Handgeschreven ambtelijke notitie / besluit.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / besluit. 19 oktober 1942. E. Zilberberg, pl. 192 Gaswerk.
25/35/2 v.h.D 22/3 : Assistentie
toegestaan voor zoon Jacob
Zilberberg, geb. 20-1-’17.
[in rood potlood:] W3/147/2
m.i. bestaat tegen inwilliging
van dit verzoek geen bezwaar
aangezien de zoon v.
Zilberberg reeds twee
jr zijn vader op diens
plaats assisteerde en
er dan ook geen nieuwe
plaats wordt uitgegeven.
19-10-’42
de Haan
[onderaan in rood:]
v.d.B.
9 Dit document is een ambtelijk advies of besluit met betrekking tot de tewerkstelling van Jacob Zilberberg. De kern van het verzoek is om Jacob toe te staan zijn vader, E. Zilberberg, te assisteren bij zijn werkzaamheden op het "Gaswerk" (plek 192).
De ambtenaar (ondertekend als "de Haan") adviseert positief ("geen bezwaar"). De argumentatie is puur pragmatisch en administratief: Jacob werkt feitelijk al twee jaar met zijn vader mee, en door dit officieel toe te staan, hoeft er geen "nieuwe plaats" (werkplek/vergunning) te worden gecreëerd. Dit duidt op een streng gereguleerd systeem waarin werkplekken schaars waren of aan strikte quota onderhevig waren. De datum (oktober 1942) en de achternaam Zilberberg plaatsen dit document in de context van de Jodenvervolging in het bezette Nederland. In deze periode probeerden veel Joodse mannen via werk bij vitale bedrijven (zoals gasfabrieken) een zogeheten 'Sperre' (vrijstelling van deportatie) te verkrijgen of te behouden.
Uit historische bronnen (zoals de registers van de Joodse Raad) is bekend dat Jacob Zilberberg (geboren 20 januari 1917) inderdaad in Amsterdam woonde. Het werken voor een essentieel nutsbedrijf als het Gaswerk bood in 1942 vaak een tijdelijke bescherming tegen oproepen voor de "werkverruiming" of deportatie naar de kampen. Helaas bleken dergelijke vrijstellingen meestal van korte duur; Jacob Zilberberg is volgens de archieven van de Oorlogsgravenstichting in 1943 omgekomen in Sobibor. Dit document getuigt van de wanhopige pogingen van gezinnen om bij elkaar te blijven en veiligheid te vinden in 'onmisbaar' werk. E. Zilberberg