Archief 745
Inventaris 745-297
Pagina 260
Dossier 26
Jaar 1939
Stadsarchief

Verzoekschrift (brief)

23 januari 1939 Van: E.H. Kloos, wonende Koestraat 30 huis, Amsterdam (Centrum) Aan: De Weledele Heer Directeur voor het Marktwezen, Amsterdam

Origineel

Verzoekschrift (brief) 23 januari 1939 E.H. Kloos, wonende Koestraat 30 huis, Amsterdam (Centrum) De Weledele Heer Directeur voor het Marktwezen, Amsterdam [Linksboven stempel/kenmerk:] Nº 72/9/1 M. 1939 [handgeschreven:] 25/1
[Rechtsboven:] Amsterdam 23 Januari 1939.
[Handgeschreven aantekening in rood potlood, schuin:] m. Krulleboller [?]

Aan den Weledele Heer Directeur
Voor het Marktwezen.
Alhier.
---------------------------

Weledele Heer.

Ondergetekende geeft U met verschuldigde eerbied te kennen
en richt tevens een beleefd doch dringend verzoek tot U edele Heer.
Hem is zijn ventvergunning onder Serie 26 No 239 ingehouden omrede deze
niet op tijd werdt afgehaald.
De rede daarvan is dat hij in deze tijd ondersteuning heeft genoten, en
zodoende deze ventvergunning niet kon afhalen.-
Maar aangezien hij nu in staat wil gesteld worden om voor zijn huisgezin
weer zijn dagelijks brood te moeten verdienen, vraagt hij U Edele Heer
beleefd hem in deze gelegenheid te zullen stellen.
Al is ondergetekende door maatschappelijke toestanden in den straathandel
gegaan, en al moest ondergetekende in deze tijd steun nemen, toch zag hij
gaarne dat hij weer zijn brood met den straathandel kan verdienen, en liefst
door U medewerking, wat ik ook hoop, zoo spoedig mogelijk.
Hopende dat ondergetekende van U Edele Heer een spoedig en gunstig ant,,
woord zult mogen ontvangen tekent hij met de meest eerbiedwaardige

Hoogachting UW D.W.D.

E.H.Kloos.
Koestraat 30 huis
Amsterdam ( centrum)
--------------------------

[Rechtsonder handgeschreven getal:] 72 Het document is een getypt verzoekschrift van een Amsterdamse burger, E.H. Kloos, gericht aan de gemeentelijke instantie die toezicht hield op markten en straathandel. De brief bevat enkele interessante details:

  1. De kern van het probleem: Kloos is zijn ventvergunning kwijtgeraakt (of deze is niet uitgegeven) omdat hij deze niet op de vastgestelde tijd heeft opgehaald.
  2. De reden voor verzuim: Hij verklaart dat hij in die periode "ondersteuning" (sociale bijstand/armenzorg) ontving. Dit impliceert dat hij destijds niet over de middelen beschikte om de vergunning te betalen of dat de combinatie van steun en een vergunning reglementair niet was toegestaan.
  3. De motivatie: Kloos benadrukt zijn arbeidsethos. Hij wil liever door eigen werk ("straathandel") zijn gezin onderhouden dan afhankelijk te blijven van "steun". Dit was een veelvoorkomend argument in correspondentie met de overheid in deze periode.
  4. Annotaties: In de tekst zijn enkele passages met rood potlood onderstreept, met name de passages over het niet tijdig afhalen en het genieten van ondersteuning. Dit duidt op de ambtelijke verwerking van het verzoek, waarbij de cruciale feiten voor de besluitvorming werden gemarkeerd.
  5. Taalgebruik: De brief is geschreven in de formele, onderdanige stijl die destijds gebruikelijk was bij het aanspreken van hooggeplaatste ambtenaren (gebruik van "Weledele Heer", "verschuldigde eerbied", en de afkorting "D.W.D." voor Dienstwillige Dienaar). De brief dateert van januari 1939, een periode waarin Nederland nog steeds de gevolgen ondervond van de economische crisis van de jaren '30. De werkloosheid was hoog en veel mensen waren aangewezen op de karige en vaak vernederende "steun" van de overheid.

Voor ongeschoolde arbeiders in Amsterdam was de straathandel (het verkopen van waren met een handkar of vanuit een mand) een van de weinige manieren om legaal een bescheiden inkomen te verdienen buiten de reguliere arbeidsmarkt om. De gemeente Amsterdam reguleerde dit via het Marktwezen met een streng vergunningenstelsel.

De woonlocatie van de afzender, de Koestraat in het centrum van de stad (nabij de Nieuwmarkt), was in die tijd een volksbuurt waar armoede en kleine neringen hand in hand gingen. De brief getuigt van de individuele strijd van een gezinshoofd om de regie over zijn eigen inkomen terug te krijgen aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

Samenvatting

Het document is een getypt verzoekschrift van een Amsterdamse burger, E.H. Kloos, gericht aan de gemeentelijke instantie die toezicht hield op markten en straathandel. De brief bevat enkele interessante details:

  1. De kern van het probleem: Kloos is zijn ventvergunning kwijtgeraakt (of deze is niet uitgegeven) omdat hij deze niet op de vastgestelde tijd heeft opgehaald.
  2. De reden voor verzuim: Hij verklaart dat hij in die periode "ondersteuning" (sociale bijstand/armenzorg) ontving. Dit impliceert dat hij destijds niet over de middelen beschikte om de vergunning te betalen of dat de combinatie van steun en een vergunning reglementair niet was toegestaan.
  3. De motivatie: Kloos benadrukt zijn arbeidsethos. Hij wil liever door eigen werk ("straathandel") zijn gezin onderhouden dan afhankelijk te blijven van "steun". Dit was een veelvoorkomend argument in correspondentie met de overheid in deze periode.
  4. Annotaties: In de tekst zijn enkele passages met rood potlood onderstreept, met name de passages over het niet tijdig afhalen en het genieten van ondersteuning. Dit duidt op de ambtelijke verwerking van het verzoek, waarbij de cruciale feiten voor de besluitvorming werden gemarkeerd.
  5. Taalgebruik: De brief is geschreven in de formele, onderdanige stijl die destijds gebruikelijk was bij het aanspreken van hooggeplaatste ambtenaren (gebruik van "Weledele Heer", "verschuldigde eerbied", en de afkorting "D.W.D." voor Dienstwillige Dienaar).

Historische Context

De brief dateert van januari 1939, een periode waarin Nederland nog steeds de gevolgen ondervond van de economische crisis van de jaren '30. De werkloosheid was hoog en veel mensen waren aangewezen op de karige en vaak vernederende "steun" van de overheid.

Voor ongeschoolde arbeiders in Amsterdam was de straathandel (het verkopen van waren met een handkar of vanuit een mand) een van de weinige manieren om legaal een bescheiden inkomen te verdienen buiten de reguliere arbeidsmarkt om. De gemeente Amsterdam reguleerde dit via het Marktwezen met een streng vergunningenstelsel.

De woonlocatie van de afzender, de Koestraat in het centrum van de stad (nabij de Nieuwmarkt), was in die tijd een volksbuurt waar armoede en kleine neringen hand in hand gingen. De brief getuigt van de individuele strijd van een gezinshoofd om de regie over zijn eigen inkomen terug te krijgen aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

Kooplieden in dit dossier 64

Gerelateerde Documenten 6