Getypt beleidsstuk of juridisch advies (pagina 4 van een groter geheel).
Origineel
Getypt beleidsstuk of juridisch advies (pagina 4 van een groter geheel). -4-
dening behoeft niet in het kleed eener strafverorde-
ning te worden gestoken, zij kan worden geschoeid op
de leest van de verordening regelende het gebruik
van het abattoir, m.a.w. naleving kan worden afge-
dwongen door opleggen van boete of niet-toelaten
( te hanteeren door het Hoofd van Dienst ).
b. KEURING.
Het " verkoopen " ( zeer algemeene strekking,
zie art. 1, 2e lid, der Verordening op de keuring van
waren ) van zieke of wegens andere redenen als on-
deugdelijk te beschouwen geslachte dieren is straf-
baar volgens laatstgenoemde verordening.
Krachtens art. 15, 3e lid, der Warenwet kan de
Kroon aan den Gemeenteraad toestaan eischen te stel-
len, waaraan een bepaalde waar moet voldoen. Aan den
Raad van Amsterdam is bij Kon. Besluit van 30 Septem-
ber 1926 toegestaan onder goedkeuring van den Minis-
ter eischen te stellen, waaraan de melk moet voldoen.
Getracht kan worden op den bovenaangegeven voet
een verordening in het leven te roepen, houdende
eischen, waaraan geslacht wild en gevogelte moeten
voldoen. Levende dieren vallen hier dus buiten. Dit
levert voor de slachtplaats geen bezwaar op. Op mark-
ten is ten aanzien van levende zieke dieren toch niet
op te treden, omdat het bewijs, dat de dieren voor
menschelijk voedsel bestemd zijn, niet te leveren is.
De * Juridische vormgeving: De auteur adviseert om nieuwe regels niet als een aparte strafverordening in te voeren, maar deze te integreren in de bestaande exploitatieverordening van het abattoir. Dit geeft het Hoofd van Dienst directe handhavingsmiddelen (boetes of ontzegging van toegang) zonder tussenkomst van de strafrechter.
* Keuring van wild en gevogelte: Er wordt een parallel getrokken met de melkverordening uit 1926. Men wil een vergelijkbare juridische basis (via de Warenwet) gebruiken om kwaliteitseisen te stellen aan geslacht wild en gevogelte.
* Handhavingsproblematiek: De tekst legt een specifiek bewijsprobleem bloot bij de handel in levende dieren op markten. Omdat niet direct bewezen kan worden dat een levend ziek dier voor consumptie bestemd is, is handhaving via de Warenwet daar lastig. Daarom focust de voorgestelde regeling zich uitsluitend op geslachte dieren. Dit document stamt uit een periode (interbellum) waarin de Nederlandse gemeenten, in het bijzonder Amsterdam, hun grip op de volksgezondheid en voedselveiligheid trachtten te verstevigen. De verwijzing naar het Koninklijk Besluit van 30 september 1926 plaatst dit document in de context van de modernisering van de Warenwet-handhaving. Het illustreert de verschuiving van algemene politieverordeningen naar specifieke, technisch-juridische producteisen die onder toezicht van gespecialiseerde diensten (zoals de Keuringsdienst van Waren of de Abattoirdienst) vielen. Gemeente Amsterdam