Getypte ambtelijke rapportage/nota (doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke rapportage/nota (doorslag). 20 juli (jaar onbekend, vermoedelijk begin 20e eeuw, circa 1920-1924). Waarschijnlijk de hoofdadministrateur of directeur van de Dienst van het Marktwezen. De Wethouder van de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). 5 20 Juli 4.
den Heer Weth.v.d. Levensmiddelen
Alhier.
Alb. Cuypstraat.
Aantal nieuwe marktplaatsen: 60 van 3 strekkende
meter á ƒ.0.10 per strekkenden meter (alleen op Zaterdag
zal deze markt druk worden bezet). Opbrengst: ƒ.18.- p. week
(daargelaten een eventueel verlichtingstarief).
Iepenplein.
Aantal nieuwe marktplaatsen: 40 van 3 strekkende
meter á ƒ.0.40 per strekkenden meter (weekplaatsen).
Opbrengst: ƒ.48.- per week.
Jan Evertsenstraat.
Aantal nieuwe marktplaatsen: 170 van 3 strekkende
meter á ƒ.0.10 per strekkenden meter (Zaterdagsmarkt).
Opbrengst: ƒ.51.- per week.
Van der Pekstraat.
Aantal nieuwe marktplaatsen: 100 van 3 strekkende
meter á ƒ.0.10 per strekkenden meter (Zaterdagsmarkt).
Opbrengst: ƒ.30.- per week.
Haarlemmerplein.
Aantal nieuwe marktplaatsen: 30 van 3 strekkende
meter á ƒ.0.10 per strekkenden meter (Zaterdagsmarkt).
Opbrengst: ƒ.9.- per week.
Totaal is van de voorgestelde uitbreidingen der-
halve, na verhooging der marktgelden met 100 %, een inkom-
stenvermeerdering van rond ƒ.160.- per week te verwachten,
de Ten Katestraat buiten beschouwing gelaten.
Hiertegenover staan vermoedelijk voorloopig geen
extra uitgaven voor nieuw marktpersoneel.
Resumeerende heb ik mitsdien de eer U beleefd te
verzoeken, wel te willen bevorderen:
I. dat door Burgemeester en Wethouders ingevolge het
bepaalde in art. 11 der thans nog geldende Verordening op
den Dienst van het Marktwezen voor den tijd van één jaar
wordt aangewezen tot tijdelijke hulpmarkt van de algemeene
dagmarkt: de Ten Katestraat van de Bellamystraat tot de * Inhoud: Het document bevat een gedetailleerde berekening van de verwachte inkomsten uit de uitbreiding van diverse Amsterdamse markten. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen 'weekplaatsen' (duurder, ƒ.0.40 per meter) en zaterdagsmarkten (goedkoper, ƒ.0.10 per meter).
* Financieel: Men rekent op een inkomstenstijging van circa 160 gulden per week, mede door een voorgestelde verdubbeling (100% verhoging) van de marktgelden. Een interessant detail is dat men verwacht geen extra kosten te maken voor personeel, wat de netto winst voor de gemeente maximaliseert.
* Procedure: Het document eindigt met een formeel verzoek aan de Wethouder om bij het College van B&W te bepleiten dat de Ten Katestraat officieel voor een jaar als 'hulpmarkt' wordt aangewezen, gebaseerd op de bestaande marktverordening.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is typisch voor de ambtelijke correspondentie van die tijd, met termen als "mitsdien", "beleefd te verzoeken", en "daargelaten". De spelling is deels verouderd (bijv. "verhooging", "voorloopig"). * Historische betekenis: Dit document illustreert de sterke groei van de Amsterdamse straatmarkten in de vroege 20e eeuw, parallel aan de stadsuitbreiding (zoals in de Jan Evertensenstraat in Plan West en de Van der Pekstraat in Noord).
* Bestuur: De functie "Wethouder van de Levensmiddelen" werd in Amsterdam ingesteld tijdens de Eerste Wereldoorlog om de voedseldistributie en schaarste te beheersen. De markten speelden hierin een cruciale rol als distributiepunten voor de bevolking.
* De markten nu: Veel van de genoemde locaties zijn nog steeds iconische marktplaatsen. De Albert Cuypmarkt is inmiddels wereldberoemd, en ook de markten op het Haarlemmerplein, het Iepenplein en de Ten Katestraat hebben hun plek in de stad behouden. Dit document legt de administratieve en financiële basis vast voor de schaal waarop deze markten tegenwoordig (deels) nog steeds functioneren.