Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 38
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Werkconcept/ontwerp van een officieel verslag of adviesnota.

Origineel

Werkconcept/ontwerp van een officieel verslag of adviesnota. [Handgeschreven deel bovenzijde]

3) voor de onderhavige materie van belang, weshalve zij hieronder (in nader verband) nader zullen worden behandeld.

~~De wettelijke bepalingen, waarmede~~
Voor regeling van de onderhavige materie ~~van belang~~ ~~moet worden gehouden, zijn~~ komen drie wetten als uitgangspunt in aanmerking:
I art. 4 sub 3º der Hinderwet;
II art. 15 lid 3 der Warenwet 1919 (S. 581);
III) art. 168 der Gemeentewet.

Ad I.
[Doorgehaalde witruimte]
Ad II.

[Getypt fragment met handgeschreven wijzigingen]

Ad II. Deze verplichte keuring zou moeten voorafgaan aan het in den handel brengen van de waar. Krachtens de Verordening ex artikel 6 der Warenwet zijn geslacht pluimvee en geslachte konijnen, evenals andere waren, aan keuring onderworpen; het is, om hygiënische redenen, gewenscht, om ten deze verdere eischen te stellen. Hiertoe opent artikel 15 lid 3 der Warenwet de mogelijkheid, door de Kroon de bevoegdheid te verleenen, om aan Gemeenteraden toe te staan, eischen te stellen, waaraan een bepaalde waar moet voldoen.

[Handgeschreven in de kantlijn, met invoegteken:]
I, gelet op het doel – preventieve keuring – naar onze meening zou kunnen worden gesteld, is,

Een eisch, die in het onderhavige geval ~~dient te worden gesteld~~ is, dat de waar voorzien moet zijn van een merk, waaruit kan blijken, dat zij gekeurd is. ~~Naar het oordeel van de meerderheid der sub-commissie omvat deze eisch voldoende, om een nadere regeling als in artikel 15 lid 3 der Warenwet bedoeld, te rechtvaardigen.~~ Uiteraard zal het noodig zijn, wanneer de Gemeente zich tot de Kroon wendt met een verzoek om toestemming zooals in laatstgenoemd artikel voorgeschreven

[Handgeschreven deel onderzijde]

Niet zeker is, dat deze eisch voldoende omvat, om een nadere regeling, als in art. 15 lid 3 der Warenwet bedoeld, te rechtvaardigen. Het is n.l. de vraag, of de eisch, * Juridische context: Het document bespreekt de samenloop van drie wetten (Hinderwet, Warenwet en Gemeentewet) bij het reguleren van de handel in levensmiddelen. Centraal staat de vraag of een gemeente extra eisen mag stellen (bovenop de landelijke Warenwet) voor de keuring van vlees.
* Redactionele wijzigingen: De tekst toont een actieve herziening van het juridische standpunt. Een eerdere overtuiging van de "sub-commissie" (dat een keurmerk als eis voldoende rechtvaardiging biedt voor extra regels) wordt doorgestreept en vervangen door een twijfelende kanttekening aan de onderzijde.
* Taalgebruik: Typisch ambtelijk-juridisch Nederlands van voor de spellingwijziging van 1947 (bijv. "eischen", "gewenscht", "zooals").
* Structuur: De opbouw volgt een klassieke juridische annotatie: eerst de relevante wetsartikelen (I, II, III), gevolgd door een puntsgewijze bespreking (Ad I, Ad II). Dit document lijkt deel uit te maken van de voorbereiding van een gemeentelijke verordening of een advies aan een college van B&W. In de vroege 20e eeuw was de voedselveiligheid in Nederland volop in ontwikkeling. De Warenwet van 1919 bood het kader, maar gemeenten zochten vaak naar manieren om lokaal strenger toezicht te houden, met name op markten waar "geslacht pluimvee en konijnen" werden verkocht. Het spanningsveld tussen rijksregels en gemeentelijke autonomie (via de Kroon) is hier duidelijk zichtbaar in de discussie over artikel 15 van de Warenwet.

Samenvatting

  • Juridische context: Het document bespreekt de samenloop van drie wetten (Hinderwet, Warenwet en Gemeentewet) bij het reguleren van de handel in levensmiddelen. Centraal staat de vraag of een gemeente extra eisen mag stellen (bovenop de landelijke Warenwet) voor de keuring van vlees.
  • Redactionele wijzigingen: De tekst toont een actieve herziening van het juridische standpunt. Een eerdere overtuiging van de "sub-commissie" (dat een keurmerk als eis voldoende rechtvaardiging biedt voor extra regels) wordt doorgestreept en vervangen door een twijfelende kanttekening aan de onderzijde.
  • Taalgebruik: Typisch ambtelijk-juridisch Nederlands van voor de spellingwijziging van 1947 (bijv. "eischen", "gewenscht", "zooals").
  • Structuur: De opbouw volgt een klassieke juridische annotatie: eerst de relevante wetsartikelen (I, II, III), gevolgd door een puntsgewijze bespreking (Ad I, Ad II).

Historische Context

Dit document lijkt deel uit te maken van de voorbereiding van een gemeentelijke verordening of een advies aan een college van B&W. In de vroege 20e eeuw was de voedselveiligheid in Nederland volop in ontwikkeling. De Warenwet van 1919 bood het kader, maar gemeenten zochten vaak naar manieren om lokaal strenger toezicht te houden, met name op markten waar "geslacht pluimvee en konijnen" werden verkocht. Het spanningsveld tussen rijksregels en gemeentelijke autonomie (via de Kroon) is hier duidelijk zichtbaar in de discussie over artikel 15 van de Warenwet.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →