Afschrift van een officiële correspondentie (typewerk).
Origineel
Afschrift van een officiële correspondentie (typewerk). 25 april 1939 (met een handgeschreven aantekening van 29 april 1939). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen (F. van Meurs). De Heer Directeur van het Marktwezen (Dr. A. v.d. Laan). No. 69/1/7 M. 1939 26/4 AFSCHRIFT
No. 305 L.M. 1939.
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en
Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen heeft de
eer deze stukken te doen toekomen aan den Heer
Directeur van het Marktwezen
onder mededeeling van oordeel te zijn, dat het
ongewenscht is het winkelhuis Jan van Galenstraat
18 aan A. Eppinga te verhuren.
De stukken worden gaarne terugverwacht.
Amsterdam, 25 April 1939.
De Wethouder
F. van Meurs.
Kennisgenomen:
De Directeur van het Marktwezen,
w.g. Dr. A. v.d. Laan.
[Handgeschreven in inkt]
Wederom gezonden
raadhuis 29/4 '39
[onleesbare paraaf] Dit document is een formeel afschrift van een besluit van de Amsterdamse wethouder F. van Meurs. De kern van de boodschap is een negatief advies of besluit omtrent het verhuren van een winkelpand aan de Jan van Galenstraat 18 aan een zekere A. Eppinga. De wethouder kwalificeert deze verhuur als "ongewenscht", zonder in dit specifieke schrijven de redenen daarvoor expliciet te noemen.
Het document illustreert de hiërarchische en administratieve gang van zaken binnen de gemeente Amsterdam in die tijd. De wethouder stuurt de stukken naar de Directeur van het Marktwezen, die de mededeling voor kennisgeving aanneemt (zoals blijkt uit de vermelding "Kennisgenomen"). De handgeschreven aantekening onderaan duidt op de verdere logistieke afhandeling: de stukken zijn op 29 april 1939 weer teruggestuurd naar het raadhuis. Het document dateert van april 1939, een periode van grote internationale spanning, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was de Jan van Galenstraat een belangrijke verkeersader in het toen relatief nieuwe stadsdeel West.
De portefeuille van de wethouder (Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen) was breed en essentieel voor de dagelijkse hygiëne en voedselvoorziening van de burgerij. Het feit dat de wethouder zich persoonlijk bemoeit met de verhuur van een specifiek winkelpand aan de Jan van Galenstraat, suggereert dat de gemeente een actieve rol speelde in het beheer van vastgoed in nieuwe wijken of dat er specifieke beleidsmatige redenen waren om bepaalde huurders te weigeren (bijvoorbeeld om een goede mix van winkels te waarborgen of vanwege de antecedenten van de aanvrager).
De genoemde wethouder, Floris van Meurs (SDAP), was een bekende figuur in de Amsterdamse politiek van die tijd. De Directeur van het Marktwezen, Dr. A. van der Laan, was verantwoordelijk voor het beheer van de markten en de bijbehorende infrastructuur, waartoe waarschijnlijk ook de winkelpanden in de buurt van de Centrale Markthallen (gelegen nabij de Jan van Galenstraat) behoorden.