Archiefdocument
Origineel
[Bovenaan rechts:] / 16 Mei 1939
[Stempel/Kenmerk:] № 72/41/M. 1939 17/5 [met handgeschreven paraaf 'ni msp']
Wel Edele Heer.
daar ik een vergunning heb
op het damrak voor het
open havenfront de Prinshendrikkade
ondervind ik de grootste
last van bloemen kooplui
die daar niet venten mogen
binnen een afstand van
25 meter. het is zelfs zoo
dat ze voor mijn mand staan
te venten. ik heb mij er over
beklaagd maar nog geen
medewerking gehad. ik
verzoek u beleefd mij daar
in te helpen de meeste last
heb ik Zaterdagavonds van 5 uur tot 10 uur
Die zich noemt
J de Bruijn
3e oosterparkstr
91 I
A’dam oost.
Standplaats vergunning
№ 5/655/26
30/5 / 1 / 36
[Rechtsonder paraaf:] E 22/39 * Inhoud: J. de Bruijn dient een klacht in over ambulante bloemenverkopers die zijn officiële standplaats bij het Open Havenfront (Prins Hendrikkade/Damrak) hinderen. Hij beroept zich op een regel dat venters niet binnen 25 meter van zijn standplaats mogen staan. Hij stelt dat zij zelfs direct voor zijn mand staan te verkopen, wat zijn eigen handel belemmert.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een beleefde maar dwingende toon ("verzoek u beleefd mij daarin te helpen"). Het handschrift is duidelijk en wijst op een zekere mate van geletterdheid, hoewel de interpunctie beperkt is.
* Specifieke details: De schrijver noemt "mijn mand", wat impliceert dat hij zijn waren (mogelijk ook bloemen of een aanverwant product) vanuit een mand verkocht. De piek van de overlast vindt plaats op zaterdagavonden tussen 17:00 en 22:00 uur, vermoedelijk wanneer het uitgaanspubliek en reizigers bij het Centraal Station voor veel klandizie zorgden. * Historisch kader: De brief dateert uit mei 1939, een periode waarin Amsterdam een strikt vergunningenstelsel hanteerde voor straathandel om de chaos op drukke plekken te reguleren. Het Open Havenfront, gelegen tegenover het Centraal Station, was (en is) een van de drukste toeristische en commerciële knooppunten van de stad.
* Regelgeving: De genoemde "25 meter-regel" was een standaardbepaling in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) om vaste standplaatshouders te beschermen tegen ambulante venters die geen vaste kosten hadden voor een specifieke plek.
* Sociaal-economisch: De afzender woont in de 3e Oosterparkstraat, een typische arbeidersbuurt in Amsterdam-Oost. Dit type correspondentie biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd en de onderlinge concurrentie van kleine zelfstandigen in het vooroorlogse Amsterdam. J. de Bruijn Gemeente Amsterdam