Archiefdocument
Origineel
No. 72/44/3 M.1939 29/6.
No. 408 L.M.1939 26/6. AFSCHRIFT.-
H O O F D B U R E A U V A N P O L I T I E T E A M S T E R D A M.
Dict.Ga/Mi.
Lr.S.No.6545/1939 AMSTERDAM-C., 24 Juni 1939.
Dossier U.1.a/b
Groep A.
3 Bylagen.
Onder terugzending van de my by Uw kantbeschikkingen nos. 53/20 en 20a A.Z. van 24 Mei en 9 Juni jl. in handen gestelde stukken, waaronder een klacht van de Vereeniging "Winkeliersbelangen Zuid", secretaris J.B. Straatman, Van Woustraat 37, alhier, betreffende schade en hinder, ~~die welke~~ welke winkeliers zouden ondervinden, doordat straatkooplieden, die vergunning hebben bekomen tot het innemen van vaste standplaatsen ten verkoop van hun waren, deze standplaatsen te dicht by hoeken van straten innemen, heb ik de eer UEdele Achtbare te berichten, dat de hierin naar voren gebrachte bezwaren my in het algemeen wel wat overdreven voorkomen.
Niettemin heb ik het betrokken straatdienst doende politiepersoneel, naar aanleiding van deze klacht nog eens uitdrukkelyk opdracht doen geven, streng toezicht te houden, dat bedoelde standplaatsen niet dichter by straathoeken worden ingenomen dan krachtens de verleende vergunningen is toegestaan.
Het aanbrengen van merkteekens, als aan het slot van het adres gevraagd, komt my --in verband met allerlei "mutaties", welke zich onder de standplaatsen kunnen voordoen, de mogelykheid van verwarring van deze teekens met verkeers(stop)teekens by niet-bezetting der standplaatsen, en de omstandigheid, dat de bemoeiïngen ten aanzien van de merkteekens zich met het oog op de uniformiteit bezwaarlyk tot de omgeving, waar leden van de adresseerende ~~verge~~ vereeniging zyn gevestigd, zouden kunnen beperken-- niet gewenscht voor.
In welke mate het aanbrengen, onderhouden, eventueel verplaatsen en weer verwyderen der merkteekens op zich zelf attentie --mogelyk van verschillende gemeentediensten-- zouden vragen, meen ik in dezen nog buiten verdere beschouwing te kunnen laten.
Coll: DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE,
namens dezen
De Commissaris van Politie,
Aan den Heer Burgemeester Toegevoegd voor de Administratie,
van w.g. H.H. Holsbergen.
Amsterdam.
--- * Taal en Spelling: Het document is geschreven in de destijds gangbare ambtelijke spelling (bijv. "merkteekens", "bylagen", "my", "verwyderen"). Opvallend is het gebruik van de "y" in plaats van de "ij".
* Inhoud: De politie reageert op een klacht van een winkeliersvereniging uit Amsterdam-Zuid (gevestigd in de Van Woustraat). De winkeliers klagen over straatverkopers die hun kramen te dicht op de hoeken plaatsen, wat voor overlast zorgt.
* Besluitvorming: De politiecommissaris acht de klachten "overdreven", maar belooft niettemin strenger toezicht. Een specifiek verzoek om vaste merktekens (belijning of aanduidingen op straat) voor de standplaatsen wordt afgewezen. De redenen hiervoor zijn administratief (te veel wijzigingen/mutaties), verkeerstechnisch (verwarring met stoptekens) en esthetisch (uniformiteit van het straatbeeld).
* Vorm: Het betreft een doorslag of afschrift ("AFSCHRIFT"), wat blijkt uit de vermelding rechtsboven en de getypte handtekening voorafgegaan door "w.g." (welgetekend). In de eerste en derde alinea zijn typefouten verbeterd door middel van overtyping of doorhalingen.
--- Dit document stamt uit juni 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het schetst een tijdsbeeld van de spanningen tussen de gevestigde middenstand (winkeliers) en de ambulante handel (markt- en straatkooplieden) in de groeiende stad Amsterdam. De Van Woustraat was, en is nog steeds, een belangrijke handelsader in de wijk De Pijp (Zuid).
De ambtelijke weg die hier bewandeld wordt — van een vereniging naar de Burgemeester, die advies vraagt aan de Hoofdcommissaris — is typerend voor de Nederlandse bestuurscultuur. Het document illustreert tevens de vroege ordening van de openbare ruimte, waarbij de politie een cruciale rol speelde in het reguleren van wie waar mocht staan en hoe het straatbeeld eruit moest zien. H. Holsbergen H.H. Holsbergen J.B. Straatman Politie