoofdletter, "aangezien ik mij bij gebreke daarvan"). De term "WelEd. Heer" (WelEdelgestrenge) was de standaard aanhef voor hogere ambtenaren.
  • Status: Het document is voorzien van een officieel inkomststempel van de gemeente Amsterdam (Marktwezen), wat aangeeft dat de brief daadwerkelijk is gearchiveerd en verwerkt.

Historische Context

De brief dateert van januari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan brandstof en voedsel groot. Een "bieten-kokerij" was essentieel voor het maken van surrogaatproducten zoals bietenstroop. Het feit dat de afzender dreigt contact op te nemen met het Departement van Landbouw en Visscherij (de landelijke overheid) geeft aan hoe hoog de belangen waren. De bureaucratische molens draalden blijkbaar, terwijl de ondernemer afhankelijk was van toestemming om zijn bedrijf "in werking te houden". De Uiterwaardenstraat in Amsterdam-Zuid lag in een buurt waar destijds veel joodse bewoners en kleine zelfstandigen woonden; de afzender Kliffen lijkt hier als kleine ondernemer te ageren tegen het gemeentelijk apparaat.

Gerelateerde Documenten 6