Archief 745
Inventaris 745-297
Pagina 13
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/nota met handgeschreven kanttekeningen.

24 januari 1939. Van: Vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt (gezien de context van de adressering en inhoud).

Origineel

Getypte ambtelijke brief/nota met handgeschreven kanttekeningen. 24 januari 1939. Vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt (gezien de context van de adressering en inhoud). [Rechtsboven handgeschreven:] W. Lisman
[Rechtsboven getypt:] VP/G.
[Midden handgeschreven:] extra

[Linksboven:]
68/1/7 M.
n 2
24 Januari 1939.

Opmerkingen Directeur der
Gasfabrieken inzake concept-
overeenkomst spoorverbinding
Centrale Markt, enz.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 2 dezer om advies ontvangen stukken no. 187 L.M.1937 heb ik de eer U te berichten, dat de door myn Ambtgenoot van de Gasfabrieken voorgestelde wyzigingen der concept-overeenkomst hoofdzakelyk op zyn bedryf en niet op de Centrale Markt betrekking hebben, weshalve ik my er, behoudens het navolgende, mede vereenig.

Artikel 4. Door in dit artikel op te nemen, dat de Spoorwegen "binnen een jaar nadat de overeenkomst door partyen zal zyn onderteekend" de in het artikel genoemde sporen en wissels moeten opbreken, worden myns inziens de Spoorwegen tegenover de Gemeente in een voordeeliger positie gebracht, dan in het met my besproken concept was voorgesteld. Ingevolge artikel 14 lid 2 van het concept treedt de verplichting van artikel 4 in werking den dag volgende op dien, waarop de overeenkomst door beide partyen is geteekend. Met andere woorden vanaf dien dag zyn de Spoorwegen, krachtens het ongewyzigde concept verplicht om de in artikel 4 bedoelde sporen en wissels op te breken. Deze verplichting moet, op grond van artikel 1374 lid 3 B.W. te goeder trouw worden uitgevoerd; ik meen, dat de goede trouw zou zyn geschonden indien de Spoorwegen niet binnen een redelyken tyd, byvoorbeeld van ten hoogste drie maanden na de onderteekening, de bedoelde werkzaamheden zouden hebben uitgevoerd. Volgens het gewyzigde concept behoeven de Spoorwegen slechts te zorgen, * Inhoud: De brief is een formeel advies aan de wethouder over een conceptovereenkomst tussen de gemeente en de Spoorwegen. De schrijver stemt in met de meeste wijzigingen die door zijn collega van de Gasfabrieken zijn voorgesteld, omdat deze specifiek de Gasfabrieken betreffen. Hij maakt echter bezwaar tegen een specifieke wijziging in Artikel 4.
* Juridisch aspect: De auteur voert een juridisch argument aan op basis van artikel 1374 lid 3 van het toenmalige Burgerlijk Wetboek (B.W.), waarin staat dat overeenkomsten te goeder trouw moeten worden uitgevoerd. Hij vindt een termijn van een jaar voor het opbreken van sporen te ruim en stelt dat drie maanden redelijker zou zijn.
* Taalgebruik: Het document hanteert de pre-1947 spelling (bijv. 'myn', 'partyen', 'wyzigingen', 'redelyken'). De toon is strikt ambtelijk en eerbiedig ("heb ik de eer U te berichten"). Dit document stamt uit januari 1939, een periode waarin de infrastructuur rondom de Amsterdamse Centrale Markt (het huidige Food Center Amsterdam) en de nabijgelegen Westergasfabriek volop in ontwikkeling was. De logistieke verbinding per spoor was essentieel voor de aanvoer van zowel levensmiddelen voor de markt als steenkool voor de gasproductie. De discussie over het 'opbreken van sporen' duidt mogelijk op een herinrichting van het terrein of een aanpassing in de exploitatie door de Nederlandse Spoorwegen (NS). De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het belang van de Centrale Markt voor de voedselvoorziening van de stad vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een formeel advies aan de wethouder over een conceptovereenkomst tussen de gemeente en de Spoorwegen. De schrijver stemt in met de meeste wijzigingen die door zijn collega van de Gasfabrieken zijn voorgesteld, omdat deze specifiek de Gasfabrieken betreffen. Hij maakt echter bezwaar tegen een specifieke wijziging in Artikel 4.
  • Juridisch aspect: De auteur voert een juridisch argument aan op basis van artikel 1374 lid 3 van het toenmalige Burgerlijk Wetboek (B.W.), waarin staat dat overeenkomsten te goeder trouw moeten worden uitgevoerd. Hij vindt een termijn van een jaar voor het opbreken van sporen te ruim en stelt dat drie maanden redelijker zou zijn.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de pre-1947 spelling (bijv. 'myn', 'partyen', 'wyzigingen', 'redelyken'). De toon is strikt ambtelijk en eerbiedig ("heb ik de eer U te berichten").

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1939, een periode waarin de infrastructuur rondom de Amsterdamse Centrale Markt (het huidige Food Center Amsterdam) en de nabijgelegen Westergasfabriek volop in ontwikkeling was. De logistieke verbinding per spoor was essentieel voor de aanvoer van zowel levensmiddelen voor de markt als steenkool voor de gasproductie. De discussie over het 'opbreken van sporen' duidt mogelijk op een herinrichting van het terrein of een aanpassing in de exploitatie door de Nederlandse Spoorwegen (NS). De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept het belang van de Centrale Markt voor de voedselvoorziening van de stad vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

Kooplieden in dit dossier 64

Gerelateerde Documenten 6