Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 212
Dossier 2A
Jaar 1939
Stadsarchief

Archiefdocument

18 september 1939 Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, gezien de context van vergunningen).

Origineel

18 september 1939 De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, gezien de context van vergunningen). VP/HG.

72/84/2 M.
n 3

18 September 1939.

Aanvraag bakvergunning ten
name van L.M. Leers.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 4 dezer om advies ontvangen stukken no. 110/18 L.M. 1939 heb ik de eer U te berichten, dat adressant is houder van ventvergunning serie 14 nummer 108, die hem het recht geeft om met consumptie-ijs in Centrum te venten. Het is zijn bedoeling om thans met een met glas ombouwde kar te gaan venten met zoogenaamde patates frites, die op de kar gebakken worden. Adressant verklaarde, dat hij kok is en dat hij de aardappelen thuis vooraf bakt, zoodat hij ze op straat alleen even in de kokende olie behoeft te doen, alvorens ze af te leveren. Voor het bakken behoeft hij dus niet geruimen tijd te blijven stilstaan.

In mijn rapport d.d. 6 October 1937 (No. 72/143/2 M.) heb ik omtrent een soortgelijk verzoek van een venter geadviseerd. Ik nam toen aan, dat door verleening van een bakvergunning aan een venter niet die overlast zal ontstaan, welke van het bakken op de markten is gebleken. Op dien grond bestond mijnerzijds tegen inwilliging van het verzoek geen bezwaar. De bedoelde bakvergunning is dan ook aan den venter uitgereikt (No. 640 L.M. 1937). Ik geef U beleefd in overweging ook in het onderhavige geval de gevraagde vergunning te verleenen. Vooraf worde terzake echter het advies ingewonnen van Uw Ambtgenoot voor de Brandweer, opdat de noodige eischen aan het door adressant te gebruiken toestel worden gesteld.

De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Wethouder voor Levensmiddelen betreffende een vergunningsaanvraag. De aanvrager, de heer L.M. Leers, die al een ventvergunning voor ijs heeft, wil overstappen op de verkoop van "patates frites" vanuit een kar.

De essentie van het advies is positief. De directeur voert twee argumenten aan voor de inwilliging:
1. Operationele efficiëntie: Omdat de aanvrager een professionele kok is en de frieten thuis voorbakt, hoeft hij op straat maar kort stil te staan voor de afbakronde, wat de verkeersoverlast beperkt.
2. Precedent: Er wordt verwezen naar een eerdere vergunning uit 1937 voor een soortgelijk geval, die niet tot overlast heeft geleid.

Er wordt wel een voorbehoud gemaakt: de brandweer moet eerst advies geven over de veiligheid van het baktoestel in de kar. De datum van het document, 18 september 1939, is historisch relevant. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog in Europa net begonnen (Duitsland viel Polen binnen op 1 september 1939). In Nederland was de mobilisatie in volle gang.

Het document biedt een interessant inkijkje in de opkomst van de frietverkoop als straatvoedsel ("zoogenaamde patates frites") in de Nederlandse steden. Het laat zien hoe de lokale overheid destijds probeerde een balans te vinden tussen ondernemerschap en het voorkomen van overlast in de binnenstad (het "Centrum"). De bureaucratische zorgvuldigheid, waarbij meerdere disciplines (levensmiddelen, openbare orde/verkeer en brandveiligheid) betrokken werden, is kenmerkend voor het Nederlandse bestuurlijke apparaat in die periode.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies gericht aan de Wethouder voor Levensmiddelen betreffende een vergunningsaanvraag. De aanvrager, de heer L.M. Leers, die al een ventvergunning voor ijs heeft, wil overstappen op de verkoop van "patates frites" vanuit een kar.

De essentie van het advies is positief. De directeur voert twee argumenten aan voor de inwilliging:
1. Operationele efficiëntie: Omdat de aanvrager een professionele kok is en de frieten thuis voorbakt, hoeft hij op straat maar kort stil te staan voor de afbakronde, wat de verkeersoverlast beperkt.
2. Precedent: Er wordt verwezen naar een eerdere vergunning uit 1937 voor een soortgelijk geval, die niet tot overlast heeft geleid.

Er wordt wel een voorbehoud gemaakt: de brandweer moet eerst advies geven over de veiligheid van het baktoestel in de kar.

Historische Context

De datum van het document, 18 september 1939, is historisch relevant. Hoewel Nederland op dat moment nog neutraal was, was de Tweede Wereldoorlog in Europa net begonnen (Duitsland viel Polen binnen op 1 september 1939). In Nederland was de mobilisatie in volle gang.

Het document biedt een interessant inkijkje in de opkomst van de frietverkoop als straatvoedsel ("zoogenaamde patates frites") in de Nederlandse steden. Het laat zien hoe de lokale overheid destijds probeerde een balans te vinden tussen ondernemerschap en het voorkomen van overlast in de binnenstad (het "Centrum"). De bureaucratische zorgvuldigheid, waarbij meerdere disciplines (levensmiddelen, openbare orde/verkeer en brandveiligheid) betrokken werden, is kenmerkend voor het Nederlandse bestuurlijke apparaat in die periode.

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1