Officiële brief/oproep (doorslag van een getypt document).
Origineel
Officiële brief/oproep (doorslag van een getypt document). 5 mei 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). (Handgeschreven, rechtsboven:)
M. Müller
en
G.
(Linksboven:)
85/56/1 M
(Rechtsboven:)
5 Mei 1939.
(Geadresseerde:)
den Heer Helmstad,
Roetersstraat 5,
Amsterdam-Centrum.
Wyk 10.
(Inhoud:)
Op Woensdag 26 April jl. is geconstateerd, dat op
de markt Albert Cuypstraat materiaal, bestemd voor het
uitstallen van goederen, dat door U was verhuurd, aanwezig
was, zonder dat U hiervoor vergunning is verleend.
In verband hiermede verzoek ik U Maandag 8 Mei
a.s. te mynen kantore, Jan van Galenstraat 14, te komen.
Indien U aan deze oproeping niet zoudt voldoen,
zou U niet langer kunnen worden toegestaan, materiaal op de
markten te plaatsen.
(Ondertekening:)
De Directeur, * Onderwerp: Een officiële berisping en oproep wegens het illegaal verhuren van marktmateriaal (zoals kramen of planken) op de Albert Cuypmarkt zonder de benodigde vergunning.
* Toon: Formeel, ambtelijk en dwingend. Er wordt gedreigd met een verbod op verdere activiteiten op de Amsterdamse markten als de geadresseerde niet verschijnt.
* Taalgebruik: Gebruik van oudere spelling ("mynen", "zoudt", "Wyk", "jl." voor jongstleden, "a.s." voor aanstaande).
* Locaties: De brief noemt drie locaties in Amsterdam: de Roetersstraat (adres overtreder), de Albert Cuypstraat (locatie overtreding) en de Jan van Galenstraat 14 (het kantoor van de directeur). Dit document stamt uit mei 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De brief weerspiegelt de strikte regulering van de Amsterdamse markten in die tijd. Het adres Jan van Galenstraat 14 was destijds de zetel van de Dienst van het Marktwezen, gevestigd bij de Centrale Markthallen. De Albert Cuypmarkt was toen al een van de belangrijkste markten van de stad. De controle op vergunningen voor het verhuren van uitstalmateriaal was essentieel voor het beheer van de openbare ruimte en de marktgelden. De handgeschreven namen bovenin duiden waarschijnlijk op ambtenaren die het dossier hebben behandeld of gezien.