Ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum. 3 april 1939 Onbekend (mogelijk een directeur of beheerder van de Centrale Markthallen), getekend rechtsboven (mogelijk A. Müller). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (Alhier). [Rechtsboven handgeschreven signatuur: A. Müller?]
VP/HG.
69/3/1 M.
3 April 1939.
Verhuring winkelhuis Jan van
Galenstraat 22 aan G.Maasdijk.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat zich te mijnen kantore heeft vervoegd G.Maasdijk, Van Hallstraat 136 huis, die met ingang van 15 Mei a.s. wil huren het winkelhuis Jan van Galenstraat 22 in het entréegebouw der Centrale Markt voor den prijs van ƒ 500,- per jaar, zooals ook met H.A.Veringa ten aanzien van het winkelhuis Jan van Galenstraat 20 is overeengekomen (laatstelijk krachtens overeenkomst behoorende bij het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 Januari 1939 No.45/38 L.M.1938).
Maasdijk heeft de bedoeling om in den door hem te huren winkel een detailhandel in ijzerwaren te vestigen, waar hij gereedschappen voor den tuinbouw (harken, spaden, enz.) en voor huishoudelijk gebruik (bezems, emmers, enz.) wil verkoopen. Bovendien verlangt hij, tegen betaling van het entrée-geld, toegang tot de Centrale Markt, teneinde ook daar zijn waren te verkoopen. Hij verzocht mij hem toe te zeggen, dat geen andere winkel in het entréegebouw der markt aan een concurrent zou worden verhuurd. Deze toezegging kan ik hem mijns inziens geven, aangezien het een vast gebruik is, om geen concurrenten van huurders in een bepaald blok toe te laten; dit klemt bij het entréegebouw te meer, omdat daarin slechts drie winkels bestaan.
Maasdijk heeft voorts den wensch te kennen gegeven om den winkel voorloopig slechts voor zes maanden te huren, teneinde te kunnen onderzoeken, of zijn zaak ter plaatse levensvatbaar zal zijn. Ik kan dit verzoek ondersteunen, aangezien
[Document breekt hier af] Het document is een ambtelijk schrijven gericht aan de Amsterdamse wethouder voor Levensmiddelen. Het betreft een verzoek tot verhuur van een winkelpand in het entreegebouw van de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat aan een zekere heer G. Maasdijk.
Belangrijke punten in de correspondentie:
* Huurvoorwaarden: Een voorgestelde huurprijs van 500 gulden per jaar, ingaande op 15 mei 1939. Dit tarief is in lijn met dat van de buurman op nummer 20 (H.A. Veringa).
* Bedrijfsactiviteit: Maasdijk is van plan een ijzerwarenhandel te beginnen, gericht op tuingereedschap en huishoudelijke artikelen.
* Exclusiviteit: De potentiële huurder vraagt om een garantie dat er geen directe concurrenten in hetzelfde gebouw worden gevestigd. De ambtenaar adviseert positief op dit verzoek, omdat dit gangbaar beleid is, zeker gezien het beperkte aantal (drie) winkelunits in het betreffende gebouw.
* Proefperiode: Vanwege onzekerheid over de levensvatbaarheid van de zaak op die locatie, vraagt Maasdijk om een kortlopend huurcontract van slechts zes maanden als proef. Ook dit verzoek wordt door de opsteller van de brief ondersteund. Dit document stamt uit april 1939, een periode van grote internationale spanning, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) aan de Jan van Galenstraat in die tijd het kloppende hart van de voedseldistributie voor de stad.
De brief illustreert hoe de gemeente Amsterdam als eigenaar van de markthallen optrad als verhuurder van commercieel onroerend goed. De Jan van Galenstraat was (en is) een belangrijke verkeersader in Amsterdam-West. Het "entreegebouw" fungeerde als een interface tussen de afgesloten markt en de openbare weg.
De zorgvuldige afweging over concurrentie en de bereidheid om een korte proefperiode toe te staan, getuigen van een ambtelijke cultuur die probeerde mee te denken met beginnende ondernemers in een economisch nog steeds wat onzekere tijd (nasleep van de crisis van de jaren '30). De verwijzing naar het Besluit van B&W van januari 1939 toont aan dat dergelijke huurovereenkomsten strikt werden vastgelegd via officiële gemeentelijke procedures.