Archief 745
Inventaris 745-298
Pagina 404
Dossier 76
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie / brief.

20 juli 1939. Van: Een ambtenaar van het Marktwezen (ondertekend als "de ambt. [naam onduidelijk, mogelijk Kroon]"). Aan: Den heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam.

Origineel

Ambtelijke correspondentie / brief. 20 juli 1939. Een ambtenaar van het Marktwezen (ondertekend als "de ambt. [naam onduidelijk, mogelijk Kroon]"). Den heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. No 76/10/1 M 1939 21/6

Den heer Inspecteur van het Marktwezen
Alhier.

In verband met de klacht van P. Lindeman
Jan Evertsenstraat 96, deel ik U mede dat K. de Graaff
tegenover perceel 96 zijn standplaats (no 66) heeft
en aldaar visch bakt.
Het verhoogde voetpad is ± 6.50 Mtr breed, alsoo
een geruimen afstand van perceel 96.
Waar de Graaff geplaatst wordt zal men naar
gelang van de windrichting weleens kunnen
klagen over de niet te voorkomen baklucht.
Ik moet U derhalve adviseeren op vorenbe-
doelde klacht niet in te gaan.

Amst. dam, 20 Juli 1939
de ambt:
[Handtekening] Het document is een interne ambtelijke rapportage betreffende een burengeschil of overlastklacht in de openbare ruimte. Een zekere P. Lindeman, woonachtig aan de Jan Evertsenstraat 96 in Amsterdam, heeft zich beklaagd over de activiteiten van K. de Graaff, die een viskraam (standplaats nummer 66) tegenover zijn woning exploiteert.

De kern van de klacht is de "baklucht" die ontstaat bij het bakken van vis. De rapporterend ambtenaar heeft de situatie ter plaatse beoordeeld. Zijn conclusie is pragmatisch en defensief ten opzichte van de vergunninghouder:
1. Fysieke afstand: Hij benadrukt dat het verhoogde voetpad 6,5 meter breed is, wat volgens hem een "geruime afstand" vormt tussen de bron van de geur en de gevel van de klager.
2. Onvermijdelijkheid: Hij stelt dat de overlast afhankelijk is van de windrichting en dat de baklucht "niet te voorkomen" is bij een dergelijke activiteit.

Het eindoordeel is een formeel negatief advies aan de Inspecteur: de klacht moet niet in behandeling worden genomen of worden afgewezen. Het document getuigt van de typische wijze waarop lokale overheden in die tijd omgingen met de balans tussen marktkooplieden en omwonenden. Locatie: De Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West was eind jaren '30 al een levendige winkelstraat. De aanwezigheid van een markt of losse standplaatsen was gebruikelijk voor de voedselvoorziening van de buurt.

Tijdsbeeld: Juli 1939 is een historisch cruciaal moment, slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Desondanks tonen archieven zoals deze aan dat de dagelijkse bureaucratie en de handhaving van de openbare orde en het marktwezen gewoon doorgingen.

Taalgebruik: Het gebruik van termen als "Den heer", "alhier" en "alsoo" (een archaïsche spelling van 'alzoo', oftewel 'dus') is kenmerkend voor de formele, ambtelijke stijl van de vroege 20e eeuw. Het document geeft een inkijkje in de kleine irritaties van het stadsleven die door het Marktwezen moesten worden gemanaged.

Samenvatting

Het document is een interne ambtelijke rapportage betreffende een burengeschil of overlastklacht in de openbare ruimte. Een zekere P. Lindeman, woonachtig aan de Jan Evertsenstraat 96 in Amsterdam, heeft zich beklaagd over de activiteiten van K. de Graaff, die een viskraam (standplaats nummer 66) tegenover zijn woning exploiteert.

De kern van de klacht is de "baklucht" die ontstaat bij het bakken van vis. De rapporterend ambtenaar heeft de situatie ter plaatse beoordeeld. Zijn conclusie is pragmatisch en defensief ten opzichte van de vergunninghouder:
1. Fysieke afstand: Hij benadrukt dat het verhoogde voetpad 6,5 meter breed is, wat volgens hem een "geruime afstand" vormt tussen de bron van de geur en de gevel van de klager.
2. Onvermijdelijkheid: Hij stelt dat de overlast afhankelijk is van de windrichting en dat de baklucht "niet te voorkomen" is bij een dergelijke activiteit.

Het eindoordeel is een formeel negatief advies aan de Inspecteur: de klacht moet niet in behandeling worden genomen of worden afgewezen. Het document getuigt van de typische wijze waarop lokale overheden in die tijd omgingen met de balans tussen marktkooplieden en omwonenden.

Historische Context

Locatie: De Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West was eind jaren '30 al een levendige winkelstraat. De aanwezigheid van een markt of losse standplaatsen was gebruikelijk voor de voedselvoorziening van de buurt.

Tijdsbeeld: Juli 1939 is een historisch cruciaal moment, slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Desondanks tonen archieven zoals deze aan dat de dagelijkse bureaucratie en de handhaving van de openbare orde en het marktwezen gewoon doorgingen.

Taalgebruik: Het gebruik van termen als "Den heer", "alhier" en "alsoo" (een archaïsche spelling van 'alzoo', oftewel 'dus') is kenmerkend voor de formele, ambtelijke stijl van de vroege 20e eeuw. Het document geeft een inkijkje in de kleine irritaties van het stadsleven die door het Marktwezen moesten worden gemanaged.

Locaties

De Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West was eind jaren '30 al een levendige winkelstraat. De aanwezigheid van een markt of losse standplaatsen was gebruikelijk voor de voedselvoorziening van de buurt.

Kooplieden in dit dossier 43

Bur.v.Maatsch.Steun 654
Bur.v.Maatsch.Steun 708
C.H.J. Langkemper Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
E. Korthoef Geen schuld.
A. Leeseman Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
G.G.D. In " 2.003,90
G.G.D. In " 3.707,50
G.G.D. In " 827,50
Gebouwen, op of tegen " 1.250,--
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
Gebouwen, op of tegen
H.J. Vonk Ventgeld ƒ 1,40 over October en November 1937.
J.G. Kuyten Ventgeld ƒ 0,70 over November 1937.
Alle 43 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1