Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 124
Dossier 24
Jaar 1939
Stadsarchief

Politierapport / Ambtsbericht betreffende markttoezicht.

3 juli 1939 (met aanvulling op 6 juli 1939). Van: Een niet bij naam genoemde ambtenaar (mogelijk een inspecteur of adjudant), ondertekend door een onleesbare functionaris en later door 'De Boer'. Aan: Den Heer Inspecteur van het Marktwezen alhier (Amsterdam).

Origineel

Politierapport / Ambtsbericht betreffende markttoezicht. 3 juli 1939 (met aanvulling op 6 juli 1939). Een niet bij naam genoemde ambtenaar (mogelijk een inspecteur of adjudant), ondertekend door een onleesbare functionaris en later door 'De Boer'. Den Heer Inspecteur van het Marktwezen alhier (Amsterdam). [Bovenaan links]
Nº 72/63/1 M. 1939 7/7

[Bovenaan rechts]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier

[Midden]
Rapport.

[Hoofdtekst]
Bijgaande ventvergunning N° 202/6, serie v-hº 209, ten name van Pauline Marnas-Bohlen is op 3 Juli '39 des namiddags om 3 uur in beslag genomen door den Agent van Politie P. Heipenberg, kleedingnummer 929, dienstdoende aan het Politiebureau Stadhouderskade.

Reden van inbeslagnname was, dat deze vergunning gebruikt werd door G. Marnas, geb. 22-5-12, bij Marktwezen bekend als sollicitant voor een plaats op de markt Albert Cuypstraat onder N° 396.

Marnas is geverbaliseerd door genoemden agent wegens het venten zonder vergunning.

Tevens deelde Heipenberg mij mede, dat Marnas op Zondagen en op werkdagen des avonds vrij geregeld met ijs vent voor de fa Jamin en de politieambtenaren vanaf Mei l.l. met bedoelde vergunning om den tuin heeft trachten te leiden.

Marnas neemt vrijwel dagelijks een losse plaats in op de Albert Cuypstraatmarkt.

[Onderaan links, schuin geschreven notitie]
Mej. P. Marnas-Bohlen deelde mij mede uitstedig te zijn geweest. Zij had haar zoon verzocht haar ventvergunning tijdens haar afwezigheid bij zich te houden. Deze heeft dit gedaan doch heeft de ventvergunning gebruikt om te venten met deze vergunning.
Mej. Marnas zal zorgdragen dat haar zoon de v.v. niet meer in handen krijgt.
6-7-39
Deboer

[Onderaan rechts]
Amsterdam, 3 Juli 39
[Onleesbare handtekening]

[Rechtsonder in de hoek]
opbergen
7/7 39
[Initialen] Het document is een ambtelijk verslag over een overtreding van de marktverordening in Amsterdam in de zomer van 1939. De kern van de zaak is de inbeslagname van een ventvergunning die toebehoorde aan Pauline Marnas-Bohlen. Haar zoon, G. Marnas (27 jaar oud op dat moment), gebruikte deze vergunning onterecht om zelf ijs te verkopen voor de firma Jamin.

Belangrijke punten uit het rapport:
* Identificatie: De verbalisant is agent P. Heipenberg (nummer 929) van bureau Stadhouderskade. De overtreder is G. Marnas, die blijkbaar al op de wachtlijst ("sollicitant") stond voor een vaste plek op de Albert Cuypmarkt.
* Misleiding: De zoon gebruikte de vergunning van zijn moeder al sinds mei 1939 om politieagenten te misleiden ("om den tuin te leiden") tijdens zijn werkzaamheden als ijsventer.
* Verweer: Uit de latere toevoeging (6 juli) blijkt dat de moeder beweerde dat ze de vergunning enkel aan haar zoon had gegeven ter bewaring omdat zij zelf niet in de stad was. Ze belooft dat het niet meer zal gebeuren.
* Afhandeling: Het document eindigt met de instructie "opbergen", wat suggereert dat de zaak na de berisping en inbeslagname administratief werd afgesloten. Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse straathandel vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was de Albert Cuypmarkt al een cruciaal handelscentrum, en de controle op vergunningen was streng om de concurrentie en de orde te bewaken.

Het vermelden van de firma Jamin is interessant; dit was destijds een zeer prominente snoep- en ijsfabrikant die veel gebruikmaakte van straatverkopers. De zaak toont ook de sociale dynamiek van die tijd: een familiebedrijfje (moeder en zoon) dat de regels tracht te omzeilen om een inkomen te genereren, waarbij de moeder uiteindelijk de verantwoordelijkheid op zich neemt om verdere sancties te voorkomen. De lokatie van het politiebureau aan de Stadhouderskade (vlakbij de Albert Cuyp) onderstreept de lokale context van de handhaving.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk verslag over een overtreding van de marktverordening in Amsterdam in de zomer van 1939. De kern van de zaak is de inbeslagname van een ventvergunning die toebehoorde aan Pauline Marnas-Bohlen. Haar zoon, G. Marnas (27 jaar oud op dat moment), gebruikte deze vergunning onterecht om zelf ijs te verkopen voor de firma Jamin.

Belangrijke punten uit het rapport:
* Identificatie: De verbalisant is agent P. Heipenberg (nummer 929) van bureau Stadhouderskade. De overtreder is G. Marnas, die blijkbaar al op de wachtlijst ("sollicitant") stond voor een vaste plek op de Albert Cuypmarkt.
* Misleiding: De zoon gebruikte de vergunning van zijn moeder al sinds mei 1939 om politieagenten te misleiden ("om den tuin te leiden") tijdens zijn werkzaamheden als ijsventer.
* Verweer: Uit de latere toevoeging (6 juli) blijkt dat de moeder beweerde dat ze de vergunning enkel aan haar zoon had gegeven ter bewaring omdat zij zelf niet in de stad was. Ze belooft dat het niet meer zal gebeuren.
* Afhandeling: Het document eindigt met de instructie "opbergen", wat suggereert dat de zaak na de berisping en inbeslagname administratief werd afgesloten.

Historische Context

Dit document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse straathandel vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In die tijd was de Albert Cuypmarkt al een cruciaal handelscentrum, en de controle op vergunningen was streng om de concurrentie en de orde te bewaken.

Het vermelden van de firma Jamin is interessant; dit was destijds een zeer prominente snoep- en ijsfabrikant die veel gebruikmaakte van straatverkopers. De zaak toont ook de sociale dynamiek van die tijd: een familiebedrijfje (moeder en zoon) dat de regels tracht te omzeilen om een inkomen te genereren, waarbij de moeder uiteindelijk de verantwoordelijkheid op zich neemt om verdere sancties te voorkomen. De lokatie van het politiebureau aan de Stadhouderskade (vlakbij de Albert Cuyp) onderstreept de lokale context van de handhaving.

Locaties

Amsterdam (betreft Albert Cuypstraatmarkt en Politiebureau Stadhouderskade).

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1