Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 28
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke notities of een concept voor regelgeving.

Origineel

Handgeschreven ambtelijke notities of een concept voor regelgeving. Mr. Van Raalte -

[linksboven, omcirkeld]
Ontwerp K.B.
aan Kroon verzoeken
vast te stellen.

[rechtsboven]
Geslachte vogels in loc., waar ze ter
verkoop voorhanden zijn, moeten
keuringsmerk dragen aangebracht door de
Centrale slachtplaats.

Geslachte vogels (en wild) mogen slechts
worden verkocht door hen, die een
vergunning hebben v. d. keuringsdienst
van waren.

id. id verkocht alleen door hen, die
vergunning van den keuringsdienst
van waren hebben.

[midden links, omcirkeld]
Art. 30 Melkbesluit
Art 29

[midden]
Mr. Reeser: Aanvullende eischen, waaraan
geslacht wild en gevogelte moeten
voldoen.

[midden links, met pijl naar boven]
15 lid 3 Warenwet

[midden rechts, geaccoladeerd]
Alle in Gem. geslachte dieren en ingevoerde
dieren aan een onderzoek te onderwerpen
die op deugdelijkheid zijn onderworpen.

[onder midden]
De geslachte kippen moeten zijn geslacht
in een toestand, waarin ze blijken volkomen
gezond te zijn.

[onderaan]
Eisch, dat er een merkteeken moet zijn
Centralisatie van slachten. (op grond van
Hinderwet of v d Gem. Wet) Het document is een verzameling werkaantekeningen die de basis vormen voor een nieuw Koninklijk Besluit (K.B.) betreffende de vleeskeuring. Enkele kernpunten uit de analyse:
* Centralisatie en Toezicht: Er wordt gestreefd naar centralisatie van het slachten. Dit maakte het voor de overheid eenvoudiger om keuringen uit te voeren en keuringsmerken (merktekens) aan te brengen via een "Centrale slachtplaats".
* Vergunningsplicht: De notitie introduceert een strikt vergunningstelsel waarbij handelaren in gevogelte en wild goedgekeurd moeten zijn door de Keuringsdienst van Waren.
* Juridische Samenhang: De auteur legt verbanden tussen verschillende wetten. De verwijzing naar het "Melkbesluit" suggereert dat men de regels voor gevogelte wilde spiegelen aan de reeds bestaande (en vaak strengere) regels voor de zuivelinspectie. Ook de "Hinderwet" en "Gemeentewet" (Gem. Wet) worden aangehaald als juridische grondslag voor de centralisatie.
* Volksgezondheid: De specifieke eis dat kippen in "gezonde toestand" geslacht moeten worden, wijst op de strijd tegen voedselvergiftiging en dierziekten die destijds een groot risico vormden voor de volksgezondheid. Dit document is gesitueerd in de periode waarin de Nederlandse overheid de controle op de kwaliteit van levensmiddelen professionaliseerde. Vóór de integrale Warenwet van 1919 was de keuring van vlees en gevogelte vaak een lokale, gemeentelijke aangelegenheid met wisselende standaarden. Deze notities tonen de verschuiving naar nationale kaders en de oprichting van centrale keuringsinstanties. De genoemde "Mr. Reeser" verwijst vermoedelijk naar de jurist E. Reeser, die begin 20e eeuw een belangrijke rol speelde in de juridische vormgeving van de Nederlandse voedselveiligheid.

Samenvatting

Het document is een verzameling werkaantekeningen die de basis vormen voor een nieuw Koninklijk Besluit (K.B.) betreffende de vleeskeuring. Enkele kernpunten uit de analyse:
* Centralisatie en Toezicht: Er wordt gestreefd naar centralisatie van het slachten. Dit maakte het voor de overheid eenvoudiger om keuringen uit te voeren en keuringsmerken (merktekens) aan te brengen via een "Centrale slachtplaats".
* Vergunningsplicht: De notitie introduceert een strikt vergunningstelsel waarbij handelaren in gevogelte en wild goedgekeurd moeten zijn door de Keuringsdienst van Waren.
* Juridische Samenhang: De auteur legt verbanden tussen verschillende wetten. De verwijzing naar het "Melkbesluit" suggereert dat men de regels voor gevogelte wilde spiegelen aan de reeds bestaande (en vaak strengere) regels voor de zuivelinspectie. Ook de "Hinderwet" en "Gemeentewet" (Gem. Wet) worden aangehaald als juridische grondslag voor de centralisatie.
* Volksgezondheid: De specifieke eis dat kippen in "gezonde toestand" geslacht moeten worden, wijst op de strijd tegen voedselvergiftiging en dierziekten die destijds een groot risico vormden voor de volksgezondheid.

Historische Context

Dit document is gesitueerd in de periode waarin de Nederlandse overheid de controle op de kwaliteit van levensmiddelen professionaliseerde. Vóór de integrale Warenwet van 1919 was de keuring van vlees en gevogelte vaak een lokale, gemeentelijke aangelegenheid met wisselende standaarden. Deze notities tonen de verschuiving naar nationale kaders en de oprichting van centrale keuringsinstanties. De genoemde "Mr. Reeser" verwijst vermoedelijk naar de jurist E. Reeser, die begin 20e eeuw een belangrijke rol speelde in de juridische vormgeving van de Nederlandse voedselveiligheid.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →