Getypte brief/memorandum.
Origineel
Getypte brief/memorandum. 20 juli 1934. 20 Juli 1934.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A L H I E R.
Wanneer op 1 September a.s. de Ventverordening in werking zal treden, zal daarvan een geheel gewijzigde toestand van den straathandel het gevolg zijn. Deze handel zal, veel meer dan tot nu toe het geval was, aan regelen worden onderworpen; o.a. zal dan stipt de hand moeten worden gehouden aan het bepaalde in art. 2 sub h der Ventverordening, waar den venters wordt verboden stil te staan binnen een afstand van 50 meter van de markten, anders dan tot het bedienen van klanten. Enerzijds zal dus de bescherming der markten worden vergroot; maar anderzijds zal in verband daarmede van de zijde der venters meer en meer aandrang ontstaan op de officieele markten plaatsen te bezetten. Deze aandrang wordt nog door verschillende factoren bevorderd. Met name zal niet langer kunnen worden geduld, dat de venters zich, vooral des Zaterdags, in grooten getale in bepaalde straten, zooals de Kinkerstraat, opstellen en daar a.h.w. een clandestiene markt vormen. Wanneer echter het staan van venters in de Kinkerstraat en in andere straten, waar dit tot numtoe pleegt te geschieden, wordt tegengegaan, zal hun een andere "marktgelegenheid moeten worden geboden. Het is n.l. een eigenaardigheid van het publiek, dat bij venters pleegt te koopen, dat het op Zaterdag zijne inkoopen ter markt Dit document is een ambtelijke mededeling gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. De kern van de brief is de aanstaande inwerkingtreding van een nieuwe Ventverordening op 1 september 1934.
De belangrijkste punten uit de analyse zijn:
1. Strenge handhaving: Er wordt aangekondigd dat de regels voor straathandel ("venten") aanzienlijk worden aangescherpt. Specifiek wordt art. 2 sub h genoemd, dat venters verbiedt stil te staan binnen 50 meter van een officiële markt.
2. Bescherming van de markt: Het doel van de maatregel is tweeledig: het beschermen van de officiële markten tegen ongeoorloofde concurrentie en het voorkomen van verkeersoverlast of wanorde.
3. Clandestiene marktvorming: De brief signaleert een specifiek probleem in de Kinkerstraat, waar venters op zaterdag massaal samenkomen en zo een informele ("clandestiene") markt vormen.
4. Sociaal-economische realiteit: De schrijver erkent dat het simpelweg verbieden van dit gedrag niet volstaat. Omdat het publiek gewend is op zaterdag bij venters te kopen, zal de gemeente alternatieve, officiële marktplaatsen moeten aanbieden om de druk op de straat te ontlasten zonder de handel volledig de nek om te draaien. De brief dateert uit 1934, een periode die midden in de Grote Depressie viel. In deze tijd van economische crisis was de straathandel voor velen een laatste middel van bestaan, maar tegelijkertijd probeerden overheden de handel te reguleren om de gevestigde middenstand en officiële markten te beschermen.
In Amsterdam (zoals blijkt uit de verwijzing naar de Kinkerstraat) was de druk op de openbare ruimte groot. De Kinkerstraat was destijds, net als nu, een belangrijke verkeersader en winkelstraat nabij de Ten Katemarkt. Het document weerspiegelt de overgang van een meer informele, negentiende-eeuwse straathandel naar een strakker gereguleerd, modern stedelijk marktsysteem. De spanning tussen "vrije" straatverkoop en ordelijke markten is een terugkerend thema in de Amsterdamse stadsgeschiedenis van de jaren '30. R.