Handgeschreven memo of ambtelijke dossiernotitie op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke dossiernotitie op gelinieerd papier. 16 september 1942 (met een latere aantekening op 30 september 1942). [Bovenaan, in kleiner handschrift:]
Aan Mooyes medegedeeld
dat hij zijn inrichting moet verkoopen en
de winkel waartoe deze is toegewezen
[Hoofdtekst, in groot handschrift:]
Hr Mooyes
heeft mij telefo-
nisch medede-
deeld, dat hij
zijn vischinricht.
heeft verkocht in
zijn winkel
Jac. Obrechtstr. 12
Inrichting bestond uit
gr. vischb., kleinere
vischkisten en is
in J.P. Heijestr (volksbuurt)
verkocht.
16-9-'42
deltan
[Rechtsboven:]
30-9
deltan
[Linker marge, verticaal geschreven in rode inkt:]
Mooyes moet te veel hebben om
voor zich zelf te behouden en heeft daarom
beneden de prijs verkocht
aan Jacob Heijermans
W. v. Heutszstraat 15
[Linksonder in kader:]
retour
aan
Insp.
B.H.
21/42
9 Het document is een verslag van een telefonische mededeling van de heer Mooyes betreffende de verkoop van zijn bedrijfsinventaris. Mooyes, eigenaar van een vishandel aan de Jacob Obrechtstraat 12, verklaart dat hij zijn "vischinrichting" (bestaande uit grote visbakken of -banken en kleinere kisten) heeft verkocht aan Jacob Heijermans, woonachtig aan de Willem van Heutszstraat 15. De goederen zijn overgebracht naar de Jan Pieter Heijestraat, die door de schrijver expliciet wordt aangeduid als een "volksbuurt".
De rode inkt in de marge voegt een kritische noot toe: de verkoop zou "beneden de prijs" hebben plaatsgevonden omdat de verkoper een overschot aan goederen had. De afkorting "Insp. B.H." onderaan suggereert dat dit document onderdeel was van een inspectiedossier, mogelijk gerelateerd aan de prijsbeheersing of de distributiecontroles tijdens de bezettingsjaren. De datering (september 1942) is cruciaal voor het begrip van dit document. In deze periode van de Tweede Wereldoorlog vonden in Amsterdam op grote schaal gedwongen verkopen en liquidaties van (met name Joodse) winkels plaats onder druk van de bezetter. De Jacob Obrechtstraat bevond zich in een welgestelde buurt met een aanzienlijke Joodse populatie. De dwingende toon in de eerste regels ("moet verkoopen") wijst op een van bovenaf opgelegde maatregel. Vishandel Mooyes was een bekende naam in de buurt; dit document legt het moment vast waarop de inventaris van de winkel werd verspreid, een proces dat vaak gepaard ging met economische ontwrichting en repressie. J.P. Heijestr