Brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Brief met ambtelijke kanttekeningen. 29 september 1942 (datum van verzending). Waarschijnlijk een kind van Jacob Zomerplaag, namens hemzelf. Gemeentemarktwezen Amsterdam. [Gedrukte/gestempelde kop]
Nº 103/120/1 M. 1942 2/10
Jacob Zomerplaag
Louis Bothastraat 10 hs.
AMSTERDAM
[Handgeschreven rechtsboven]
29/9-'42. A'dam.
100.
mw. Zump [?]
[Brieftekst]
M.H.
Hier door deel ik U mede dat mijn Vader van af vandaag in een werkverruimings kamp tewerk is gesteld.
Mijn vader had een vaste standplaats op de markt Gaaspstraat onder No. 116.
Daarom verzoek ik U namens mijn Vader ontheffing van betaling.
Vertrouwende dat U aan mijn verzoek zult voldoen teken ik U bij voorbaat dankend hoogachtend,
[Handtekening]
[Annotatie in rood links]
1/10 ip Telef. verzocht plaats aan te houden Zomerplaag komt volgende week waarschijnlijk weer thuis
[Paraaf: Rottier?]
[Annotatie midden rechts]
Secr.
m.i. aanhouden tot volgende week zaterdag; omroepen indien dan geen nader bericht is ontvangen.
[Paraaf] 2/10 '42
acc. [akkoord] 5-10-42 [Paraaf: d'Ailly?]
[Annotatie rechtsonder]
H. van Noorkerken,
weet u iets van Z. af?
Wordt plaats thans ingenomen?
Wordt verzoek om ass[istentie] gehandhaafd?
[Paraaf] 26/10 '42
Zomerplaag komt niet meer. Hoogezand?
en heeft 8 wk marktgeld schuld.
[Annotatie linksonder]
Waarschuwen wegens wanbetaling - daarna zo mogelijk - opzeggen
7/11 '42
[Paraaf]
Opzeggen 16-11-'42 [Paraaf] Het document toont de tragische overgang van een hoopvolle verwachting naar de harde realiteit. De familie denkt eind september nog dat vader Jacob "volgende week waarschijnlijk weer thuis" komt. De term "werkverruimingskamp" was in 1942 een eufemisme voor de werkkampen van de werkverschaffing waar Joodse mannen werden verzameld, vaak als voorstadium voor deportatie naar Westerbork.
De ambtelijke molen maalt echter door. De focus van de gemeenteambtenaren ligt niet op het lot van de persoon, maar op de administratieve afwikkeling van de marktplaats (Gaaspstraat 116) en de openstaande schulden.
Opmerkelijk is de verschuiving in de tonen van de aantekeningen:
1. 1 oktober: Men houdt de plaats nog even vast.
2. 26 oktober: Men concludeert "Zomerplaag komt niet meer" en noemt "Hoogezand" (verwijzend naar kampen in het noorden, zoals Westerbork of de omliggende werkkampen).
3. 7 november: De focus verschuift volledig naar de "wanbetaling". Men adviseert de standplaats op te zeggen.
4. 16 november: De definitieve beslissing: "Opzeggen". Jacob Zomerplaag (geboren op 24 februari 1883) was een Joodse marktkoopman in Amsterdam. Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) blijkt dat de hoop van de familie op zijn terugkeer vergeefs was. Jacob Zomerplaag werd vanuit een werkkamp gedeporteerd naar het doorgangskamp Westerbork en vandaar naar het vernietigingskamp Auschwitz.
Hij werd daar vermoord op 2 november 1942.
Het is wrang om te zien dat de Amsterdamse ambtenaren op 7 november 1942 nog schreven over "waarschuwen wegens wanbetaling", terwijl Jacob op dat moment al vijf dagen dood was. Dit document illustreert de "banaliteit van het kwaad" in de vorm van een kille, gemeentelijke administratie die standplaatsvergunningen intrekt van mensen die naar hun dood zijn gestuurd. H. van Noorkerken M.H.