Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 307
Dossier 76
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte brief (afschrift), waarschijnlijk een officieel kopie uit een archiefdossier.

22 oktober 1937. Van: Een groep bloemenventers uit Amsterdam-West (C.H.J. Langkemper, H.J. Vonk, J.G. Kuyten, G.A. Leseman, W.F. v.d. Steen). Dossier: 39/333/1, 5/961

Origineel

Getypte brief (afschrift), waarschijnlijk een officieel kopie uit een archiefdossier. 22 oktober 1937. Een groep bloemenventers uit Amsterdam-West (C.H.J. Langkemper, H.J. Vonk, J.G. Kuyten, G.A. Leseman, W.F. v.d. Steen). No.39/333/1 M.1937.
No.5/961 L.M.1937. AFSCHRIFT.-


                                                        Amsterdam, 22 October 1937.

                         Den WelEdelgestrenge Heeren

                             Burgemeester en Wethouders

                                 van  Amsterdam.

Edelachtbare Heeren,

Eenige jaren geleden, toen er nog geen standplaatsen werden uitgereikt, waren er ongeveer, net als op heden, een twintigtal bloemen en fruitventers in de Jan Evertsenstraat.
Een paar van die venters hebben het geluk gehad een vaste standplaats te krygen.
Toen die venters deze standplaatsen niet hadden, werden wy door de Politie met rust gelaten, maar nu dat die menschen uit de nood zyn geholpen, door een vaste standplaats te hebben verkregen door EUdl. medewerking, nu worden wy geregeld meer als ergelyk achter den broek gezeten, door de Politie, terwyl de standplaatshouders er nog een schepje opgooien, dat, als wy maar even met onze kar blyven staan, zy direct de telefoon opnemen om de Politie te waarschuwen.
Wy durven UEd.eerlyk verklaren, dat de Politie meer last heeft van die paar standplaatshouders, dan van de overige venters uit de Jan Evertsenstraat.
Nu is ons beleefd doch dringend verzoek aan UEd. geeft UEd. ons allemaal een vaste standplaats en als dat niet mogelyk is, dan een dagelyksche markt in de Jan Evertsenstraat, wat ook ten voordeele kan komen voor de winkeliers en voor ons, daar wy dan de kans beloopen onze boterham zelf te verdienen en niet als steuntrekkers te fungeeren, tenminste zooals het nu toegaat. Op het moment wordt het ons allen ondragelyk gemaakt op een eerlyke manier nog iets te verdiehen.
Het verzoek om een dagelyksche markt gaat ook uit van de H.H.Winkeliers, die zouden het ook zeer op prys stellen,als er een markt kwam.
Hopende, dat UEd. daar eens goede nota van wilt nemen, en wy hopen op een goed resultaat verblyven wy in afwachting,
Hoogachtend,

                                     De venters van West en J.Evertsenstraat.

C.H.J.Langkemper Bloemenventer Balboastraat 14 I
H.J.Vonk " Baffinstraat 41 I
J.G.Kuyten " Cabralstraat 12 II
G.A.Leseman " James Cookstraat 24 III
W.F.v.d.Steen " J.v.Lennepstraat 162 I * Kernboodschap: De brief is een noodkreet van een groep onvergunde straatventers. Zij beklagen zich over de oneerlijke situatie waarbij slechts enkelen een vaste standplaats hebben gekregen.
* Conflict: Er is sprake van een scherp conflict tussen de vergunde standplaatshouders en de 'vrije' venters. De vergunde venters zouden de politie bellen zodra hun onvergunde collega's ergens stil blijven staan.
* Economische nood: De schrijvers benadrukken dat zij hun eigen brood willen verdienen ("onze boterham zelf verdienen") om te voorkomen dat ze afhankelijk worden van de "steun" (werkloosheidsuitkering). De taal is direct en emotioneel ("achter den broek gezeten", "ondragelyk gemaakt").
* Oplossingen: De venters stellen twee oplossingen voor: ofwel iedereen een vaste standplaats, ofwel de instelling van een dagelijkse markt in de Jan Evertsenstraat. Ze claimen hierbij ook de steun van de lokale winkeliers. * Tijdsgeest: In 1937 bevond Nederland zich aan het einde van de Grote Depressie. Werkloosheid was wijdverspreid en armoede groot. Straathandel was voor velen een laatste redmiddel om uit de vernederende "steun" te blijven.
* Stadsontwikkeling: De Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West was in deze periode een relatief nieuwe, drukke winkelstraat in een groeiende woonwijk (Plan West). De spanning tussen ambulante handel en gevestigde winkeliers (of vergunde standplaatsen) was een terugkerend thema in het gemeentelijk beleid.
* Regulering: De gemeente Amsterdam probeerde de straathandel steeds meer te reguleren via vergunningen om overlast te beperken en de openbare orde te handhaven, wat vaak leidde tot scheve gezichten en uitsluiting van de armste groep handelaren. C.H.J. Langkemper G.A. Leseman H.J. Vonk J.G. Kuyten W.F. v.d. Steen Gemeente Amsterdam Politie

Samenvatting

  • Kernboodschap: De brief is een noodkreet van een groep onvergunde straatventers. Zij beklagen zich over de oneerlijke situatie waarbij slechts enkelen een vaste standplaats hebben gekregen.
  • Conflict: Er is sprake van een scherp conflict tussen de vergunde standplaatshouders en de 'vrije' venters. De vergunde venters zouden de politie bellen zodra hun onvergunde collega's ergens stil blijven staan.
  • Economische nood: De schrijvers benadrukken dat zij hun eigen brood willen verdienen ("onze boterham zelf verdienen") om te voorkomen dat ze afhankelijk worden van de "steun" (werkloosheidsuitkering). De taal is direct en emotioneel ("achter den broek gezeten", "ondragelyk gemaakt").
  • Oplossingen: De venters stellen twee oplossingen voor: ofwel iedereen een vaste standplaats, ofwel de instelling van een dagelijkse markt in de Jan Evertsenstraat. Ze claimen hierbij ook de steun van de lokale winkeliers.

Historische Context

  • Tijdsgeest: In 1937 bevond Nederland zich aan het einde van de Grote Depressie. Werkloosheid was wijdverspreid en armoede groot. Straathandel was voor velen een laatste redmiddel om uit de vernederende "steun" te blijven.
  • Stadsontwikkeling: De Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West was in deze periode een relatief nieuwe, drukke winkelstraat in een groeiende woonwijk (Plan West). De spanning tussen ambulante handel en gevestigde winkeliers (of vergunde standplaatsen) was een terugkerend thema in het gemeentelijk beleid.
  • Regulering: De gemeente Amsterdam probeerde de straathandel steeds meer te reguleren via vergunningen om overlast te beperken en de openbare orde te handhaven, wat vaak leidde tot scheve gezichten en uitsluiting van de armste groep handelaren.

Genoemde Personen 5

Locaties

Amsterdam.

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit Huishoudelijk: Pan Kruidenier (Droog): Bloem Textiel & Kleding: Broek Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Textiel Tuin & Plant: Bloemen Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Zuivel & Eieren: Boter Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Politie

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1