Archief 745
Inventaris 745-377
Pagina 353
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt afschrift van een brief.

9 februari 1942. Van: P. Kliffen, Uiterwaardenstraat 282, Amsterdam-Zuid. Aan: De Burgemeester van Amsterdam (destijds de regeringscommissaris E.J. Voûte). Dossier: 203, 37/13/6

Origineel

Getypt afschrift van een brief. 9 februari 1942. P. Kliffen, Uiterwaardenstraat 282, Amsterdam-Zuid. De Burgemeester van Amsterdam (destijds de regeringscommissaris E.J. Voûte). No.37/13/6 M.1942 19/2 AFSCHRIFT.
No.203 L.M.1942 12/2

P. KLIFFEN. Amsterdam-Z., 9 Februari 1942.
Uiterwaardenstraat 282.

               Den Edelachtbaren Heer
                      Burgemeester van
                            Amsterdam.

Edelachtbare Heer,

               Nevengaande heb ik de eer U toe te zenden een door-

slag van een heden door mij aan den heer Directeur van het
Marktwezen alhier gericht schrijven, waarin ik mij beklaag
over de belemmering die ondervonden wordt van de behoorlijke
verzorging en uitoefening der groenten-bedrijven, waarin ik een
levensbelang hebm en welke belemmering oorzaak vindt in persoon-
lijke tegen mij gekoesterde gevoelens van den naasten medewer-
ker van dien Directeur van het Gemeentelijk Marktwezen.
Met alle hoogachting,
van U Edel Achtb.
de dienstw.

1 Bijlage. w.g. P. Kliffen. In deze brief informeert P. Kliffen de burgemeester van Amsterdam over een formeel beklag dat hij heeft ingediend bij de Directeur van het Marktwezen. De kern van de klacht is dat de bedrijfsvoering van zijn groentezaken ("groenten-bedrijven") op onredelijke wijze wordt gehinderd.

Opvallend is de directe beschuldiging die Kliffen uit: de belemmeringen zouden niet voortvloeien uit zakelijke of reglementaire gronden, maar uit "persoonlijke tegen mij gekoesterde gevoelens" van een naaste medewerker van de directeur van het Marktwezen. Kliffen spreekt van een "levensbelang", wat de urgentie van de kwestie voor hem benadrukt. Het document is een formeel afschrift, bedoeld om de burgemeester op de hoogte te stellen van een conflict binnen een gemeentelijke dienst. De brief dateert uit februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam stond op dat moment onder het bestuur van de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte. De voedselvoorziening en de marktregulering waren in deze periode uiterst precair en onderhevig aan strenge distributieregels en toenemende bureaucratische controle door zowel de gemeente als de bezetter.

Het adres van de afzender, de Uiterwaardenstraat in de Rivierenbuurt, lag in een wijk waar tijdens de oorlogsjaren veel Joodse Amsterdammers woonden. In de periode waarin deze brief werd geschreven, werden Joodse ondernemers systematisch uit het economische leven geweerd via "Arisering" en uitsluiting van markten. Hoewel de brief niet expliciet melding maakt van de achtergrond van de afzender of de specifieke aard van de "persoonlijke gevoelens", vonden dergelijke conflicten over bedrijfsbelemmeringen vaak plaats in een klimaat van politieke willekeur en toenemende rechtsonzekerheid. Kliffen tracht hier via de officiële hiërarchische weg zijn recht te halen tegen wat hij ervaart als ambtelijke rancune. E.J. Vo P. Kliffen Marktwezen

Samenvatting

In deze brief informeert P. Kliffen de burgemeester van Amsterdam over een formeel beklag dat hij heeft ingediend bij de Directeur van het Marktwezen. De kern van de klacht is dat de bedrijfsvoering van zijn groentezaken ("groenten-bedrijven") op onredelijke wijze wordt gehinderd.

Opvallend is de directe beschuldiging die Kliffen uit: de belemmeringen zouden niet voortvloeien uit zakelijke of reglementaire gronden, maar uit "persoonlijke tegen mij gekoesterde gevoelens" van een naaste medewerker van de directeur van het Marktwezen. Kliffen spreekt van een "levensbelang", wat de urgentie van de kwestie voor hem benadrukt. Het document is een formeel afschrift, bedoeld om de burgemeester op de hoogte te stellen van een conflict binnen een gemeentelijke dienst.

Historische Context

De brief dateert uit februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam stond op dat moment onder het bestuur van de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte. De voedselvoorziening en de marktregulering waren in deze periode uiterst precair en onderhevig aan strenge distributieregels en toenemende bureaucratische controle door zowel de gemeente als de bezetter.

Het adres van de afzender, de Uiterwaardenstraat in de Rivierenbuurt, lag in een wijk waar tijdens de oorlogsjaren veel Joodse Amsterdammers woonden. In de periode waarin deze brief werd geschreven, werden Joodse ondernemers systematisch uit het economische leven geweerd via "Arisering" en uitsluiting van markten. Hoewel de brief niet expliciet melding maakt van de achtergrond van de afzender of de specifieke aard van de "persoonlijke gevoelens", vonden dergelijke conflicten over bedrijfsbelemmeringen vaak plaats in een klimaat van politieke willekeur en toenemende rechtsonzekerheid. Kliffen tracht hier via de officiële hiërarchische weg zijn recht te halen tegen wat hij ervaart als ambtelijke rancune.

Genoemde Personen 2

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Meel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6