Getypte ambtelijke of juridische notitie met handgeschreven correcties en toevoegingen.
Origineel
Getypte ambtelijke of juridische notitie met handgeschreven correcties en toevoegingen. Ad I. Krachtens artikel 4 sub 3e der Hinderwet kan de Gemeenteraad by plaatselyke verordening verbieden o.a. om een slachtery op te richten, te hebben of te gebruiken indien in de gemeente een inrichting aanwezig is, waarin belanghebbenden onder by verordening vast te stellen voorwaarden het bedryf kunnen uitoefenen.
De eenige vraag, die hier ryst is, of een pluimveeslachtery een slachtery is in den zin van deze wetsbepaling. Gezien het feit, dat een Wetsontwerp aanhangig is, waarby de pluimvee-slachteryen uitdrukkelyk onder dit voorschrift worden gebracht, [handgeschreven boven de regel: bestaat] [doorgehaald: moet deze] [handgeschreven boven de regel: omtrent deze vraag thans nog twijfel eenige, hoewel reeds] [doorgehaald: vraag waarschynlyk voor de wet in haar huidigen vorm ontkennend] [handgeschreven onder de regel: eenige malen door den Rechter is uitgemaakt, dat ook krachtens de huidig Wet] [doorgehaald: worden beantwoord.] Aangezien de Regeering [doorgehaald: eveneens,] [handgeschreven boven de regel: blijkens het] [doorgehaald: blykens] het [handgeschreven onderaan:] pluimveeslachterijen als slachterijen moeten worden aangemerkt. Dit document betreft een juridische afweging over de reikwijdte van de Hinderwet. De kernvraag is of een pluimveeslachterij wettelijk hetzelfde behandeld dient te worden als een algemene slachterij.
De tekst is interessant vanwege de uitgebreide handgeschreven correcties. In de oorspronkelijke getypte versie leek de conclusie te zijn dat de huidige wet waarschijnlijk niet van toepassing was op pluimveeslachterijen ("ontkennend worden beantwoord"). De handgeschreven wijzigingen draaien dit echter volledig om: er wordt gesteld dat, hoewel er nog enige twijfel bestaat, de rechter inmiddels al meerdere malen heeft geoordeeld dat de huidige wet wél van toepassing is op pluimveeslachterijen. De toevoeging dat de Regering dit standpunt ook deelt, versterkt deze nieuwe conclusie. De Hinderwet (oorspronkelijk uit 1875) was de voorloper van de huidige Wet milieubeheer en regelde inrichtingen die gevaar, schade of hinder konden veroorzaken. Gemeenteraden hadden de bevoegdheid om via plaatselijke verordeningen (zoals de Vleeskeuringsverordening of bouwverordeningen) paal en perk te stellen aan waar deze inrichtingen gevestigd mochten worden, zeker als er al een centrale (openbare) voorziening aanwezig was.
De discussie in dit document weerspiegelt een periode waarin de wetgeving aangepast moest worden aan de opkomst van gespecialiseerde industriële sectoren, zoals de pluimveeverwerking, die voorheen wellicht minder strikt gereguleerd waren dan de slacht van groot vee. De genoemde "wetsontwerp" duidt op een voorgenomen modernisering van de wetgeving op dit gebied.