Ambtelijke correspondentie (brief).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (brief). Onbekend (vermoedelijk een lokale ambtenaar of controleur van de visvoorziening). De Directie van de N.V.C. (Nederlandsche Vischcentrale). A’dam, 15/6 1943
Dir. N.V.C.
Naar aanleiding van Uw
brief dd. 28 Mei jl. no. 14349/
VI V.V., bericht ik U, dat
Marie Jansen reeds vóór den
oorlog, in ieder geval vóór dat
te A’dam officieel met
de vischverdeeling een aanvang
werd gemaakt (18 Mei 1942)
met Willem Botter was
gehuwd. De toewijzing heeft
dan ook vanaf den aanvang
~~der vischverdeeling~~ op naam van W. Botter gestaan.
Aanvankelijk was deze toewijzing
groot 120 halve kg. doch deze
is, ingevolge Uw opdracht
dd. 7 Juli 1942 no. 14460 V/V.V.
gebracht op 200 halve kg.
W. Botter is eenige
weken geleden als visscherij-
[einde pagina] * Kern van de brief: De brief dient om een misverstand in de administratie op te helderen. Men wilde weten waarom een toewijzing op naam van Willem Botter stond terwijl men wellicht Marie Jansen in het dossier had. De schrijver legt uit dat zij reeds voor de invoering van de officiële distributie getrouwd waren.
* Kwantiteit: Er is sprake van een aanzienlijke verhoging van de toewijzing: van 120 naar 200 "halve kg" (oftewel van 60 kg naar 100 kg). Gezien deze grote hoeveelheid betreft het hier waarschijnlijk geen individueel rantsoen voor een huishouden, maar een toewijzing voor een bedrijf, winkel of instelling (mogelijk een visdetailhandel of een gaarkeuken).
* Correcties: In de tekst is een doorhaling zichtbaar ("der vischverdeeling") waarbij de correctie "op naam van" boven de regel is ingevoegd om de zin lopend te maken.
* Terminologie: De afkorting "V.V." staat hoogstwaarschijnlijk voor Voedselvoorziening, de overheidsinstantie die tijdens de bezetting de distributie reguleerde. Dit document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog in bezet Nederland. De Nederlandsche Vischcentrale (N.V.C.) werd door de bezetter opgericht om de handel in en distributie van vis volledig te controleren. Vanaf mei 1941 werd vis een schaars goed en ging het "op de bon".
De datum 18 mei 1942, die in de brief wordt genoemd, markeert het punt waarop de visdistributie in Amsterdam strikter gereguleerd werd. De brief illustreert de verregaande bureaucratisering tijdens de oorlogsjaren, waarbij zelfs de huwelijkse staat van individuen relevant was voor het bepalen van de rechtmatigheid van voedseltoewijzingen. De laatste onvoltooide zin suggereert dat Willem Botter recent een nieuwe functie of status heeft gekregen binnen de visserij-sector, wat mogelijk de reden was voor de controle.