Administratief bijblad / dossierstuk (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratief bijblad / dossierstuk (Alg. Zaken Model No. 14). Maart 1942. [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 26/3/1 1942
DOORGEZONDEN: 5/3
[Rechtsboven]
220
[Hoofdtekst handgeschreven, inkt]
Betreft vermoedelijk schuld van
ingetrokken marktplaats.
Heeft geen schuld van Dapperstraat
wel van Lindengracht & Gaaspstraat.
m.i. opbergen [Signatuur] 11/3 '42.
[Midden handgeschreven, rode inkt]
Wat bedoelde „hoofdkant.”?
d.d. 24-2-'42?
[Paraaf]
[Onderste gedeelte handgeschreven, inkt]
Betr.: f 0.60 schuld
van v v v Dec '41 ingetrokken
plaats Gaaspstraat.
zie model m. M.W.B.
[Signatuur] 17/3 '42
[Rechterzijde, doorgestreept met groot rood kruis]
Opbergen
11-3-'42
Afgedaan
[Paraaf] 12/3
[Linksonder gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een intern administratief formulier van de gemeente Amsterdam (gezien de genoemde straatnamen), daterend uit het voorjaar van 1942. Het betreft een onderzoek naar een kleine openstaande schuld (60 cent) van een marktkoopman wiens vergunning of standplaats ("marktplaats") was ingetrokken.
Uit de correspondentie op het blad blijkt een discussie tussen ambtenaren:
1. Er wordt geconstateerd dat er geen schuld is voor de Dappermarkt, maar wel voor de Lindengracht en de Gaaspstraat.
2. De suggestie wordt gedaan om het dossier op te bergen (11 maart).
3. In rode inkt wordt een vraag gesteld over een eerdere mededeling van het "hoofdkantoor" (24 februari).
4. Uiteindelijk wordt gespecificeerd dat het gaat om 60 cent schuld voor een ingetrokken plaats in de Gaaspstraat over de periode december 1941.
Het grote rode kruis en de aantekening "Afgedaan" duiden op de definitieve afsluiting van deze administratieve kwestie op 12 of 17 maart 1942. Het document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De administratieve precisie, zelfs voor zeer kleine bedragen zoals 60 cent, was kenmerkend voor de ambtelijke molen in die tijd.
Interessant is de vermelding van de Gaaspstraat. De markt in de Gaaspstraat (in de Amsterdamse Rivierenbuurt) werd in november 1941 door de bezetter aangewezen als een van de "Joodse markten". Joodse marktkooplieden en burgers werden hierheen gedrongen en mochten op andere markten (zoals de Dapperstraat of Lindengracht) niet meer verschijnen. Dat er in december 1941 sprake is van een "ingetrokken plaats" en een minieme schuld, zou kunnen wijzen op de precaire situatie van een marktkoopman die door de anti-Joodse maatregelen zijn nering niet meer kon voortzetten of wiens administratie door de gedwongen verhuizing naar deze specifieke markt verstoord was geraakt. M. No Gemeente Amsterdam