Ambtsbrief/Memorandum.
Origineel
Ambtsbrief/Memorandum. 22 juni 1943 (verzonden op 23 juni 1943). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of de Visafslag). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen. [Links boven, handgeschreven in blauw]: Verzonden 23/6
[Rechts boven, handgeschreven in blauw]: Jmp [?]
[Links]: 46c/367lb M. 1
[Midden]: 22 Juni 1943.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
In bijlage dezes doe ik U toekomen een afschrift van een op 7 Juni jl. door een ambtenaar van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat S. de Ruyg, Kl. Kattenburgerstraat 138 huis, alhier, zich heeft schuldig gemaakt aan het onttrekken van visch aan den verkoop.
Op grond hiervan heb ik De Ruyg voornoemd voorloopig van de verdeeling van visch geschorst.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van den Burgemeester De Ruyg voornoemd, voor den tijd van 4 maanden van de verdeeling van visch aan den afslag alhier wordt uitgesloten.
De Directeur,
[Onderaan, handgeschreven in blauw]: Besluit Burg. komt nog. 14/8 1943 bj. * Kernboodschap: De directeur rapporteert een overtreding door ene S. de Ruyg, woonachtig aan de Kleine Kattenburgerstraat 138 te Amsterdam. De man wordt ervan beschuldigd vis aan de officiële verkoop te hebben onttrokken (waarschijnlijk ten gunste van de zwarte markt of eigen gebruik).
* Maatregelen: De directeur heeft de betrokkene reeds voorlopig geschorst. Hij verzoekt de wethouder om een formeel besluit van de burgemeester uit te lokken om de man voor vier maanden volledig uit te sluiten van de visafslag.
* Status: Uit de handgeschreven krabbel onderaan blijkt dat het formele burgemeestersbesluit op 14 augustus 1943 nog in afwachting was. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1943 was er sprake van grote schaarste en stonden bijna alle levensmiddelen, waaronder vis, op de bon. Het "onttrekken aan de verkoop" was een ernstig economisch delict omdat het de gecontroleerde distributie van voedsel ondermijnde.
De Kattenburgerstraat ligt in de Amsterdamse Marinabuurt (Oostelijke Eilanden), een wijk die van oudsher nauw verbonden was met de visserij en scheepvaart. De controle op de visafslag was streng om te voorkomen dat schaars eiwitrijk voedsel in het illegale circuit verdween. De betrokkenheid van zowel de Wethouder voor Levensmiddelen als de Burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) onderstreept de ernst waarmee dergelijke overtredingen in oorlogstijd werden behandeld. S. de Ruyg Marktwezen