Archiefdocument
Origineel
7 november 1939 J. Renz (vermoedelijk een marktmeester of toezichthouder) Den Heer Inspecteur (van het Marktwezen) Waterlooplein
85/114/1.
No 86 ~~67~~ M. 1939 15/11 [stempel en handgeschreven]
7 Nov: 1939
Den Heer
Inspecteur
Hedenmiddag tijdens een regenbui,
kreeg ik van verschillende kooplieden
o:a: C. Polak pl:n: 175, G. Walvisch pl:n: 39,
Th: Spanjer pl:n: 101 (J. Barend eigen fab. pl:n: 103,)
klachten over lekkende zeilen, dat waren
alle stallen van Dhr: Cohen stallenver-
huurder op het Waterlooplein. Met
Dhr: Haringman en Dhr: Uitvlugt ben ik
even gaan kijken, en inderdaad waren
de zeilen van dien aard dat het regenwa-
ter overal doorlekte en de kooplieden hun
handel daardoor beschadigd werd.
Met Dhr: Uitvlugt ben ik naar Dhr: Cohen
gegaan, om daarin (lekkende zeilen) veran-
dering te krijgen, waarop wij van Dhr:
Cohen (in tegenwoordigheid van Dhr: van
Gelder) het antwoord kregen, „ik heb met
jullie niks te maken.” Niet alleen dat wij
veel last ondervinden met de knecht van
Cohen, maar nu krijgen wij zoo’n antwoord
van Dhr: Cohen zelf ook. Erg bevorderlijk
is dat voor de samenwerking niet, ter-
wijl ik steeds alle mogelijke hulp ver-
leend heb wanneer het wanbetalers
betreft—
J. Renz De brief is een officieel verslag van een conflict op de markt aan het Waterlooplein. De kern van de klacht is dat de zeilen van de kramen, verhuurd door de heer Cohen, bij regen ernstig lekken, waardoor de handelswaar van de kooplieden beschadigd raakt. De schrijver van de brief heeft de klacht persoonlijk geverifieerd samen met collega's (Haringman en Uitvlugt).
Opmerkelijk is de escalatie van het conflict: wanneer de marktmeesters Cohen aanspreken, reageert hij dismissief en vijandig ("ik heb met jullie niks te maken"). De afzender, J. Renz, spreekt zijn ongenoegen uit over deze houding, mede omdat hijzelf Cohen juist vaak behulpzaam is bij het aanpakken van wanbetalers. De brief schetst een beeld van stroeve verhoudingen tussen de gemeentelijke marktcontrole en de private exploitant van de stalmaterialen. Dit document stamt uit november 1939, een periode waarin Nederland nog neutraal was in de Tweede Wereldoorlog, maar de spanningen in Europa al groot waren. Het Waterlooplein was in die tijd het centrum van de Joodse buurt in Amsterdam en de namen in de brief (Polak, Walvisch, Spanjer, Barend, Cohen, Van Gelder) weerspiegelen de demografie van de marktkooplieden en ondernemers in dit kwartier.
Zes maanden na het schrijven van deze brief zou de Duitse bezetting beginnen, wat het einde zou inluiden van het normale marktwezen op het Waterlooplein zoals dat in dit document wordt beschreven. De brief biedt daarmee een unieke blik op de alledaagse bureaucratie en de kleine zakelijke beslommeringen vlak voor een catastrofale historische omslag.