Archief 745
Inventaris 745-303
Pagina 74
Dossier 92
Jaar 1939
Stadsarchief

Getypte notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk van een subcommissie).

Origineel

Getypte notulen/verslag van een vergadering (waarschijnlijk van een subcommissie). 3

De Heer Reeser verklaart dat de meerderheid van de Sub-
commissie de moeilykheid dan ook geenszins ontkende, maar meende
dat het aanbeveling verdiende, te probeeren, de zaak geregeld
te krygen als in het rapport is vermeld, al was men zich ervan
bewust, dat preventieve keuring niet in de Warenwet is bedoeld.
Ir. Tjaden betoogt de wenschelykheid aan Burgemeester en
Wethouders duidelyk te maken wat de moeilykheid is, en wat het
voordeel van een regeling, zooals de Sub-commissie die voorstelt,
zou zyn.
Mr.v.Praag is van meening, dat een afzonderlyke Verordening
ex Art. 168 van de Gemeentewet, die het vooraf keuren verplicht
stelt en de keuringseischen regelt, niet tot stand zou kunnen
komen, omdat de Warenwet deze aangelegenheid uitputtend regelt.
Ad. III. Ir. Tjaden stelt de vraag of men in de Verordening
niet kan opnemen dat er geen ondeugdelyke waar op de centrale
slachtplaats aanwezig mag zyn.
De Heer Reeser meent, dat dit inderdaad mogelyk is, en ver-
wyst naar de vroegere regeling op de keuring van vleesch toen
er nog geen vleeschkeuringswet was.
Mr.v.Praag en Ir.Samson merken naar aanleiding hiervan op,
dat men toen blykbaar per Verordening iets regelde, dat nog niet
by Wet geregeld was, terwyl in de onderhavige kwestie de regeling
by Wet de mogelykheid van regeling per Verordening beperkt of
uitsluit.
Verschillende leden zyn van meening dat het niet noodig
zou zyn in de Verordening de eischen te noemen die gesteld wor-
den aan het verkrygen van het keuringsmerk, maar dat een algemee-
ne bepaling den daarvoor aangewezen ambtenaar van de Gemeente
de bevoegdheid kan geven over de al of niet toekenning van het
keuringsmerk te beslissen.
Dr. v/d Laan zou in het aan Burgemeester en Wethouders uit
te brengen rapport willen vermelden, dat men later op de econo-
mische consequenties terug zal komen, en thans alleen een prin-
cipieele uitspraak wenscht omtrent de mogelykheid van het vast-
stellen van een regeling.
Ir. Tjaden wyst er op, dat in het rapport een pleidooi voor
de wenschelykheid van het tot stand komen van een regeling moet
zyn opgenomen.
De Sub-commissie zal een ontwerp voor den zakelyken inhoud
van het rapport gereed maken. De kern van de discussie op deze pagina is een juridisch conflict tussen lokale autonomie en nationale wetgeving. De subcommissie onderzoekt of de gemeente een eigen verordening kan opstellen voor de keuring van vlees op een centrale slachtplaats.

Belangrijkste argumenten:
* Wettelijke barrière: Mr. v. Praag stelt dat een lokale verordening juridisch onmogelijk is omdat de nationale Warenwet de materie al "uitputtend" (volledig) regelt. Een lokale regel mag niet in strijd zijn met of een doublure vormen van een nationale wet.
* De 'omweg': Ir. Tjaden stelt voor om de verordening niet te richten op de keuring zelf, maar op het verbieden van "ondeugdelyke waar" op de slachtplaats.
* Historische context: Er wordt verwezen naar de tijd vóór de Vleeschkeuringswet, toen gemeenten meer vrijheid hadden omdat er nog geen landelijk kader bestond.
* Strategie: Dr. v/d Laan adviseert om eerst een principiële uitspraak te vragen over de mogelijkheid van een regeling, alvorens de economische gevolgen te bespreken. Het document dateert waarschijnlijk uit de eerste helft van de 20e eeuw (na 1919, gezien de vermelding van de Vleeschkeuringswet). Het geeft een inkijkje in de bestuurlijke worsteling met de centralisatie van voedselveiligheid in Nederland. De genoemde titels (Ir., Mr., Dr.) wijzen op een gezelschap van hoogopgeleide experts die de gemeente adviseren. De strijd tussen de "Warenwet" (gericht op volksgezondheid en eerlijke handel) en lokale verordeningen was in deze periode een veelvoorkomend thema in de rechtspraak.

Samenvatting

De kern van de discussie op deze pagina is een juridisch conflict tussen lokale autonomie en nationale wetgeving. De subcommissie onderzoekt of de gemeente een eigen verordening kan opstellen voor de keuring van vlees op een centrale slachtplaats.

Belangrijkste argumenten:
* Wettelijke barrière: Mr. v. Praag stelt dat een lokale verordening juridisch onmogelijk is omdat de nationale Warenwet de materie al "uitputtend" (volledig) regelt. Een lokale regel mag niet in strijd zijn met of een doublure vormen van een nationale wet.
* De 'omweg': Ir. Tjaden stelt voor om de verordening niet te richten op de keuring zelf, maar op het verbieden van "ondeugdelyke waar" op de slachtplaats.
* Historische context: Er wordt verwezen naar de tijd vóór de Vleeschkeuringswet, toen gemeenten meer vrijheid hadden omdat er nog geen landelijk kader bestond.
* Strategie: Dr. v/d Laan adviseert om eerst een principiële uitspraak te vragen over de mogelijkheid van een regeling, alvorens de economische gevolgen te bespreken.

Historische Context

Het document dateert waarschijnlijk uit de eerste helft van de 20e eeuw (na 1919, gezien de vermelding van de Vleeschkeuringswet). Het geeft een inkijkje in de bestuurlijke worsteling met de centralisatie van voedselveiligheid in Nederland. De genoemde titels (Ir., Mr., Dr.) wijzen op een gezelschap van hoogopgeleide experts die de gemeente adviseren. De strijd tussen de "Warenwet" (gericht op volksgezondheid en eerlijke handel) en lokale verordeningen was in deze periode een veelvoorkomend thema in de rechtspraak.

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Vleesch Vleeswaren: Worst

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 42

A. Melhado Waterlooplein
A. Velleman Waterlooplein
B.Soester Waterlooplein
D.Nebbering Waterlooplein
Gebr.Jonk
Gebr.Verhoef
G. v. Gelder Waterlooplein
H. Couzyn Waterlooplein
H.G.Oudkerk
H.Stephanus Waterlooplein
N. de Roeverstr Waterlooplein
Jb.Reyndorp Waterlooplein
J.F.Toethuis
J. Rine Waterlooplein
J. Rol Waterlooplein
J. Schut Waterlooplein
J.W.Reese Waterlooplein
D. v. d. Molen Waterlooplein
M. Levie Waterlooplein
M.P.Krachtwyk
Alle 42 kooplieden →