Archiefdocument
Origineel
Nº 612 L.M. 1939
No. 71/146ᶜ P.W.1938.
Uitsluiting van een tweetal aannemers van opdrachten van de Gemeente en oninbaarverklaring van een vordering op hen.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Nº 1/59/M. 1939 ^20/7
Vrijdag 14 Juli 1939.
[Handgeschreven paraaf in rechterbovenhoek: Markhw.]
[Linkermarge:]
Gezien
wp
ha
De Wethouder voor de Openbare Gezondheid en het Ziekenhuiswezen voor den Wethouder voor de Publieke Werken herinnert de vergadering aan haar besluit van 23 September 1938, no. 71/146ᵃ P.W.1938, waarbij:
1o. W.Mooij en J.de Jong, alhier, met de uitvoering van het aan hun opgedragen werk (het leggen, opnemen en herleggen van straatriolen op diverse plaatsen in Amsterdam-Oost en -Zuid, met bijkomende werken) in gebreke werden verklaard;
2o. het onder 1o bedoelde werk werd opgedragen aan M.F.de Bakker en H.van Wijk, alhier, voor f.7750.-;
3o. werd bepaald, dat de ten laste van de Gemeente komende meerdere kosten op de onder 1o bedoelde aannemers zouden worden verhaald.
De Wethouder voornoemd deelt vervolgens mede:
dat de meerdere kosten hebben bedragen f.50.-;
dat de meergenoemde aannemers na herhaalde aanmaning in gebreke zijn gebleven voormeld bedrag te betalen;
dat het z.i. niet gewenscht is een besluit van den Raad uit te lokken tot het voeren van een proces, ter invordering van gemeld bedrag, omdat daarmede voor de Gemeente belangrijke kosten zijn gemoeid.
Na bespreking wordt door de vergadering - lettende op het rapport van den Directeur der Publieke Werken, dd. 23 Juni 1939, No. 6370/Doss 30705 Adm. - besloten:
I het bovengenoemde bedrag ad f.50.-, zijnde het verschil tusschen de aannemingssom van M.F.de Bakker en H.van Wijk en die van W.Mooij en J.de Jong, oninbaar te verklaren;
II de aannemers W.Mooij en J.de Jong voornoemd voor den tijd van 3 jaren uit te sluiten van opdrachten van de Gemeente.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Publieke Werken (5 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), het Pensioenbureau en den Gemeente-ontvanger.
Voor eensluidend extract,
de Secretaris, Dit document is een formeel besluit van het Amsterdamse college van B&W. Het legt de afwikkeling vast van een geschil met de aannemers W. Mooij en J. de Jong. Deze aannemers waren tekortgeschoten bij werkzaamheden aan de riolering in Amsterdam-Oost en -Zuid. De gemeente liet het werk door anderen voltooien, wat een extra kostenpost van 50 gulden opleverde.
Het besluit bevat twee kernpunten:
1. De vordering van 50 gulden wordt als oninbaar beschouwd. De kosten van een juridische procedure zouden immers hoger uitvallen dan het te vorderen bedrag.
2. Als disciplinaire maatregel worden de betrokken aannemers voor drie jaar uitgesloten van deelname aan gemeentelijke aanbestedingen.
Het document illustreert de administratieve zorgvuldigheid waarmee zelfs relatief kleine bedragen en zakelijke conflicten werden afgehandeld en gearchiveerd. De datum van het besluit, 14 juli 1939, plaatst dit document in de laatste maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de gemeente Amsterdam volop bezig met de uitbreiding en modernisering van de stadsinfrastructuur, waaronder de riolering in de relatief nieuwe wijken in Oost en Zuid.
De tekst geeft een inkijkje in de ambtelijke hiërarchie en procedures: de ene wethouder vervangt de andere, er wordt verwezen naar eerdere besluiten en rapporten van de directeur van Publieke Werken, en de verspreiding van het besluit over diverse afdelingen (waaronder het Pensioenbureau en de Gemeente-ontvanger) toont de verwevenheid van de gemeentelijke administratie aan. De genoemde 50 gulden was in 1939 een bedrag waar een gemiddelde arbeider ongeveer twee weken voor moest werken. J. de Jong W. Het W. Mooij Gemeente Amsterdam Publieke Werken