Archief 745
Inventaris 745-295
Pagina 6
Dossier 55
Jaar 1939
Stadsarchief

Zakelijke correspondentie (typschrift op briefpapier).

31 maart 1939. Van: N. Hagenaar, Fruithandel (specialist in Fyffes bananen), gevestigd aan de Centrale Markthallen, Loods No. 18 – Pier E, Amsterdam. Aan: De Directeur van Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam (West). Dossier: 18

Origineel

Zakelijke correspondentie (typschrift op briefpapier). 31 maart 1939. N. Hagenaar, Fruithandel (specialist in Fyffes bananen), gevestigd aan de Centrale Markthallen, Loods No. 18 – Pier E, Amsterdam. De Directeur van Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam (West). [Briefhoofd]
N. HAGENAAR
FRUITHANDEL
BINNEN- EN BUITENLANDSCH FRUIT
SPECIAAL FIJFFES BANANEN.
CENTRALE MARKTHALLEN
LOODS No. 18 - PIER E.
AMSTERDAM-PURMEREND.
VALKENBURGERSTRAAT 102
AMSTERDAM. TEL. 48769.
GEM. GIRO A’DAM H 5799.

[Datum en Adressering]
Amsterdam, 31 Maart 1939.
(Handgeschreven: m. Dir!)

Den Heer Directeur
van Marktwezen
Jan van Galenstraat
AMSTERDAM(WEST).

[Inhoud]

Naar aanleiding van het onderhoud wat ik met U mocht hebben op 30 Maart j.l, verband houdende met een huurovereenkomst betreffende loods 18 pier E, deel ik U mede, na inzage van het huurcontract, uw zienswijze hieromtrent niet te kunnen deelen en wel op onderstaande gronden.

Allereerst is bedoelde loods volgens contract verhuurd aan een firma die nimmer heeft bestaan en ook thans niet bestaat n.l. de firma N. Hagenaar en D. Appelboom. Reeds op grond van dit feit, is m.i. de rechtsgeldigheid aanvechtbaar. Bovendien werd herhaalde malen door uw dienst voor de helft gedisponeerd by N. Hagenaar, evenzoo voor de helft by D. Appelboom. Hieruit blykt wel zeer duidelijk, dat deze loods werd verhuurd aan twee vry van elkaar staande menschen. Een firma ontvangt toch zeker geen twee quitanties per maand. Op grond hiervan meent ondergeteekende dan ook, slechts aansprakelyk gesteld te kunnen worden voor de helft van de huurpenningen en zal dan ook hangende het onderzoek slechts dit deel der huur overmaken. Dat ook U deze meening bent toegedaan, is gebleken uit uw uitlatingen in bovengenoemd onderhoud. U wilde immers uw medewerking verleenen om by de terugkeer van D. Appelboom op de markt, de door hem nog verschuldigde huurpenningen, doch die inmiddels door N. Hagenaar werden betaald, terug te vorderen. Tevens sluit dit in, dat U gezien het niet nakomen van de verplichtingen door D. Appelboom, vryheid van handelen heeft.

Ik heb U reeds schriftelyk en op 30 Maart j.l. bovendien mondeling medegedeeld, dat het niet mijn bedoeling is om op grond van bovenstaande feiten my te onttrekken aan de betaling van een gedeelte der huurpenningen, integendeel ik ben slechts van meening op grond van het bestaande contract alleen verschuldigd te zijn de helft der huur, doch stel voor het bestaande contract te doen vervallen en hiervoor in de plaats te doen stellen een nieuw contract uitsluitend op naam van N. Hagenaar.

Hiermede is in de eerste plaats uw dienst gebaat, immers zy is verzekerd van de verschuldigde huurpenningen en lijdt geen enkel financieel nadeel. Bovendien is de fout der firmanaam op het thans geldende contract gerectificeerd. Thans is de Heer D. Appelboom eenige maanden huur schuldig aan N. Hagenaar en moet deze hem straks op grond van het bestaande contract even zoo goed weer toegang tot de loods verleenen. Dit is toch wel buitengewoon onbillyk. Gaarne hoop ik, dat U deze zaak zelf kunt regelen In dit schrijven kaart de heer N. Hagenaar een juridisch-zakelijk geschil aan betreffende de huur van een loods in de Centrale Markthallen. De kern van het probleem is een ondeugdelijk huurcontract dat is opgesteld op naam van een niet-bestaande firma ("N. Hagenaar en D. Appelboom").

