Zakelijke correspondentie / Ingebrekestelling.
Origineel
Zakelijke correspondentie / Ingebrekestelling. 20 juni 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Linksboven, handgeschreven in potlood/pen:]
JX. 23 betaald f 15.-
[handtekening/paraf]
[Midden boven, getypt:]
HG.
[Linksboven, getypt:]
85/75/4 M.
1
[Rechtsboven, getypt:]
20 Juni 1939.
[Adres, getypt:]
de Fa. Gerritse en Raats J.,
Vrolikstraat 24,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
[Inhoud brief, getypt:]
In bijlage doe ik U een overzicht toekomen van door
U verschuldigd standplaatsgeld wegens het plaatsen van kra-
men. Indien U deze schuld, alsmede hetgeen U op den betaal-
dag verder aan kramengeld schuldig is, niet uiterlijk Vrij-
dag 23 Juni a.s. betaalt bij den kassier te mijnen kantore,
Jan van Galenstraat 14, zal aan Burgemeester en Wethouders
worden voorgesteld, de U verleende vergunning tot het
plaatsen van kramen in te trekken. Uw kramen enz. zullen
dan niet meer op de markten worden toegelaten; Uw huurders
zullen dan verplicht zijn hun kramen enz. elders te huren.
De Directeur,
[Rechtsboven, handgeschreven:]
M. Müller Het document is een officiële aanmaning gericht aan een firma die kramen verhuurt op Amsterdamse markten. De kern van de brief is een laatste waarschuwing: als het verschuldigde standplaatsgeld niet binnen drie dagen (voor 23 juni 1939) wordt voldaan, zal de vergunning voor het plaatsen van kramen worden ingetrokken.
De consequentie hiervan is tweeledig: de firma verliest haar recht om op de markt te staan, en de marktkooplieden die bij deze firma huren worden gedupeerd. De brief heeft een dwingende, ambtelijke toon.
De handgeschreven aantekening linksboven ("JX. 23 betaald f 15.-") suggereert dat er op de uiterste dag inderdaad een betaling is verricht, wat door een administratief medewerker op het afschrift is genoteerd. De brief dateert van juni 1939, vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. Het adres voor betaling, Jan van Galenstraat 14, is het historische adres van de Centrale Markthallen in Amsterdam, waar de Dienst van het Marktwezen was gevestigd.
In die tijd waren er gespecialiseerde bedrijven, zoals de genoemde Firma Gerritse en Raats, die de fysieke kramen bezaten en deze dagelijks tegen betaling aan de marktkooplieden verhuurden en plaatsten. Het systeem van standplaatsgeld was een belangrijke inkomstenbron voor de gemeente en een middel om de orde op de drukke Amsterdamse markten (zoals de Dappermarkt in de nabijgelegen Vrolikstraat) te handhaven. De dreiging met tussenkomst van Burgemeester en Wethouders onderstreept de ernst van de betalingsachterstand in een tijd van economische onzekerheid.