Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 30
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Handgeschreven aantekeningen/concepttekst, waarschijnlijk voor een ambtelijke of juridische verordening.

Origineel

Handgeschreven aantekeningen/concepttekst, waarschijnlijk voor een ambtelijke of juridische verordening. [Bovenaan de pagina een decoratieve rand van gekruiste lijnen]

Hinder; keuring; centralisatie v. keuring en slachten.

Art. 4 lid 3 Hinderwet +
Art. 15 lid 3 Warenwet +
" 6 " "

Op grond van art. 4 lid 3 Hinderwet kunnen wij
slachterijen centraliseeren.
~~Bewaarplaats~~ v. ~~van slachting & behandeling~~
[In de linkermarge, omcirkeld met een lijn naar 'ongeslacht':] pluimvee zonder stempel
Verbod om ongeslacht/~~ter verkoop~~ of ter aflevering
voorhanden hebben in ~~besloten~~ ruimte of perceelen
~~waarin~~ poeliers-bedrijf wordt uitgeoefend, de daarbij
behoorende aanhoorigheden en (~~voor~~) ter uitstalling
gebezigde ruimten. In A.P.V (bepaling openb. gezondheid)

Hiermede de invoer van geslacht nog niet geregeld.
Daartoe art. 15 lid 3 Warenwet.

[Links een tekening van een gezichtsprofiel]
A.P.V. [gevolgd door een krabbel/tekening]

[Een lijn met ruitvormige versiering]

Kon. erkende koelhuizen; vervoer buiten jachttijd. Dit document betreft een werknotitie, vermoedelijk van een gemeentesecretaris of juridisch medewerker, die tracht een lokale verordening (APV) op te stellen of aan te scherpen.

De kern van de notitie is de zoektocht naar een wettelijke basis om de verkoop van ongekeurd vlees (met name pluimvee) tegen te gaan. De schrijver identificeert twee belangrijke nationale wetten:
1. De Hinderwet: Wordt gebruikt als basis om slachtactiviteiten te centraliseren (waarschijnlijk in een openbaar slachthuis), zodat toezicht makkelijker wordt.
2. De Warenwet: Wordt aangehaald om de kwaliteit en veiligheid van het product zelf te reguleren, inclusief de import van reeds geslacht vlees.

De tekst in het midden toont het worstelen met de formulering van een verbodsbepaling. Er wordt gezocht naar een manier om het louter "voorhanden hebben" van ongestempeld (niet-gekeurd) gevogelte in een poeliersbedrijf strafbaar te stellen via de APV, onder de noemer van volksgezondheid.

De tekeningen in de marge suggereren dat de schrijver deze aantekeningen maakte tijdens een overleg of tijdens het nadenken over de juridische constructie. De spelling ("centraliseeren", "aanhoorigheden") wijst op een datering uit de eerste helft van de 20e eeuw (vóór de spellinghervorming van 1947, hoewel dergelijke spelling in ambtelijke stukken langer standhield). In de vroege 20e eeuw was de controle op de hygiëne van vlees een groot punt van zorg voor lokale overheden. De invoering van de Vleeskeuringswet (1919) en de Warenwet zorgden voor landelijke kaders, maar gemeenten moesten deze vaak lokaal invullen via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

Het "poeliersbedrijf" nam hierbij een bijzondere positie in, omdat de keuring van pluimvee vaak minder streng gereguleerd was dan die van vee. De notitie over "Kon. erkende koelhuizen" en "vervoer buiten jachttijd" aan de onderzijde refereert waarschijnlijk aan de wild- en gevogeltehandel, waarbij de herkomst van het vlees (legaal geschoten wild versus illegale slacht) streng gecontroleerd moest worden om stroperij en onhygiënische praktijken te voorkomen.

Samenvatting

Dit document betreft een werknotitie, vermoedelijk van een gemeentesecretaris of juridisch medewerker, die tracht een lokale verordening (APV) op te stellen of aan te scherpen.

De kern van de notitie is de zoektocht naar een wettelijke basis om de verkoop van ongekeurd vlees (met name pluimvee) tegen te gaan. De schrijver identificeert twee belangrijke nationale wetten:
1. De Hinderwet: Wordt gebruikt als basis om slachtactiviteiten te centraliseren (waarschijnlijk in een openbaar slachthuis), zodat toezicht makkelijker wordt.
2. De Warenwet: Wordt aangehaald om de kwaliteit en veiligheid van het product zelf te reguleren, inclusief de import van reeds geslacht vlees.

De tekst in het midden toont het worstelen met de formulering van een verbodsbepaling. Er wordt gezocht naar een manier om het louter "voorhanden hebben" van ongestempeld (niet-gekeurd) gevogelte in een poeliersbedrijf strafbaar te stellen via de APV, onder de noemer van volksgezondheid.

De tekeningen in de marge suggereren dat de schrijver deze aantekeningen maakte tijdens een overleg of tijdens het nadenken over de juridische constructie. De spelling ("centraliseeren", "aanhoorigheden") wijst op een datering uit de eerste helft van de 20e eeuw (vóór de spellinghervorming van 1947, hoewel dergelijke spelling in ambtelijke stukken langer standhield).

Historische Context

In de vroege 20e eeuw was de controle op de hygiëne van vlees een groot punt van zorg voor lokale overheden. De invoering van de Vleeskeuringswet (1919) en de Warenwet zorgden voor landelijke kaders, maar gemeenten moesten deze vaak lokaal invullen via de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).

Het "poeliersbedrijf" nam hierbij een bijzondere positie in, omdat de keuring van pluimvee vaak minder streng gereguleerd was dan die van vee. De notitie over "Kon. erkende koelhuizen" en "vervoer buiten jachttijd" aan de onderzijde refereert waarschijnlijk aan de wild- en gevogeltehandel, waarbij de herkomst van het vlees (legaal geschoten wild versus illegale slacht) streng gecontroleerd moest worden om stroperij en onhygiënische praktijken te voorkomen.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →