Archiefdocument
Origineel
3 augustus 1942. De waarnemend Directeur (waarschijnlijk van de Dienst der Markten of een gelieerde distributiedienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). Handgeschreven bovenin: en ter
Rechtsboven: VD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
46A/321/54 M 3 Augustus 1942.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat W. Faillé, Van
Hogendorpstraat 30 III, de hem op 17 Juli j.l. toegewezen gerookte
aal niet op zijn verkoopplaats op de Lindengracht heeft verkocht,
doch deze, naar hij mij mededeelde, heeft uitgevent. Dit zou hij
hebben gedaan, omdat de aal anders zou bederven. Dit argument kan
niet worden aanvaard, omdat de middagverdeeling op de Vischmarkt
om 2 uur aanvangt en om 2.30 uur is geeindigd. Er bestaat dan
nog voldoende gelegenheid om de toewijzing vóór 6 uur s'middags
, het sluitingsuur van de markten, op de markt te verkoopen. Er
is dan ook naar mijn mening alle aanleiding om aan te nemen, dat
Faillé zijn toewijzing in den "zwarten handel" heeft verkocht.
Ik heb Faillé voorloopig van de verdeeling geschorst, in
afwachting van de beslissing, welke U ten deze zult nemen.
De Directeur,
wnd. Deze ambtelijke brief rapporteert een overtreding van de distributieregels door een marktkoopman genaamd W. Faillé. Faillé had op 17 juli 1942 een toewijzing gerookte aal ontvangen om te verkopen op zijn vaste standplaats aan de Lindengracht in Amsterdam. In plaats daarvan heeft hij de vis "uitgevent" (langs de deuren verkocht of op straat buiten de markt om).
Faillé voert als verweer aan dat hij vreesde voor bederf van de waar. De directeur verwerpt dit argument op basis van een logistieke berekening: de vismarkt eindigde om 14:30 uur, wat Faillé nog drieënhalf uur de tijd gaf om de aal op de reguliere markt te verkopen voor de sluitingstijd van 18:00 uur. De directeur spreekt het expliciete vermoeden uit dat er sprake is van verkoop op de zwarte markt. Als sanctie is de man voorlopig geschorst van verdere toewijzingen, in afwachting van een definitief besluit door de wethouder. Het document dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1942 was de schaarste aan voedsel groot en stond vrijwel alles op de bon. De distributie van schaarse goederen zoals vis werd streng gereguleerd door de gemeente (in dit geval Amsterdam, gezien de verwijzing naar de Lindengracht en de Van Hogendorpstraat).
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam was in deze periode de pro-Duitse NSB'er Jan Feitsma (of zijn directe staf). Het toezicht op de eerlijke verdeling was cruciaal voor de openbare orde, maar ook een middel voor de bezetter en collaborateurs om controle uit te oefenen op de economie. De "zwarte handel" was een wijdverbreid fenomeen waarbij goederen buiten het bonnenstelsel om tegen woekerprijzen werden verkocht. De overheid trad hier meedogenloos tegen op, wat blijkt uit de directe schorsing van de koopman na één incident. W. Faill NSB