Officieel bericht/kennisgeving betreffende marktgelden.
Origineel
Officieel bericht/kennisgeving betreffende marktgelden. 30 september 1942. Waarschijnlijk een gemeentelijke instantie van Amsterdam (afgeleid uit de context van de Gaaspstraat en het adres van de geadresseerde). [Rechtsboven, getypt:]
HB.
[Midden boven, handgeschreven in paars:]
Insp 2x
Verzonden 30/9
[Linksboven, getypt:]
103/102/3 M.
[Rechtsonder de kop, getypt:]
30 September 1942.
[Geadresseerde, rechts getypt:]
Mevrouw J. Drukker-v. d. Kar,
Kloveniersburgwal 14 II,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 1.
[Links in de marge, getypt:]
Gaaspstraat.
[Midden, getypt:]
Vrijstelling van betaling
marktgeld:
Schuld: ƒ 3,60.
Gaaspstraat
6 September 1942
[Linksonder, getypt:]
3,60 Dit document is een formele kennisgeving van een "vrijstelling van betaling marktgeld" voor een bedrag van 3,60 gulden. De schuld heeft betrekking op de markt in de Gaaspstraat en is gedateerd op 6 september 1942. De definitieve afhandeling en verzending van dit bericht vond plaats op 30 september 1942.
De geadresseerde is Judith Drukker-van de Kar (1888-1943). De handgeschreven notitie "Verzonden 30/9" bevestigt de administratieve verwerking. De afkorting "Insp 2x" duidt waarschijnlijk op het feit dat er twee kopieën voor de inspectie zijn vervaardigd.
Het bedrag van 3,60 gulden was in die tijd een aanzienlijk bedrag voor een marktkoopman of -vrouw, zeker gezien de economische beperkingen die destijds werden opgelegd. Het document dateert uit september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De context is hier van cruciaal historisch belang:
- Vervolging: De geadresseerde, mevrouw Drukker-van de Kar, was Joods. In 1941 en 1942 vaardigde de bezetter tal van anti-Joodse maatregelen uit. Een daarvan was het verbod voor Joden om op reguliere markten te staan.
- De Markt Gaaspstraat: Vanaf de herfst van 1941 werden er in Amsterdam specifieke "Joodse markten" aangewezen. De markt aan de Gaaspstraat (in de Rivierenbuurt) was een van de weinige plekken waar Joodse kooplieden nog hun waar mochten verkopen en waar Joodse burgers mochten winkelen.
- Vrijstelling: De vrijstelling van marktgeld kan wijzen op het feit dat de koopvrouw haar werkzaamheden had moeten staken, mogelijk door de toenemende razzia's en deportaties die in de zomer van 1942 in volle gang waren gezet.
- Lot van de geadresseerde: Uit historische bronnen (zoals Joods Monument) blijkt dat Judith Drukker-van de Kar op 4 juni 1943 in Sobibor is vermoord. Dit document is een van de laatste administratieve sporen van haar leven in Amsterdam voordat zij werd gedeporteerd. J. Drukker