Archief 745
Inventaris 745-301
Pagina 208
Dossier 26
Jaar 1939
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijk schrijven.

28 december 1939. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of een gerelateerde gemeentelijke afdeling).

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijk schrijven. 28 december 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of een gerelateerde gemeentelijke afdeling). [In de rechterbovenhoek handgeschreven in inkt:]
M. Muller. [gevolgd door een onleesbare paraaf/stempel]

[Getypt:]
VP/DV.

85/118/2 M.

28 December 1939.

Intrekking kramenver-
gunning ten name van
K. Cramer.

den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat K. Cramer, Borgerstraat 148 I, mij schriftelijk heeft meegedeeld, dat hij zijn karrenverhuurderij heeft verkocht, weshalve hij geen gebruik meer maakt van de hem op 30 November 1938 door Burgemeester en Wethouders verleende vergunning (No.811 L.M.1938) tot het plaatsen van kramen, bestemd om op de markt Ten Katestraat te worden gebruikt, op een anderen dan voor de markt bestemden tijd. Ik geef U beleefd in overweging de bedoelde vergunning te doen intrekken.

De Directeur,

[Linksonder handgeschreven in blauw potlood:]
afgedaan Deze brief is een formeel verzoek van een gemeentelijk directeur aan de bevoegde wethouder om een specifieke vergunning in te trekken. De aanleiding is zakelijk van aard: de heer K. Cramer, gevestigd aan de Borgerstraat in Amsterdam, heeft zijn bedrijf (een karrenverhuurderij) verkocht.

De vergunning in kwestie (nummer 811 L.M.1938) gaf hem het recht om marktkramen te plaatsen buiten de reguliere markttijden van de Ten Katemarkt. Omdat hij zijn bedrijf heeft beëindigd/verkocht, is de vergunning overbodig geworden.

Het document is representatief voor de ambtelijke correspondentie van die tijd, gekenmerkt door een zeer beleefde en formele toon ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "Ik geef U beleefd in overweging"). De handgeschreven notitie "afgedaan" onderaan de brief geeft aan dat de administratieve afhandeling van dit verzoek is voltooid. Het document dateert van december 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). De locaties die in de brief worden genoemd — de Borgerstraat en de Ten Katestraat — bevinden zich in Amsterdam-West (de Kinkerbuurt).

De Ten Katemarkt is een van de oudste en bekendste dagmarkten van Amsterdam. De "karrenverhuurderij" was in die tijd een essentiële ondersteunende dienst voor marktkooplui, die vaak zelf geen opslagruimte hadden voor hun karren en kramen. De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept hoe de marktvoorzieningen toen strikt onder de centrale voedselvoorziening en distributie van de stad vielen.

Samenvatting

Deze brief is een formeel verzoek van een gemeentelijk directeur aan de bevoegde wethouder om een specifieke vergunning in te trekken. De aanleiding is zakelijk van aard: de heer K. Cramer, gevestigd aan de Borgerstraat in Amsterdam, heeft zijn bedrijf (een karrenverhuurderij) verkocht.

De vergunning in kwestie (nummer 811 L.M.1938) gaf hem het recht om marktkramen te plaatsen buiten de reguliere markttijden van de Ten Katemarkt. Omdat hij zijn bedrijf heeft beëindigd/verkocht, is de vergunning overbodig geworden.

Het document is representatief voor de ambtelijke correspondentie van die tijd, gekenmerkt door een zeer beleefde en formele toon ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "Ik geef U beleefd in overweging"). De handgeschreven notitie "afgedaan" onderaan de brief geeft aan dat de administratieve afhandeling van dit verzoek is voltooid.

Historische Context

Het document dateert van december 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). De locaties die in de brief worden genoemd — de Borgerstraat en de Ten Katestraat — bevinden zich in Amsterdam-West (de Kinkerbuurt).

De Ten Katemarkt is een van de oudste en bekendste dagmarkten van Amsterdam. De "karrenverhuurderij" was in die tijd een essentiële ondersteunende dienst voor marktkooplui, die vaak zelf geen opslagruimte hadden voor hun karren en kramen. De betrokkenheid van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept hoe de marktvoorzieningen toen strikt onder de centrale voedselvoorziening en distributie van de stad vielen.

Gerelateerde Documenten 6