Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 73
Dossier 83
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

16 mei 1939

Origineel

16 mei 1939 89 [handgeschreven rechtsboven]

HOOFDBUREAU VAN POLITIE TE AMSTERDAM


Dict.vG/Mi.
Lr.S.No.2009/1939.
Dossier S.l.

AMSTERDAM-C., 16 Mei 1939.

Nº 72/50/M. 1939 22/5 [gestempeld met handgeschreven toevoeging]

[Kader rechts:] Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.

[Handgeschreven notitie rechtsboven:] in map [onleesbaar]

Ingevolge het schrijven van den Wethouder voor de Levens-
middelen, Wasch en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen,
Afdeeling L.M., no. 182/1936, dd. 13 Februari 1936, heb
ik de eer U te berichten, dat in de maand April 1939,
door het politiepersoneel 47 processen-verbaal terzake
van overtreding der Ventverordening werden opgemaakt.

Coll.: [paraf]
7 [handgeschreven]

DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE
namens dezen
De Commissaris van Politie
Toegevoegd voor de Administratie
[Handtekening]

Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen
A L H I E R.

72 [handgeschreven rechtsonder] Dit document is een officieel administratief schrijven van de Amsterdamse politie aan de gemeentelijke dienst voor het Marktwezen. De kern van de brief is een statistische mededeling: in de maand april 1939 zijn er 47 bekeuringen (processen-verbaal) uitgedeeld voor het overtreden van de Ventverordening.

De brief is opgesteld volgens een vaste ambtelijke structuur, verwijzend naar een besluit van de Wethouder uit 1936. Dit duidt erop dat de politie verplicht was maandelijks verslag uit te brengen aan de verantwoordelijke dienst over de handhaving van regels omtrent straathandel. De ondertekening geschiedt namens de Hoofdcommissaris door een Commissaris belast met de administratie, wat het routinematige karakter van deze correspondentie bevestigt. De brief dateert van mei 1939, vlak voor de mobilisatie en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was straathandel (venten) een belangrijke, maar strikt gereguleerde bron van inkomsten voor veel Amsterdammers, zeker na de economische crisis van de jaren '30.

De Ventverordening was bedoeld om de openbare orde te handhaven, overlast te beperken en oneerlijke concurrentie met gevestigde winkeliers tegen te gaan. De genoemde wethouder beheerde een brede portefeuille die typisch was voor de zorgtaken van de gemeente in die tijd. De term "Amsterdam-C." (Centrum) duidt op de locatie van het hoofdbureau aan de Elandsgracht. Dit document biedt inzicht in de dagelijkse handhavingspraktijk en de bureaucratische informatie-uitwisseling binnen de gemeente Amsterdam in het interbellum.

Samenvatting

Dit document is een officieel administratief schrijven van de Amsterdamse politie aan de gemeentelijke dienst voor het Marktwezen. De kern van de brief is een statistische mededeling: in de maand april 1939 zijn er 47 bekeuringen (processen-verbaal) uitgedeeld voor het overtreden van de Ventverordening.

De brief is opgesteld volgens een vaste ambtelijke structuur, verwijzend naar een besluit van de Wethouder uit 1936. Dit duidt erop dat de politie verplicht was maandelijks verslag uit te brengen aan de verantwoordelijke dienst over de handhaving van regels omtrent straathandel. De ondertekening geschiedt namens de Hoofdcommissaris door een Commissaris belast met de administratie, wat het routinematige karakter van deze correspondentie bevestigt.

Historische Context

De brief dateert van mei 1939, vlak voor de mobilisatie en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was straathandel (venten) een belangrijke, maar strikt gereguleerde bron van inkomsten voor veel Amsterdammers, zeker na de economische crisis van de jaren '30.

De Ventverordening was bedoeld om de openbare orde te handhaven, overlast te beperken en oneerlijke concurrentie met gevestigde winkeliers tegen te gaan. De genoemde wethouder beheerde een brede portefeuille die typisch was voor de zorgtaken van de gemeente in die tijd. De term "Amsterdam-C." (Centrum) duidt op de locatie van het hoofdbureau aan de Elandsgracht. Dit document biedt inzicht in de dagelijkse handhavingspraktijk en de bureaucratische informatie-uitwisseling binnen de gemeente Amsterdam in het interbellum.

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1