Hagenaar voert twee hoofdargumenten aan:
1. Juridische ongeldigheid: Omdat de firma niet bestaat, is het contract volgens hem aanvechtbaar.
2. Feitelijke praktijk: De gemeente stuurde voorheen twee aparte kwitanties (één naar Hagenaar, één naar Appelboom), waarmee de dienst Marktwezen de huurders impliciet als afzonderlijke entiteiten erkende.

Het conflict is ontstaan doordat de medehuurder, Appelboom, zijn deel van de huur niet betaalt. Hagenaar heeft dit tot dusver voorgeschoten, maar weigert dit nu voort te zetten. Hij stelt een pragmatische oplossing voor: het oude contract ontbinden en een nieuw contract afsluiten enkel op zijn naam. Dit zou de gemeente betalingszekerheid bieden en Hagenaar verlossen van de "onbillijke" situatie waarin hij moet betalen voor een ruimte waar Appelboom juridisch gezien nog steeds aanspraak op maakt. De brief dateert uit maart 1939, een periode waarin de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) het kloppend hart vormden van de Amsterdamse voedselvoorziening. De bureaucratie rondom de verhuur van de loodsen was strikt, maar zoals uit deze brief blijkt, niet altijd foutloos.

Interessant is de vermelding van "Speciaal Fijffes Bananen". Hagenaar was blijkbaar een gespecialiseerde tussenhandelaar. De brief weerspiegelt de zakelijke spanningen in de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, waarbij handelaren vochten voor hun positie en juridische zekerheid binnen de gemeentelijke marktstructuur. Het document geeft inzicht in de administratieve afwikkeling van huurgeschillen bij de gemeentelijke overheid in de jaren '30. D. Appelboom N. Hagenaar Marktwezen

Samenvatting

In dit schrijven kaart de heer N. Hagenaar een juridisch-zakelijk geschil aan betreffende de huur van een loods in de Centrale Markthallen. De kern van het probleem is een ondeugdelijk huurcontract dat is opgesteld op naam van een niet-bestaande firma ("N. Hagenaar en D. Appelboom").

Hagenaar voert twee hoofdargumenten aan:
1. Juridische ongeldigheid: Omdat de firma niet bestaat, is het contract volgens hem aanvechtbaar.
2. Feitelijke praktijk: De gemeente stuurde voorheen twee aparte kwitanties (één naar Hagenaar, één naar Appelboom), waarmee de dienst Marktwezen de huurders impliciet als afzonderlijke entiteiten erkende.

Het conflict is ontstaan doordat de medehuurder, Appelboom, zijn deel van de huur niet betaalt. Hagenaar heeft dit tot dusver voorgeschoten, maar weigert dit nu voort te zetten. Hij stelt een pragmatische oplossing voor: het oude contract ontbinden en een nieuw contract afsluiten enkel op zijn naam. Dit zou de gemeente betalingszekerheid bieden en Hagenaar verlossen van de "onbillijke" situatie waarin hij moet betalen voor een ruimte waar Appelboom juridisch gezien nog steeds aanspraak op maakt.

Historische Context

De brief dateert uit maart 1939, een periode waarin de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934) het kloppend hart vormden van de Amsterdamse voedselvoorziening. De bureaucratie rondom de verhuur van de loodsen was strikt, maar zoals uit deze brief blijkt, niet altijd foutloos.

Interessant is de vermelding van "Speciaal Fijffes Bananen". Hagenaar was blijkbaar een gespecialiseerde tussenhandelaar. De brief weerspiegelt de zakelijke spanningen in de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, waarbij handelaren vochten voor hun positie en juridische zekerheid binnen de gemeentelijke marktstructuur. Het document geeft inzicht in de administratieve afwikkeling van huurgeschillen bij de gemeentelijke overheid in de jaren '30.

Genoemde Personen 2

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Bananen A.G.F. (Fruit): Fruit Huishoudelijk: Pan Olie & Techniek: Lood Olie & Techniek: Olie Textiel & Kleding: Band Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6