Archief 745
Inventaris 745-409
Pagina 277
Dossier 100
Jaar 1943
Stadsarchief

Doorslag van een getypte ambtelijke brief.

16 juni 1943. Van: De Directeur en de Gemeentelijk Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden.

Origineel

Doorslag van een getypte ambtelijke brief. 16 juni 1943. De Directeur en de Gemeentelijk Adviseur voor Voedings- en Distributieaangelegenheden. 46a/197/24. 1. 16 Juni 1943.
vD/HB.

extra (handgeschreven)

Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

In bijlage dezes hebben de ondergetee-
kenden de eer U een afschrift te zenden van
een d.d. 28 Mei jl. van de Nederlandsche
Visscherij-centrale ontvangen brief over
Marie Jansen en het concept voor een ant-
woord, dat de eerste ondergeteekende hierop
aan de Nederlandsche Visscherij-centrale
denkt te sturen.

Beleefd verzoeken wij U ons mede te
deelen of U aan dit concept Uw goedkeuring
kunt hechten.

De Directeur,

De Gemeentelijk Advi-
seur voor Voedings-
en Distributieaange-
legenheden, * Vorm: Het betreft een officiële correspondentie binnen een gemeentelijk apparaat tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het document is een doorslag (carbonkopie), herkenbaar aan de ietwat vage letters en het dunne papier.
* Inhoud: Twee ambtenaren (de directeur en de adviseur distributie) leggen een conceptbrief voor aan de verantwoordelijk wethouder. De kwestie betreft correspondentie met de Nederlandsche Visscherij-centrale over een persoon genaamd Marie Jansen.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en hoffelijk ("hebben de eer U", "beleefd verzoeken wij U"), wat typerend is voor de ambtelijke stijl van die tijd. De spelling is de toen geldende spelling (bijv. "Visscherij", "ondergeteekende").
* Administratieve sporen: Links zijn gaatjes of beschadigingen zichtbaar waar het document mogelijk aan andere stukken gehecht is geweest. De handgeschreven aantekening "extra" bovenin suggereert een prioriteit of een specifieke rubricering in het archief. Dit document stamt uit juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en distributie een van de meest kritieke taken van het lokale bestuur. De "Nederlandsche Visscherij-centrale" (NVC) was een door de bezetter ingesteld orgaan dat toezicht hield op de visserij en de verwerking van vis.

Dat de wethouder persoonlijk goedkeuring moet geven aan een antwoord betreffende een individueel persoon (Marie Jansen), wijst erop dat de zaak ofwel politiek gevoelig was, of dat de hiërarchie in het oorlogsbestuur zeer strikt werd nageleefd. Marie Jansen kan een medewerkster zijn geweest, of iemand die een specifieke aanvraag of klacht had ingediend bij de visserij-autoriteiten. De brief illustreert de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee zelfs in oorlogstijd persoonlijke dossiers werden afgehandeld.

Samenvatting

  • Vorm: Het betreft een officiële correspondentie binnen een gemeentelijk apparaat tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het document is een doorslag (carbonkopie), herkenbaar aan de ietwat vage letters en het dunne papier.
  • Inhoud: Twee ambtenaren (de directeur en de adviseur distributie) leggen een conceptbrief voor aan de verantwoordelijk wethouder. De kwestie betreft correspondentie met de Nederlandsche Visscherij-centrale over een persoon genaamd Marie Jansen.
  • Taalgebruik: Het taalgebruik is uiterst formeel en hoffelijk ("hebben de eer U", "beleefd verzoeken wij U"), wat typerend is voor de ambtelijke stijl van die tijd. De spelling is de toen geldende spelling (bijv. "Visscherij", "ondergeteekende").
  • Administratieve sporen: Links zijn gaatjes of beschadigingen zichtbaar waar het document mogelijk aan andere stukken gehecht is geweest. De handgeschreven aantekening "extra" bovenin suggereert een prioriteit of een specifieke rubricering in het archief.

Historische Context

Dit document stamt uit juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening en distributie een van de meest kritieke taken van het lokale bestuur. De "Nederlandsche Visscherij-centrale" (NVC) was een door de bezetter ingesteld orgaan dat toezicht hield op de visserij en de verwerking van vis.

Dat de wethouder persoonlijk goedkeuring moet geven aan een antwoord betreffende een individueel persoon (Marie Jansen), wijst erop dat de zaak ofwel politiek gevoelig was, of dat de hiërarchie in het oorlogsbestuur zeer strikt werd nageleefd. Marie Jansen kan een medewerkster zijn geweest, of iemand die een specifieke aanvraag of klacht had ingediend bij de visserij-autoriteiten. De brief illustreert de bureaucratische zorgvuldigheid waarmee zelfs in oorlogstijd persoonlijke dossiers werden afgehandeld.

Gerelateerde Documenten 6