Getypt rapport/memorandum met handgeschreven correcties en annotaties.
Origineel
Getypt rapport/memorandum met handgeschreven correcties en annotaties. 12 maart 1937 (gebaseerd op handgeschreven datum linksboven). [Handgeschreven linksboven:] 12/3-'37 Gr
[Handgeschreven rechtsboven:] 3 ex.
In een in December jl. gehouden bijeenkomst der sub-commissie genoemd op pagina 5 van de Notulen der Tweede vergadering van de "Commissie voor het bestudeeren van maatregelen ter beteugeling van den hinder van pluimvee-slachteryen", is besloten, dat het lid der Commissie, de heer Gaaikema, tesamen met den secretaris van het Marktwezen Mr. Van Praag, zou trachten voor Amsterdam een regeling voor het slachten en keuren van en den handel in wild en gevogelte te ontwerpen.
Ter uitvoering van deze opdracht hebben ondergeteekenden zich beraden, welke voorschriften ten deze dienen te worden ontworpen. Zy maakten hierby gebruik van de in bylage I dezes overgelegde Richtlynen, welke werden ~~ontworpen~~ [handgeschreven boven de regel:] samengesteld door den heer Dr. Reeser, lid der bovengenoemde Commissie. Naast deze Richtlynen werd eveneens de mogelykheid van toepassing der Wettelyke bepalingen onderzocht, [doorgestreepte passage onleesbaar] welke in bylage II zyn opgesomd.
Ondergeteekenden zyn tot de conclusie gekomen, dat het by den huidigen stand der Wetgeving niet mogelyk is, om plaatselyk de slachting van wild en gevogelte te regelen of te centraliseeren, wanneer daarby tevens eischen voor de keuring moeten worden gesteld en bovendien de invoer van elders geslacht en niet gekeurd wild of gevogelte moet worden verboden.
Naar de meening van ondergeteekenden is centralisatie van slachteryen als hier bedoeld, mogelyk op grond van artikel 4 lid 1 sub 3e der Hinderwet; wenscht men de slachteryen niet te centraliseeren, doch hiervoor nadere eischen te stellen, dan kan het hebben van slachteryen in de Algemeene Politie Verordening ~~kunnen~~ [handgeschreven boven de regel:] worden verboden, [handgeschreven boven de regel:] Hierbij kan met het stellen ~~stellen~~ [handgeschreven:] worden gesteld een ~~er~~ ontheffingsmogelykheid in artikel 5 dier Verordening; [handgeschreven boven de regel:] kunnen dan ~~waaraan~~ aan de eventueel te verleenen vergunning de noodige eischen als voorwaarden ~~zouden kunnen~~ worden verbonden; (een overgangstermijn voor bestaande slachteryen zou ~~dan~~ waarschijnlijk gewenscht zyn). ~~In dit laatste geval zou~~ [handgeschreven boven de regel:] Wanneer doordat de centralisatie ~~vervalt~~ [handgeschreven boven de regel:] zou vervallen, de dienst van het Marktwezen by deze aangelegenheid geen belang meer hebben.
Wanneer tot centralisatie wordt besloten, blyft het zeer de vraag of de Gemeente de bevoegdheid heeft, om den invoer van elders geslacht wild of gevogelte te verbieden. Op de Hinderwet kan deze bevoegdheid zeker niet berusten, terwyl een regeling hiervoor krachtens artikel 168 der Gemeentewet waarschijnlijk te ver zou gaan. Bovendien is contrôle op den invoer zeer moeilyk, ~~daar~~ het hier kleine zendingen betreft, die per bodedienst e.d. veelyuldig plegen te worden bezorgd. In verband met de omstandigheid dat ~~artikel 2~~ [handgeschreven boven de regel:] titel II der Jachtwet 1923 het vervoer van en den handel in wild regelt (zy het voor een ander doel, dan dat, hetwelk thans wordt beoogd), is het voorts de vraag of het vervoer van wild door den Gemeentelyken wetgever nog wel aan nadere voorschriften mag worden onderworpen. Dit document is een ambtelijk verslag of adviesnota die de juridische hindernissen in kaart brengt bij het reguleren van pluimveeslachterijen in Amsterdam in 1937. De kern van het probleem is een conflict tussen de wens van de gemeente om hygiëne en orde te handhaven (centralisatie en keuring) en de beperkingen van de toenmalige landelijke wetgeving.
De opstellers concluderen dat volledige centralisatie en een verbod op import van elders geslacht vlees juridisch onhaalbaar zijn. Als alternatief wordt voorgesteld om via de Algemene Politie Verordening (APV) te werken met een vergunningenstelsel waarbij specifieke eisen gesteld kunnen worden. De vele handgeschreven correcties suggereren dat dit een concept is dat scherp werd geredigeerd om juridisch sluitend te zijn, met name waar het gaat om de afbakening tussen de Hinderwet, de Gemeentewet en de Jachtwet. In de jaren '30 groeide de bezorgdheid over de volksgezondheid en de overlast van kleine, ongecontroleerde slachthuisjes in stedelijke gebieden. Amsterdam trachtte de regie te nemen over het slachtproces (het "Marktwezen").
De genoemde wetten vormen het juridische kader van die tijd:
1. Hinderwet: Gericht op het voorkomen van gevaar, schade of hinder buiten de inrichting.
2. Gemeentewet (art. 168): De basis voor de autonome verordenende bevoegdheid van de gemeente, maar deze mag niet in strijd zijn met hogere wetten.
3. Jachtwet 1923: Een landelijke wet die het vervoer van wild regelt, waardoor lokale beperkingen hierop al snel als onrechtmatig werden gezien.
De annotatie "3 ex." duidt op een beperkte oplage van doorslagen voor de commissieleden.