Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 98
Dossier 90
Jaar 1939
Stadsarchief

Doorslag van een getypte ambtelijke brief.

3 juni 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals Marktwezen). Aan: Den Heer B. Widnik, Christiaan de Wetstraat 34 II, Amsterdam-Oost (Wijk 20).

Origineel

Doorslag van een getypte ambtelijke brief. 3 juni 1939. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst, zoals Marktwezen). Den Heer B. Widnik, Christiaan de Wetstraat 34 II, Amsterdam-Oost (Wijk 20). [Bovenin, handgeschreven:]
M. Müller [?]

[Midden boven, getypt:]
vP/HG.

[Linksboven, getypt:]
72/55/2 M.

[Rechtsboven, getypt:]
3 Juni 1939.

[Adressering, rechts:]
den Heer B.Widnik,
Christiaan de Wetstraat 34 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.

[Inhoud brief:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 Mei jl.
bericht ik U, dat mijnerzijds geen bezwaar bestaat, indien
U de vernieuwing van Uw ventvergunning nog eenigen tijd
wenscht uit te stellen. U dient er echter rekening mede te
houden, dat U in geen geval moogt venten, zoolang de be-
doelde vernieuwing niet heeft plaats gevonden. Wanneer U
ondersteuning van het Gemeentelijke Bureau voor Maatschap-
pelijken Steun zou ontvangen, dient de ventvergunning te
worden vernieuwd, bij het einde der ondersteuning.

[Rechtsonder:]
De Directeur, * Onderwerp: Uitstel van de vernieuwing van een ventvergunning (een vergunning om goederen op straat te verkopen).
* Kernboodschap: De heer Widnik heeft om uitstel gevraagd voor de vernieuwing van zijn vergunning. De gemeente staat dit toe, maar verbindt daar de strikte voorwaarde aan dat hij in de tussentijd niet mag venten.
* Sociale context: De brief legt een direct verband met het "Gemeentelijke Bureau voor Maatschappelijke Steun" (de toenmalige sociale dienst). Als Widnik een uitkering ontvangt, hoeft hij de vergunning pas te vernieuwen zodra de ondersteuning stopt. Dit wijst erop dat men destijds niet mocht bijverdienen met straathandel terwijl men volledige steun ontving, of dat de kosten voor de vergunning pas weer gedragen hoefden te worden als hij weer economisch zelfstandig werd.
* Toon: De brief is formeel en strikt ambtelijk van toon. * Historische periode: Juni 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Amsterdam kende in deze periode een grote toestroom van Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Polen die probeerden in hun levensonderhoud te voorzien, vaak via straathandel.
* Persoon: Uit archieven (zoals het Joods Monument en het Stadsarchief Amsterdam) blijkt dat op het adres Christiaan de Wetstraat 34-II de uit Polen afkomstige Berek Widnik (geboren 1892) woonde. Deze brief geeft een inkijkje in de bureaucratische hindernissen en de precaire economische situatie van dergelijke inwoners aan de vooravond van de oorlog.
* Locatie: De Christiaan de Wetstraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een wijk die in 1939 een zeer grote Joodse populatie kende. De aanduiding "Wijk 20" was de toenmalige administratieve wijkindeling van de gemeente.

Samenvatting

  • Onderwerp: Uitstel van de vernieuwing van een ventvergunning (een vergunning om goederen op straat te verkopen).
  • Kernboodschap: De heer Widnik heeft om uitstel gevraagd voor de vernieuwing van zijn vergunning. De gemeente staat dit toe, maar verbindt daar de strikte voorwaarde aan dat hij in de tussentijd niet mag venten.
  • Sociale context: De brief legt een direct verband met het "Gemeentelijke Bureau voor Maatschappelijke Steun" (de toenmalige sociale dienst). Als Widnik een uitkering ontvangt, hoeft hij de vergunning pas te vernieuwen zodra de ondersteuning stopt. Dit wijst erop dat men destijds niet mocht bijverdienen met straathandel terwijl men volledige steun ontving, of dat de kosten voor de vergunning pas weer gedragen hoefden te worden als hij weer economisch zelfstandig werd.
  • Toon: De brief is formeel en strikt ambtelijk van toon.

Historische Context

  • Historische periode: Juni 1939, slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Amsterdam kende in deze periode een grote toestroom van Joodse vluchtelingen uit Duitsland en Polen die probeerden in hun levensonderhoud te voorzien, vaak via straathandel.
  • Persoon: Uit archieven (zoals het Joods Monument en het Stadsarchief Amsterdam) blijkt dat op het adres Christiaan de Wetstraat 34-II de uit Polen afkomstige Berek Widnik (geboren 1892) woonde. Deze brief geeft een inkijkje in de bureaucratische hindernissen en de precaire economische situatie van dergelijke inwoners aan de vooravond van de oorlog.
  • Locatie: De Christiaan de Wetstraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een wijk die in 1939 een zeer grote Joodse populatie kende. De aanduiding "Wijk 20" was de toenmalige administratieve wijkindeling van de gemeente.

Locaties

De Christiaan de Wetstraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost een wijk die in 1939 een zeer grote Joodse populatie kende. De aanduiding "Wijk 20" was de toenmalige administratieve wijkindeling van de gemeente.

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1