Getypte ambtelijke kennisgeving / brief.
Origineel
Getypte ambtelijke kennisgeving / brief. 26 juli 1939. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam). [Handgeschreven: extra]
vP/G.
72/70/2 M
1
26 Juli 1939.
Wed.C.Abrahams-Frankvoorder,
3e Oosterparkstraat 35,
Amsterdam-Oost.
Wyk 20.
Hiermede bericht ik U, dat Burgemeester en Wethou-
ders hebben besloten U een bedrag van f 4,- te restitueeren
wegens door wylen Uw echtgenoot voor het boekjaar 1939/1940
betaald ventgeld. Tegen overlegging van bygaande quitantie,
die door U voor voldaan moet zyn geteekend, kunt U over vo-
renstaand bedrag beschikken by den kassier te mynen kantore.
De Directeur, * Inhoud: De brief informeert de weduwe Abrahams-Frankvoorder dat zij recht heeft op een terugbetaling (restitutie) van 4 gulden. Dit bedrag was door haar inmiddels overleden echtgenoot betaald als 'ventgeld' voor het boekjaar 1939/1940. Ventgeld was een belasting of vergoeding die betaald moest worden voor het mogen uitoefenen van straathandel. Om het geld te ontvangen moet zij een bijgevoegde kwitantie tekenen en zich melden bij de kassier van de betreffende dienst.
* Taal en Spelling: Het document hanteert de formele ambtelijke taal van die tijd. Opvallend is het gebruik van de letter 'y' waar men tegenwoordig 'ij' zou verwachten (bygaande, zyn, mynen), wat destijds gebruikelijk was in bepaalde administratieve stijlen of het gevolg was van de instelling van de typemachine. Het woord "wylen" duidt aan dat de echtgenoot is overleden.
* Administratieve details: De vermelding "Wyk 20" duidt op de administratieve indeling van Amsterdam in die periode. * Historisch kader: Het document dateert van juli 1939, enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie van de gemeente Amsterdam.
* Sociaal-economisch: De geadresseerde woonde in de 3e Oosterparkstraat in Amsterdam-Oost, een buurt die in die tijd een aanzienlijke Joodse populatie kende. De achternaam Abrahams-Frankvoorder bevestigt dit Joodse karakter. "Ventgeld" wijst erop dat de overleden echtgenoot waarschijnlijk een straathandelaar (bijv. een koopman met een kar) was, een veelvoorkomend beroep in deze sociaal-economische klasse. Voor een weduwe in 1939 was een bedrag van 4 gulden (vergelijkbaar met de koopkracht van ongeveer 35-40 euro nu) een betekenisvolle som geld. C. Abrahams Gemeente Amsterdam