Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 64
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte pagina uit een officieel rapport of beleidsstuk (pagina -4-).

Origineel

Getypte pagina uit een officieel rapport of beleidsstuk (pagina -4-). -4-

der beoordeeling (zoogenaamde keuringsregulatief). De keuringsambtenaar
zal voorloopig, evenals nu, naar eigen inzicht een stuk wild of gevogelte
op grond van door hem geconstateerde afwykingen kunnen rangschikken onder
de waren bedoeld in de artikelen 2 en 3 der Keuringsverordening.
Wellicht is het niet noodzakelyk om voor dit deel der bepalingen
sancties (in strafrechtelyken zin) vast te stellen. Indien in de hiervoren
aangeduide verordening tot regeling van het gebruik van de centrale
slachtplaats de bepaling wordt opgenomen, dat de gebruikers dier inrich-
ting gehouden zyn de voorschriften der Verordening ex artikel 15, 3e lid,
der Warenwet na te leven, dan is die naleving af te dwingen door middel
van het boetestelsel en de verwydering, een en ander toe te passen door
het Hoofd van de centrale slachtplaats. Vóór 1922 was de eigenlyke vleesch-
keuring ook ondergebracht in een verordening zonder sancties in den zin
van het strafrecht. In ieder geval is de handhaving der voorschriften
langs den aanbevolen weg voldoende verzekerd en daarin is het voordeel ge-
legen, dat de betrokken dienst de toepassing geheel in eigen hand houdt.
Het tweede gedeelte der Verordening dient voorschriften te be-
vatten voor wild en gevogelte buiten de centrale slachtplaats. Hiervoor
dienen wel gewone sanctie-bepalingen in het leven te worden geroepen.
Verboden moet worden het vervoeren en voorhanden hebben (kort-
weg "verkoopen" in den zin van artikel 1, 3e lid, der bovengenoemde ver-
ordening) van niet, ten blyke van deugdelykbevinding gemerkte dieren. Voor
het vervoer van elders geslachte dieren naar de centrale slachtplaats om
aldaar onderzocht te worden, zullen wegen dienen te worden aangewezen.
Uit den aard der zaak is hierby van het standpunt uitgegaan, dat
de in de verordening opgenomen bepalingen het karakter van "eischen", als
bedoeld in artikel 15, 3e lid, der Warenwet dragen.
De Verordening op den Keuringsdienst van Waren moet aangevuld
worden in dien zin, dat de keuring van wild en gevogelte geschiedt door
speciale ambtenaren. Desgewenscht en zoo mogelyk zal het daarheen te leiden
zyn, dat deze afdeeling van den Keuringsdienst ambtelyk los staat van den
overigen dienst.
Indien de bovenomschreven verordening geacht zou moeten worden
niet in het kader van artikel 15, 3e lid, der Warenwet te vallen, dan De tekst beschrijft een juridisch-administratieve afweging over hoe de keuring van wild en gevogelte moet worden georganiseerd en gehandhaafd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen activiteiten binnen de "centrale slachtplaats" en daarbuiten:
1. Binnen de slachtplaats: Men stelt voor om geen strafrechtelijke sancties te gebruiken, maar de orde te handhaven via een boetestelsel en de mogelijkheid tot verwijdering door de beheerder. Dit wordt historisch onderbouwd door te verwijzen naar de situatie van vóór 1922.
2. Buiten de slachtplaats: Voor de handel en het transport buiten de centrale faciliteit worden "gewone sanctie-bepalingen" (strafrechtelijk) wel noodzakelijk geacht om de verkoop van ongekeurde dieren tegen te gaan.
3. Organisatie: Er wordt gepleit voor een gespecialiseerde afdeling binnen de Keuringsdienst van Waren met eigen ambtenaren voor deze specifieke productgroep. Dit document maakt waarschijnlijk deel uit van de voorbereiding van een nieuwe "Keuringsverordening" of een aanpassing van de "Warenwet". Het weerspiegelt de professionalisering van de voedselveiligheid in Nederland in de 20e eeuw, waarbij men zocht naar de meest effectieve manier om toezicht te houden zonder het strafrecht onnodig te belasten voor interne aangelegenheden van openbare instellingen zoals slachthuizen. De nadruk op "eischen" conform de Warenwet duidt op een streven naar landelijke uniformiteit in kwaliteitseisen.

Samenvatting

De tekst beschrijft een juridisch-administratieve afweging over hoe de keuring van wild en gevogelte moet worden georganiseerd en gehandhaafd. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen activiteiten binnen de "centrale slachtplaats" en daarbuiten:
1. Binnen de slachtplaats: Men stelt voor om geen strafrechtelijke sancties te gebruiken, maar de orde te handhaven via een boetestelsel en de mogelijkheid tot verwijdering door de beheerder. Dit wordt historisch onderbouwd door te verwijzen naar de situatie van vóór 1922.
2. Buiten de slachtplaats: Voor de handel en het transport buiten de centrale faciliteit worden "gewone sanctie-bepalingen" (strafrechtelijk) wel noodzakelijk geacht om de verkoop van ongekeurde dieren tegen te gaan.
3. Organisatie: Er wordt gepleit voor een gespecialiseerde afdeling binnen de Keuringsdienst van Waren met eigen ambtenaren voor deze specifieke productgroep.

Historische Context

Dit document maakt waarschijnlijk deel uit van de voorbereiding van een nieuwe "Keuringsverordening" of een aanpassing van de "Warenwet". Het weerspiegelt de professionalisering van de voedselveiligheid in Nederland in de 20e eeuw, waarbij men zocht naar de meest effectieve manier om toezicht te houden zonder het strafrecht onnodig te belasten voor interne aangelegenheden van openbare instellingen zoals slachthuizen. De nadruk op "eischen" conform de Warenwet duidt op een streven naar landelijke uniformiteit in kwaliteitseisen.

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →