Handgeschreven verzoekschrift / zakelijke brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / zakelijke brief. 20 mei 1942 (ontvangen/gestempeld op 21 mei 1942). 20 – 5 – 42.
Wel Edele Heer
Daar wij gezamenlijk een
winkel drijven gelegen
aan de Zeedijk Nº 29, en
wij verleden jaar en tot
heden toe steeds onzen aal
toewijzing gerookt hebben
verkocht, vraag ik u be-
leefd onder de zelfde wijzen
mogen doorgaan.
Onze rooker is de Heer
H. Dammen O. Z. Voorburgwal
of Privee Binnen Oranjestr. 22.
Hoogachtend
P.A. Huijsman
en
G. Jansen – Klein
[Stempel onderaan:]
Nº 46A / 178 / M. 1942 21/5 Het document is een formeel verzoek van twee winkeliers gevestigd aan de Amsterdamse Zeedijk. De schrijfstijl is beleefd doch zakelijk ("Wel Edele Heer", "u beleefd [vragen]"). De kern van het verzoek is toestemming om de verkoop van hun "aaltoewijzing" op de bestaande wijze voort te zetten.
Opvallend is de vermelding van de "rooker", de heer H. Dammen, die blijkbaar de vis voor hen verwerkt. Er worden twee adressen voor deze roker gegeven: een zakelijk adres aan de Oudezijds Voorburgwal en een privéadres aan de Binnen Oranjestraat. De brief is voorzien van een officieel archiefstempel met een volgnummer, wat duidt op een administratieve afhandeling door een overheidsinstantie of een productschap. De brief dateert uit mei 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem en schaarste. Producten zoals paling (aal) vielen onder specifieke toewijzingen of quota.
Winkeliers moesten officiële toestemming hebben om bepaalde goederen te mogen verkopen of te laten verwerken door derden. De "aaltoewijzing" suggereert dat de winkeliers een vaste hoeveelheid vis kregen toebedeeld die zij niet zelf rookten, maar lieten roken bij een specialist (H. Dammen). De Zeedijk was in die tijd, net als nu, een centrum van handel en horeca in Amsterdam, maar stond tijdens de bezetting onder zware druk door de anti-Joodse maatregelen (de buurt was onderdeel van de oude Joodse wijk) en de algemene economische controle door de bezetter. Dit document is een direct bewijs van de bureaucratische regeldruk waar kleine ondernemers in oorlogstijd mee te maken hadden om hun nering te kunnen voortzetten.