Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 324
Dossier 1
Jaar 1939
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

7 december 1934.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. 7 december 1934. N° 20/117 M. 1934 47/a [handgeschreven]
Marktw. [handgeschreven]

No. 724 L.M. 1934.
Aanwijzing twee tijdelijke hulpmarkten.

[handgeschreven paraaf/notitie: m.v. W]

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
Burgemeester en Wethouders van Amsterdam
Vrijdag, 7 December 1934.

Op voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen wordt het volgende besluit genomen;

Burgemeester en Wethouders van Amsterdam,

Gezien het rapport van den Directeur van het Marktwezen d.d. 20 Juli 1934, No. 20/35 M. (No. 724 L.M.) en gelet op de nota van den Wethouder voor de Levensmiddelen van 20 November 1934;

B e s l u i t e n :

1° met ingang van 15 December 1934 aan te wijzen voor den tijd van ten hoogste één jaar als tijdelijke hulpmarkt voor den Zaterdag en uitsluitend voor den verkoop van levensmiddelen en bloemen de Jan Evertsenstraat van de Admiralengracht tot het Mercatorplein;

2° met ingang van 10 December 1934 aan te wijzen voor den tijd van ten hoogste één jaar als tijdelijke hulpmarkt van de algemeene dagmarkt de Albert Cuypstraat van de 1ste Sweelinckstraat tot de Van Woustraat.

Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeelingen Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (3 stuks), Algemeene Zaken (2 stuks), Financiën (2 stuks).

J.M. [geparafeerd]

Voor eensluidend extract,
de Secretaris,
(get.) VAN LIER.

20 [handgeschreven rechtsonder] Dit document is een officieel getypt uittreksel (extract) van een besluit van het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders uit 1934. De tekst is opgesteld in de toenmalige formele ambtelijke spelling (bijv. "den tijd", "Zaterdag" met hoofdletter, "algemeene").

De kern van het besluit is de instelling van twee tijdelijke markten voor een periode van maximaal één jaar:
1. Jan Evertsenstraat: Een zaterdagmarkt specifiek voor levensmiddelen en bloemen (tussen de Admiralengracht en het Mercatorplein).
2. Albert Cuypstraat: Een uitbreiding of tijdelijke hulpmarkt van de reeds bestaande dagmarkt (tussen de 1ste Sweelinckstraat en de Van Woustraat).

Opvallend is de gedetailleerde distributielijst onderaan, waaruit blijkt dat ook de afdeling "Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen" een afschrift ontving, wat duidt op de brede bemoeienis van de gemeente met de openbare hygiëne en marktordening. In 1934 bevond Nederland zich midden in de Grote Depressie. De instelling van "hulpmarkten" was vaak een reactie op de economische noodzaak om goedkope levensmiddelen beschikbaar te maken voor de groeiende bevolking in de nieuwe stadswijken.

De Jan Evertsenstraat lag in de toen relatief nieuwe wijk "De Baarsjes" (Amsterdam-West), die in deze periode volop in ontwikkeling was. Het Mercatorplein was net voltooid (ontwerp Berlage). De Albert Cuypmarkt was in 1934 al een gevestigde instelling (sinds 1905), maar de markt werd continu gereguleerd en heringedeeld door het gemeentebestuur om de verkeersdoorstroming en hygiëne te waarborgen. De secretaris Van Lier, wiens naam onderaan staat, was een prominente figuur in de Amsterdamse gemeentelijke administratie in die tijd.

Samenvatting

Dit document is een officieel getypt uittreksel (extract) van een besluit van het Amsterdamse college van Burgemeester en Wethouders uit 1934. De tekst is opgesteld in de toenmalige formele ambtelijke spelling (bijv. "den tijd", "Zaterdag" met hoofdletter, "algemeene").

De kern van het besluit is de instelling van twee tijdelijke markten voor een periode van maximaal één jaar:
1. Jan Evertsenstraat: Een zaterdagmarkt specifiek voor levensmiddelen en bloemen (tussen de Admiralengracht en het Mercatorplein).
2. Albert Cuypstraat: Een uitbreiding of tijdelijke hulpmarkt van de reeds bestaande dagmarkt (tussen de 1ste Sweelinckstraat en de Van Woustraat).

Opvallend is de gedetailleerde distributielijst onderaan, waaruit blijkt dat ook de afdeling "Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen" een afschrift ontving, wat duidt op de brede bemoeienis van de gemeente met de openbare hygiëne en marktordening.

Historische Context

In 1934 bevond Nederland zich midden in de Grote Depressie. De instelling van "hulpmarkten" was vaak een reactie op de economische noodzaak om goedkope levensmiddelen beschikbaar te maken voor de groeiende bevolking in de nieuwe stadswijken.

De Jan Evertsenstraat lag in de toen relatief nieuwe wijk "De Baarsjes" (Amsterdam-West), die in deze periode volop in ontwikkeling was. Het Mercatorplein was net voltooid (ontwerp Berlage). De Albert Cuypmarkt was in 1934 al een gevestigde instelling (sinds 1905), maar de markt werd continu gereguleerd en heringedeeld door het gemeentebestuur om de verkeersdoorstroming en hygiëne te waarborgen. De secretaris Van Lier, wiens naam onderaan staat, was een prominente figuur in de Amsterdamse gemeentelijke administratie in die tijd.

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1