Getypte brief (doorslag).
Origineel
Getypte brief (doorslag). 25 juni 1942. De Directeur (organisatie niet expliciet vermeld, vermoedelijk gerelateerd aan distributie of prijsbeheersing). Den Heer Commissaris van Politie Dahmen van Buchholtz, Hoofdbureau van Politie, Amsterdam. [Handgeschreven: Verzonden 25/6]
VB/HB.
den Heer Commissaris van Politie
Dahmen van Buchholtz,
Hoofdbureau van Politie,
Marnixstraat 260 - 264,
Amsterdam-Centrum. Wijk 6.
20/32/1 M. 1 25 Juni 1942.
In aansluiting aan ons telefonisch onderhoud van heden,
heb ik de eer U in bijlage dezes een anonieme klacht te doen toe-
komen betreffende de kleinhandelaren in aardappelen, groente en
fruit, F. de Loor, geboren 16-11-93, wonende Jan Lievenstraat 18
en G.Aarse, geboren 31-1-03, wonende Holendrechtstraat 25, met
beleefd verzoek de behandeling daarvan op U te willen nemen.
De Directeur, * **Onderwerp:** Het officieel overdragen van een anonieme klacht aan de politie voor verder onderzoek.
- Betrokken personen:
- F. de Loor: Geboren 16-11-1893, woonachtig Jan Lievenstraat 18, Amsterdam.
- G. Aarse: Geboren 31-01-1903, woonachtig Holendrechtstraat 25, Amsterdam.
- Commissaris Dahmen van Buchholtz: Een bekende hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie tijdens de bezettingsjaren.
- Inhoud: De brief refereert aan een telefoongesprek en stuurt een klacht door over twee handelaren in levensmiddelen (aardappelen, groente en fruit). Gezien de datum en de aard van de klacht gaat dit hoogstwaarschijnlijk over vermeende economische vergrijpen zoals woekerprijzen of handel op de zwarte markt. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (juni 1942). In deze tijd was er sprake van groeiende schaarste en een streng distributiesysteem. De controle op de handel in levensmiddelen was zeer strikt om de zwarte markt in te dammen.
Het document is een illustratie van de 'verklikking' die tijdens de oorlog veelvuldig voorkwam; anonieme klachten waren voor de autoriteiten een belangrijke bron van informatie om handelaren te controleren. De adressen (Jan Lievenstraat en Holendrechtstraat) bevinden zich in de Amsterdamse wijken De Pijp en de Rivierenbuurt. Het feit dat de brief is gericht aan het hoofdbureau aan de Marnixstraat onderstreept de officiële escalatie van de klacht naar de politie-autoriteiten.