Verslag/memo met getypte inleiding en handgeschreven vervolg/concept.
Origineel
Verslag/memo met getypte inleiding en handgeschreven vervolg/concept. 31 maart 1937 (handgeschreven onderaan). [Getypte gedeelte bovenin:]
Aan de [doorgehaald: Sub-Commissie] [boven de regel geschreven: leden der sub-commissie] [ ]
In een in December jl. gehouden byeenkomst der [boven de regel geschreven: bovengenoemde] [doorgehaald: / sub-commissie] genoemd op pagina 5 van de Notulen der Tweede vergadering van de "Commissie voor het bestudeeren van maatregelen ter beteugeling van den hinder van pluimvee-slachteryen" is besloten, dat het lid der Commissie, de heer Gaaikema, tesamen met den secretaris van het Marktwezen Mr. Van Praag, zou trachten voor Amsterdam een regeling voor het slachten en keuren van en den handel in wild en gevogelte te ontwerpen.
Ter uitvoering van deze opdracht hebben ondergeteekenden zich beraden, welke voorschriften ten deze dienen te worden ontworpen. Zy maakten hierby gebruik van de in bylage I dezes overgelegde Richtlynen, welke werden samengesteld door den heer Dr. Reeser, lid der bovengenoemde Commissie. Naast deze Richtlynen werd eveneens de mogelykheid van toepassing der Wettelyke bepalingen onderzocht, welke in bylage II zyn opgesomd.
[Handgeschreven gedeelte op bijgevoegd blad:]
Naar de mening van ondergeteekende is het [onleesbaar]
[doorgehaald: bij de bestaande Wetten en]
de daaruit voortvloeiende Verordeningen alleen
[doorgehaald: mogelijk om den hinder van slachterijen tegen te]
Ondergeteekenden zijn ervan uitgegaan, dat [doorgehaald: hier ter stede] een regeling moet worden ontworpen, krachtens welke de slachting zoowel als de keuring van wild en gevogelte centraal moet geschieden, terwijl bovendien de invoer [doorgehaald: van elders geslacht wild en gevogelte alsmede] de verkoop van niet-centraal gekeurd wild en gevogelte voor zoo ver het niet centraal [boven de regel geschreven: zou worden] gekeurd, alsmede de verkoop van niet-centraal gekeurd wild en gevogelte moeten worden verboden.
Naar hun meening is het, bij den huidige stand der Wetgeving, niet mogelijk om een regeling [doorgehaald: van een] van een zoo vergaande strekking als vorenbedoeld te ontwerpen, weshalve de ondergeteekenden het zeer op prijs zouden stellen om deze aangelegenheid andermaal in de sub-commissie aan de orde te zien gesteld.
Amsterdam 31 Maart 1937. Dit document vormt een verslag van de bevindingen van een Amsterdamse sub-commissie die zich bezighield met de overlast ("hinder") van pluimveeslachterijen. De kern van het advies is de wens om tot een gecentraliseerd systeem van slacht en keuring te komen om zowel de openbare orde (hinder) als de volksgezondheid te waarborgen. De opstellers concluderen echter dat de toenmalige landelijke wetgeving niet voldoende juridische basis bood om een dergelijke dwingende, vergaande gemeentelijke regeling (inclusief verboden op verkoop van niet-centraal gekeurd vlees) vast te stellen. Zij adviseren daarom hernieuwd overleg over de juridische haalbaarheid. In de jaren '30 kampte Amsterdam met de uitwassen van de snelle groei van pluimveeslachterijen binnen de stadsgrenzen. De "Hinderwet" bood destijds beperkte middelen om hygiëne en overlast integraal aan te pakken. Dit document illustreert de spanning tussen de lokale behoefte aan strenge publieke regulering van de voedselketen en de beperkingen van het landelijke wettelijke kader in de vooroorlogse periode. De genoemde Dr. Reeser was een bekend veterinair deskundige uit die tijd, wat onderstreept dat men zocht naar een wetenschappelijk onderbouwd hygiënebeleid.