Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 57
Dossier 67
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypt rapport (verslag van een hygiënisch/economisch onderzoek).

1933.

Origineel

Getypt rapport (verslag van een hygiënisch/economisch onderzoek). 1933. Onderzoek naar poelierderijen in 1933.

Aantal.

Het onderzoek heeft zich uitgestrekt over 51 poelierderijen.

Alleen winkels.

In 27 gevallen was slechts een poelierswinkel, zonder slachtplaats, aanwezig.

Zindelijkheidstoestand der winkels.

In alle onderzochte gevallen was de zindelijkheidstoestand van de winkels:
goed in 32 gevallen
matig in 17 "
slecht in 2 "

Aantal stuks pluimvee.

23 poeliers wilden het aantal stuks pluimvee, dat per week werd geslacht, niet mededeelen.
De 28 overigen slachtten met elkander per week 3705 stuks pluimvee, dus gemiddeld 132 stuks.
Dit zou worden voor alle onderzochte poelierderijen 132 x 51 = 6732 per week of rond 350.000 stuks per jaar.
(cijfer uiteraard zeer globaal).

In het bedrijf werkzame personen.

Genoteerd werd, dat in totaal 90 personen in de bezochte poelierderijen werkzaam waren.

Gegevens, betreffende de slachtplaatsen.

A. Zindelijkheidstoestand.

a Ten opzichte van de zindelijkheidstoestand in slachtplaatsen is genoteerd:
goed in 4 gevallen
matig in 10 "
slecht in 10 "

b In 10 gevallen was in de slachtplaatsen geen aansluiting aan de waterleiding aanwezig, in 8 gevallen werd deze wel waargenomen.

c In 15 gevallen ontbrak een aansluiting aan de rioleering, in 8 gevallen was deze aanwezig.

d Gelegenheid om te wasschen werd in 7 gevallen aangetroffen, in 12 gevallen niet.

e In 6 gevallen werd den indruk verkregen, dat de vloeren nimmer werden gereinigd, in 14 gevallen geschiedde dit blijkbaar af en toe, terwijl in 3 gevallen regelmatige reiniging plaats vond.

f Het reinigen der wanden bleef in 10 gevallen achterwege, in 9 gevallen werd het blijkbaar af en toe gedaan en in drie gevallen regelmatig.

--- Het document is een zakelijk verslag van een inspectie of onderzoek naar de staat van de poelierssector in 1933. De belangrijkste bevindingen zijn:

  1. Spreiding: Van de 51 onderzochte bedrijven had ruim de helft (27) alleen een winkel en geen eigen slachtplaats.
  2. Hygiëneverschil: Er is een opvallend verschil tussen de winkels en de slachtplaatsen. Terwijl de winkels over het algemeen als 'goed' tot 'matig' werden beoordeeld (slechts 2 van de 51 waren slecht), was de situatie in de slachtplaatsen zorgwekkend: bijna de helft werd als 'slecht' beoordeeld.
  3. Faciliteiten: In de slachtplaatsen ontbrak het vaak aan basisvoorzieningen. In meer dan de helft van de gevallen was er geen aansluiting op de waterleiding of riolering, en was er geen mogelijkheid voor personeel om de handen te wassen.
  4. Schoonmaak: De discipline wat betreft het reinigen van vloeren en wanden in slachtplaatsen was laag; bij een aanzienlijk deel gebeurde dit "nimmer" of slechts "af en toe".
  5. Economie: Het rapport schat de totale jaarlijkse productie van deze groep poeliers op circa 350.000 stuks pluimvee, gebaseerd op een gemiddelde van 132 stuks per week per bedrijf.

--- Dit document stamt uit een periode waarin de regelgeving omtrent voedselhygiëne in Nederland nog volop in ontwikkeling was. De "Vleeskeuringswet" bestond al sinds 1919 (ingevoerd in 1922), maar de controle op pluimvee en de inrichting van kleinere particuliere slachtplaatsen was vaak minder strikt geregeld dan die voor grootvee.

Het onderzoek lijkt te zijn uitgevoerd door een gezondheidsdienst of een gemeentelijke inspectie-instantie. De focus op "zindelijkheidstoestand" (hygiëne) en de aanwezigheid van nutsvoorzieningen (water en riool) wijst op een groeiend bewustzijn van de gevaren van kruisbesmetting en infectieziekten in de voedselketen. Het feit dat bijna de helft van de ondernemers weigerde productiecijfers te delen, suggereert een zeker wantrouwen tegenover overheidsbemoeienis of angst voor fiscale gevolgen.

Samenvatting

Het document is een zakelijk verslag van een inspectie of onderzoek naar de staat van de poelierssector in 1933. De belangrijkste bevindingen zijn:

  1. Spreiding: Van de 51 onderzochte bedrijven had ruim de helft (27) alleen een winkel en geen eigen slachtplaats.
  2. Hygiëneverschil: Er is een opvallend verschil tussen de winkels en de slachtplaatsen. Terwijl de winkels over het algemeen als 'goed' tot 'matig' werden beoordeeld (slechts 2 van de 51 waren slecht), was de situatie in de slachtplaatsen zorgwekkend: bijna de helft werd als 'slecht' beoordeeld.
  3. Faciliteiten: In de slachtplaatsen ontbrak het vaak aan basisvoorzieningen. In meer dan de helft van de gevallen was er geen aansluiting op de waterleiding of riolering, en was er geen mogelijkheid voor personeel om de handen te wassen.
  4. Schoonmaak: De discipline wat betreft het reinigen van vloeren en wanden in slachtplaatsen was laag; bij een aanzienlijk deel gebeurde dit "nimmer" of slechts "af en toe".
  5. Economie: Het rapport schat de totale jaarlijkse productie van deze groep poeliers op circa 350.000 stuks pluimvee, gebaseerd op een gemiddelde van 132 stuks per week per bedrijf.

Historische Context

Dit document stamt uit een periode waarin de regelgeving omtrent voedselhygiëne in Nederland nog volop in ontwikkeling was. De "Vleeskeuringswet" bestond al sinds 1919 (ingevoerd in 1922), maar de controle op pluimvee en de inrichting van kleinere particuliere slachtplaatsen was vaak minder strikt geregeld dan die voor grootvee.

Het onderzoek lijkt te zijn uitgevoerd door een gezondheidsdienst of een gemeentelijke inspectie-instantie. De focus op "zindelijkheidstoestand" (hygiëne) en de aanwezigheid van nutsvoorzieningen (water en riool) wijst op een groeiend bewustzijn van de gevaren van kruisbesmetting en infectieziekten in de voedselketen. Het feit dat bijna de helft van de ondernemers weigerde productiecijfers te delen, suggereert een zeker wantrouwen tegenover overheidsbemoeienis of angst voor fiscale gevolgen.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →