Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). Circa november 1942 (afgeleid uit de kanttekeningen). E. de Leeuw, Snoekjesgracht 3, Amsterdam. Nu ben ik tot heden nog niet gesperd
al hoe wel ik toch jaren op de markt sta
Ik kan toch ook niet helpen, dat
door al die omstandigheden mijn
markt kaart soo laat is in gevuld
Gaarne verzoek ik UEd of het u
mogelijk is daar verandering in te
brengen waardoor ik ook mijn
sper vergunning of sper bewijs in mijn
bezit kan krijgen
Ik ben nog in het bezit van U
marktvergunning van het jaar 1935
Dus wel een bewijs ik jaren de
markt bezoekt
Ik hoop U hiermede voldoende
te hebben ingelicht en verzoek
UEd tevens beleefd, of het u
mogelijk is dat ik ook gesperd
kan worden, het geen ik gaarne
zou willen.
Ik sta soo wel klein 40 jaren op
de markt.
Hopen de van UEd een gunstig
antwoord te mogen ontvangen
Bij voorbaat mijn dank
Hoogachtend
E de Leeuw
Snoekjesgracht 3
A’dam
[Linksonder:]
Zoo noodig zal ik wel
bij U komen.
als dit mogelyk is.
[Marginale notities:]
opbergen 30-11-42 [doorgehaald]
20/11 G.
Oproepen 25-11-42 de Haer In deze brief verzoekt E. de Leeuw om een 'Sperre' (vrijstelling van deportatie). De schrijver voert aan dat hij al bijna 40 jaar als marktkoopman werkzaam is en in het bezit is van een marktvergunning uit 1935. Hij verontschuldigt zich voor het feit dat zijn "marktkaart" (registratie) door omstandigheden te laat is ingevuld.
De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel ("UEd", "beleefd"), wat typerend is voor de correspondentie met officiële instanties in die tijd. De marginale notities wijzen op een ambtelijke afhandeling: de brief is op 20 november binnengekomen, er is een instructie om de persoon op 25 november op te roepen (mogelijk voor een controle of gesprek door een zekere "de Haer"), en de initiële instructie om het document op te bergen is doorgestreept. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een 'Sperre' was een begeerd stempel of bewijs dat de houder (tijdelijk) vrijstelde van deportatie naar de concentratie- en vernietigingskampen. Joodse Amsterdammers probeerden op basis van hun beroep of onmisbaarheid een dergelijke status te verkrijgen via de Joodsche Raad of de Duitse autoriteiten.
De Snoekjesgracht lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De datum (november 1942) valt in een periode waarin de deportaties vanuit Amsterdam in volle gang waren en de druk op de Joodse bevolking om een 'Sperre' te bemachtigen immens was. Het feit dat de schrijver al 40 jaar op de markt staat, duidt op een poging om zijn sociaal-economische geworteldheid en legitimiteit aan te tonen in een systeem dat steeds meer rechten ontnam. E. de Leeuw G.