Een formele begeleidende brief (missive) van een ambtelijke dienst aan een lid van het College van Burgemeester en Wethouders.
Origineel
Een formele begeleidende brief (missive) van een ambtelijke dienst aan een lid van het College van Burgemeester en Wethouders. 18 juli 1939 De Directeur (ondertekening onduidelijk, mogelijk een gemeentelijke controledienst of de Keuringsdienst van Waren) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier G.
72/67/1 M
1
18 Juli 1939
Uitvoering Ventverordening.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Ingevolge Uw opdracht d.d. 28 Mei 1935 No.1085
L.M. heb ik de eer U bygaand te doen toekomen een overzicht
van de gehouden contrôles en de gemaakte processen-verbaal
over de maand [handgeschreven toevoeging: en Maart] April 1939.
De Directeur,
[onleesbare handtekening] * Type document: Een formele begeleidende brief (missive) van een ambtelijke dienst aan een lid van het College van Burgemeester en Wethouders.
* Inhoud: De brief dient ter aanbieding van een overzicht van handhavingsactiviteiten (controles en PV's) met betrekking tot de straathandel (de 'Ventverordening').
* Taal en spelling: Het document is opgesteld in de toenmalige spelling (bijv. "bygaand", "contrôles"). De stijl is ambtelijk en eerbiedig ("heb ik de eer U...").
* Correcties: Opvallend is de handgeschreven toevoeging "en Maart" bij de periode-aanduiding, wat suggereert dat het overzicht over twee maanden in plaats van één ging, of dat er een eerdere omissie werd hersteld.
* Administratieve kenmerken: De aanduiding "Alhier" wijst erop dat de brief binnen dezelfde gemeente is verzonden. De "G." rechtsboven is vermoedelijk een archief- of afdelingscode. * Historische periode: Geschreven in juli 1939, slechts anderhalve maand voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de internationale spanningen opliepen, functioneerde de lokale Nederlandse bureaucratie en handhaving op dat moment nog op reguliere wijze.
* De Ventverordening: Dergelijke verordeningen werden door gemeenten ingezet om de straathandel te reguleren. Dit was enerzijds om overlast en onhygiënische situaties te voorkomen, en anderzijds om de gevestigde winkeliers te beschermen tegen ongecontroleerde concurrentie.
* Wethouder voor de Levensmiddelen: Deze specifieke portefeuille was van groot belang voor de distributie en kwaliteitsbewaking van voedsel in een stad. Gezien de datum (1939) was men achter de schermen waarschijnlijk al bezig met voorbereidingen voor eventuele rantsoenering (de Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd was al in 1937 in de steigers gezet).