Handgeschreven verzoekschrift / briefkaart.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / briefkaart. 7 juli 1939 (datum van schrijven); 28 juli 1939 (datum van verwerking). S. L. Helmstadt, Roetersstraat 5A, Amsterdam. Aangezien ondergetekende S. L. Helmstadt
op de markten Alb. Cuypstraat en
Waterlooplein geen kramen plaatst
verzoekt hij UEd. zijn aanvraag voor een
vergunning tot het plaatsen van
kramen op die markten, als niet
gedaan te willen beschouwen.
Amsterdam 7 Juli 1939
[Stempel:]
S. L. HELMSTADT
ROETERSSTRAAT 5A
TELEFOON 51465
[Handtekening:]
S Helm
[Kanttekening linksonder:]
Gezien
28-7-39
[Paraaf]
[Paars stempel:]
№ 85/56/2 M. 1939 * Inhoud: De heer Helmstadt verzoekt de gemeente (geadresseerd als "UEd.", Uw Edelachtbare) om zijn eerdere aanvraag voor marktplaatsen op de Albert Cuypmarkt en het Waterlooplein als nietig te beschouwen. De reden die hij opgeeft is simpelweg dat hij daar geen kramen (meer) plaatst.
* Schrift: Het document is geschreven in een duidelijk, enigszins gestileerd handschrift dat karakteristiek is voor de eerste helft van de 20e eeuw. De afzender gebruikt een voorbedrukte stempel voor zijn adresgegevens, wat duidt op een professionele of regelmatige correspondentie met instanties.
* Administratieve afhandeling: Het document is drie weken na verzending ambtelijk verwerkt, blijkens de "Gezien"-notitie op 28 juli 1939. Het paarse stempel onderaan geeft het dossier- of volgnummer aan binnen het gemeentelijk archiefsysteem voor marktzaken in 1939. * Locatie: De genoemde markten, de Albert Cuyp en het Waterlooplein, waren in 1939 (en zijn nog steeds) de belangrijkste markten van Amsterdam. Het Waterlooplein lag in het hart van de oude Joodse buurt.
* Historische periode: De datum, juli 1939, is saillant. Het is slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de daaropvolgende bezetting van Nederland. Siegfried Helmstadt was een Joodse Amsterdammer. De Roetersstraat, waar hij woonde, lag eveneens in een buurt met een grote Joodse populatie.
* Betekenis: Hoewel dit op het eerste gezicht een triviaal administratief briefje lijkt, vormt het een tastbaar bewijs van het dagelijks leven en de economische activiteiten van Joodse Amsterdammers vlak voor de ingrijpende beperkingen en vervolgingen door de Duitse bezetter. Dergelijke documenten zijn vaak bewaard gebleven in de archieven van de Marktwezen-administratie van de Gemeente Amsterdam.