Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 118
Dossier 83
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

4 juni 1939. Van: De Hoofdcommissaris van Politie te Amsterdam (getekend door de Commissaris van Politie Toegevoegd voor de Administratie).

Origineel

4 juni 1939. De Hoofdcommissaris van Politie te Amsterdam (getekend door de Commissaris van Politie Toegevoegd voor de Administratie). [Linksboven stempel/kenmerk]
№ 72/61/1, M. 1339 4/6

[Rechtsboven handgeschreven nummer]
170

[Briefhoofd]
HOOFDBUREAU VAN POLITIE TE AMSTERDAM
■■■

[Linkermarge]
Dict.vG/Mi.
Lr.S.No.2009/1939.
Dossier S.1.

[Rechterzijde]
AMSTERDAM-C., 4 Juni 1939.
Verzoeke bij beantwoording datum, letter en nummer van dit schrijven aan te halen.

[Handgeschreven aantekening diagonaal]
in resp. Serie 23-6-39 [paraaf]

[Inhoud]
Ingevolge het schrijven van den Wethouder voor de Le-
vensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zwemin-
richtingen, Afdeeling L.M., no. 182/1936 dd. 13 Fe-
bruari 1936, heb ik de eer U te berichten, dat in de
maand Mei 1939 door het politiepersoneel 58 proces-
sen-verbaal terzake van overtreding der Ventverorde-
ning werden opgemaakt.

[Linksonder tekst]
Coll.: [paraaf]

[Rechtsonder ondertekening (stempel en handtekening)]
DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE
namens dezen
De Commissaris van Politie
Toegevoegd voor de Administratie
[Handtekening: Munneke(?)]

[Geadresseerde onderaan]
Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen
A L H I E R.

--- Dit document is een officiële administratieve mededeling van de Amsterdamse politie aan de directeur van de gemeentelijke dienst Marktwezen. De kern van de brief is de rapportage van handhavingscijfers: in de maand mei 1939 zijn er 58 processen-verbaal opgemaakt voor het overtreden van de Ventverordening.

De brief verwijst naar een instructie uit 1936 van de toenmalige Wethouder voor de Levensmiddelen (en andere zaken), wat duidt op een structurele informatie-uitwisseling tussen de politie en de marktmeester over illegale straathandel of het niet naleven van vergunningsvoorwaarden. De term "ALHIER" geeft aan dat de geadresseerde zich in dezelfde stad bevindt als de afzender. De handgeschreven aantekening wijst op de interne verwerking in een serie-archief op 23 juni 1939. Historische periode: Juni 1939. Nederland bevond zich in de laatste maanden van de vooroorlogse neutraliteit. Hoewel de internationale spanningen opliepen, draaide de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam nog op volle toeren volgens de geldende regels.

De Ventverordening: In de jaren '30 was straathandel (venten) een belangrijke bron van inkomst voor de armere bevolking, maar de gemeente reguleerde dit streng om overlast te beperken en de gevestigde winkelstand te beschermen. De Ventverordening bepaalde waar, wanneer en wat er op straat verkocht mocht worden (bijv. groenten, vis of bloemen). Handhaving hierop was een taak van de politie in nauwe samenwerking met de Dienst Marktwezen.

Organisatie: Het Hoofdbureau van Politie was destijds gevestigd aan de Marnixstraat. De structuur met een 'Commissaris toegevoegd voor de Administratie' toont de verregaande bureaucratisering van het politieapparaat in die tijd, waarbij de Hoofdcommissaris (destijds H.J. Versteeg) veel taken delegeerde aan gespecialiseerde afdelingen.

Samenvatting

Dit document is een officiële administratieve mededeling van de Amsterdamse politie aan de directeur van de gemeentelijke dienst Marktwezen. De kern van de brief is de rapportage van handhavingscijfers: in de maand mei 1939 zijn er 58 processen-verbaal opgemaakt voor het overtreden van de Ventverordening.

De brief verwijst naar een instructie uit 1936 van de toenmalige Wethouder voor de Levensmiddelen (en andere zaken), wat duidt op een structurele informatie-uitwisseling tussen de politie en de marktmeester over illegale straathandel of het niet naleven van vergunningsvoorwaarden. De term "ALHIER" geeft aan dat de geadresseerde zich in dezelfde stad bevindt als de afzender. De handgeschreven aantekening wijst op de interne verwerking in een serie-archief op 23 juni 1939.

Historische Context

Historische periode: Juni 1939. Nederland bevond zich in de laatste maanden van de vooroorlogse neutraliteit. Hoewel de internationale spanningen opliepen, draaide de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam nog op volle toeren volgens de geldende regels.

De Ventverordening: In de jaren '30 was straathandel (venten) een belangrijke bron van inkomst voor de armere bevolking, maar de gemeente reguleerde dit streng om overlast te beperken en de gevestigde winkelstand te beschermen. De Ventverordening bepaalde waar, wanneer en wat er op straat verkocht mocht worden (bijv. groenten, vis of bloemen). Handhaving hierop was een taak van de politie in nauwe samenwerking met de Dienst Marktwezen.

Organisatie: Het Hoofdbureau van Politie was destijds gevestigd aan de Marnixstraat. De structuur met een 'Commissaris toegevoegd voor de Administratie' toont de verregaande bureaucratisering van het politieapparaat in die tijd, waarbij de Hoofdcommissaris (destijds H.J. Versteeg) veel taken delegeerde aan gespecialiseerde afdelingen.

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1